‘Rijksoverheid doet positieve milieueffecten teniet’

patatEr wordt volop gebouwd op het terrein van biodiesel en -gas producent Greenmills in het Westelijk havengebied. Halverwege 2010 moet de fabriek klaar zijn voor gebruik. De gemeente Amsterdam is verheugd met het duurzame project, maar het Rijk werkt niet mee.

AMSTERDAM, 17 feb. – Bioproject Greenmills is het duurzame paradepaardje van de Amsterdamse haven. Vanaf de zomer van 2010 moet jaarlijks 200 miljoen liter biodiesel en 25 miljoen kubieke meter biogas geproduceerd worden uit frituurvetten, restoliën en voedselresten. Maar de rijksoverheid werkt tegen, zegt Markus Brans, projectleider van Greenmills. In tegenstelling tot Duitsland en Oostenrijk wil het Rijk geen accijnskorting op dit type biodiesel invoeren, de zogenaamde tweede generatie biodiesel. ‘Dat betekent dat een liter duurzame diesel veel duurder is aan de pomp dan gewone diesel. De rijksoverheid doet de positieve milieueffecten teniet.’ Greenmills haalt zijn grondstoffen uit heel Europa. Zonder accijnskorting gaat de diesel na productie in Amsterdam weer terug op transport naar onder meer Duitsland en Oostenrijk. ‘Het is een belachelijke situatie.’

De eerste paal ging vorig jaar in maart de grond in. Burgemeester Job Cohen gaf toen in zijn openingstoespraak aan verheugd te zijn met het groene project binnen zijn stadsgrenzen. ‘We hebben nu te maken met de zogenaamde patatgeneratie. Frituurvet genoeg, zou je zeggen.’  De ontwikkeling op het negen hectare grote terrein van Greenmills is in volle gang. Vooralsnog zijn het de gigantische tanks waarin vet wordt opgeslagen die in het oog springen.

Het duurzame project kost 78 miljoen euro en is ontstaan door de samenwerking van verzamelaar en verwerker van organisch afval Rotie, diervoeder NOBA, Biodiesel Amsterdam en Orgaworld, dat biogas haalt uit de verwerking van voedselresten. Het Rijk heeft vier miljoen in het project geïnvesteerd. Het verdienmodel is lastig volgens Brans. ‘Het is niet zo dat de grondstoffen – vet en voedselresten – gratis verkrijgbaar zijn. Die kopen we van restaurants en snackbars. Bovendien is het proces om de biodiesel te maken veel duurder.’ McDonald’s en FEBO zijn grote toeleveranciers, maar ook bij talloze Chinese restaurants, snackbars en andere horeca wordt het restafval en vet opgehaald.

De tweede generatie biodiesel van Greenmills is een goed initiatief volgens FoodFirst Information Action Network (FIAN) Nederland, een organisatie die strijdt voor het mensenrecht op voedsel en lobbyt tegen eerste generatie biobrandstoffen. Eerste generatie biodiesel uit raapzaadolie lijkt milieuvriendelijk, maar ligt zwaar onder vuur. Voor de grondstoffen hiervan moet land ontgonnen worden waarbij CO2 vrijkomt. Maar het grootste bezwaar tegen de eerste generatie biobrandstoffen is de druk die het zet op de voedselketen. Land waarop voedsel verbouwd zou kunnen worden, wordt uitgeput door er grondstoffen voor biobrandstoffen te planten. Vullen we liever een tank of een maag?, is de kern van het debat. Voor de biodiesel van Greenmills worden alleen rest- en afvalstoffen gebruikt

Het positieve effect van biodiesel op het milieu is groot: ‘Als je vijf procent inmengt met gewone diesel dan heb je 28 procent minder roet uitstoot.’ In gewone diesel wordt nu al eerste generatie biodiesel bijgemengd. ‘De nieuwe norm is dat tweede generatie biobrandstof dubbel zal tellen bij het inmengen. Dat betekent dat bijvoorbeeld Shell met onze diesel niet langer vier procent hoeft bij te mengen, maar slechts twee procent. Dat is goed nieuws voor hun, want goedkoper, maar geen stimulans voor de markt voor onze brandstof.’

Gisteren werd bekend dat duurzaam energiebedrijf Ecocern noodgedwongen projecten uitstelt ter waarde van honderden miljoenen euro’s. Banken zouden volgens het Financieele Dagblad de kredietkraan dichtdraaien voor de duurzame sector. Brans laat weten dat de bouwplannen van Greenmills geen vertraging oplopen als gevolg van de kredietcrisis. ‘De financiering was voor die tijd al rond en we betalen het project grotendeels uit eigen zak.’ Ook de lage olieprijzen vormen geen bedreiging voor de biodieselproducent. ‘Met de olieprijzen dalen ook onze logistieke kosten en de aankoopprijs van onze grondstoffen. Daarbij komt dat de tweede generatie biodiesel ook bij een hoge olieprijs niet kan concurreren met gewone diesel.