“Ik hang niet met de PKK-leider aan de lijn”

osman

Het Koerdische persbureau Firat News Agency wordt ervan beschuldigd een propaganda-instrument te zijn van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Vanuit zijn Amsterdamse kantoor nuanceert journalist Osman Kilic de geruchten. “Zware propaganda komt niet op onze website. Daarmee maak je jezelf ongeloofwaardig.”

AMSTERDAM – ‘Turkse terroristen houden kantoor in hartje Amsterdam’, kopte De Telegraaf in augustus 2006. Bedoeld werd het Koerdische persbureau Firat News Agency dat sinds enkele maanden in Nederland was gevestigd.

“We lachten ons kapot”, grinnikt journalist Osman Kilic (40) als hij eraan terugdenkt. Kilic is een van de oprichters van het persbureau. De Telegraaf beschreef zijn kantoor als een obscuur pand met geblindeerde ramen. “We zitten hier middenin een woonwijk. De buurvrouw maakte grapjes als zij me op straat tegenkwam: ‘Hé, jij bent toch die gevaarlijke terrorist?’”

Kamervragen

Het krantenbericht leidde toentertijd zelfs tot kamervragen van het CDA. Firat News Agency zou mogelijk gelieerd zijn aan de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), een afscheidingsbeweging in Turkije, die door de Verenigde Staten en de Europese Unie als een terreurorganisatie wordt beschouwd. Momenteel staat het Koerdische conflict in Turkije, dat aan zo’n 35 duizend mensen het leven heeft gekost, weer volop in de schijnwerpers.

Drie jaar na de ophef in De Telegraaf is de obscuriteit ver te zoeken. Door de grote ramen is het kantoortje van Firat News Agency in de Kanaalstraat in Amsterdam West vanaf de straat te zien. Vier bureaus – één met een grote teddybeer erop – en frisse, witte vloertegels.

Osman Kilic, lichtblauw overhemd, spijkerbroek en sokken in sandalen, zit aan de houten tafel achter in het kantoortje. Hij groeide op in het overwegend Koerdische zuidoosten van Turkije. Na de staatsgreep in de jaren tachtig kwam hij met zijn familie naar Nederland. Sinds tweeënhalf jaar werkt hij fulltime bij Firat News Agency.

“Dat krantenbericht stelde niets voor”, zegt Kilic terwijl hij zijn schouders ophaalt. “Wij als Koerdische pers hebben wel meer meegemaakt.” Hij zucht. “Hoe denk je dat het voelt als je hoort dat een collega in Iran om het leven is gebracht door het Iraanse regime? En dat haar lichaam nooit is teruggevonden? Dat is onze realiteit.”

Kilic doelt op de Koerdische journaliste Ayfer Serçe die voor Firat News Agency onderzoek deed naar vrouwenproblematiek in Noord-Iran. Ze werd in 2006 vermoord. Kilic herinnert het zich nog goed.

“Ze was al op de terugweg naar Turkije, dicht bij de grens”, vertelt hij. “We hoorden een week lang niets van haar en kregen argwaan.” Het persbureau gaf daarop haar echte naam en foto aan Reporters Without Borders. “Zodat de Iraanse autoriteiten haar niet zomaar konden laten verdwijnen.” Hoewel Reporters Without Borders zich lang voor haar zaak heeft ingezet, is nog steeds onduidelijk wat er precies is gebeurd.

Gevaarlijk werk

Correspondent zijn voor Firat News Agency is geen ongevaarlijk werk, geeft Kilic toe. De vijftien vaste correspondenten van het persbureau werken altijd met een codenaam. “Het nieuws dat ze aan ons doorspelen ligt vaak gevoelig”, zegt Kilic. “Maar soms komt een naam dus toch uit.”

Als één van de drie Koerdische persbureaus ter wereld, is het Amsterdamse Firat een belangrijke journalistieke speler. Koerdische kranten overal ter wereld, maar ook steeds vaker internationale en Turkse pers, zijn vaste afnemers. “Ons persbureau komt bijna altijd als eerste met nieuws van de PKK-leiders naar buiten”, zegt Kilic. De leiders van de afscheidingsbeweging bevinden zich in de bergen, op de grens tussen Turkije en Irak. “We hebben altijd een correspondent in de bergen bij de PKK. Dat moet wel, want de guerrillastrijders blijven nooit lang op één plek.”

Dat klinkt misschien spannend, maar volgens Osman Kilic spreekt een krant als de The New York Times ook gewoon met de PKK-leiders. “Maar wij hebben voorrang, natuurlijk. Ik kan sneller dan wie dan ook met hen in contact komen.” Dat gaat altijd via een tussenpersoon, in verband met de veiligheid. “Het is niet zo dat ik met PKK-leider Murat Karayilan aan de lijn hang.”

Koerdische pers in Turkije

Afgelopen zomer was het weer zo ver in Turkije: de Koerdische krant Günlük Gazetesi, die in het Turks verschijnt en door zo’n 16 duizend mensen wordt gelezen, moest sluiten. De Turkse rechters waren van mening dat de krant propaganda verspreidde voor de Koerdische Arbeidersbeweging (PKK), volgens hen een terroristische organisatie. Een artikel over PKK-leider Abdullah Öçalan kan al genoeg zijn voor de Turkse regering om de krant te sluiten of boetes uit te delen.

Vanaf 1991 verschijnt de Koerdische krant dus steeds onder een andere naam; al vijftien namen hebben de revue gepasseerd. Vóór Günlük Gazetesi bestonden de titels Ülkede Gündem, Ozgür Gündem, Yasamda Gündem en Ozgür Ülke. Bij de Koerden staat dit proces bekend als de Gündemtraditie.

In 1994 werden twee kantoren van de Koerdische krant Ozgür Ülke in Istanbul en in Ankara verwoest door een bom. In datzelfde jaar werden zeven medewerkers van de krant vermoord. Kiosken die de krant verkochten werden in brand gestoken, verkopers werden aangevallen. Enkele journalisten verdwenen, andere werden in de gevangenis mishandeld.

Propaganda-instrument

Het Koerdische persbureau wordt door de Turkse regering gezien als een propagandainstrument van de PKK. Internationale media noemen het bureau bovendien vaak ‘de spreekbuis van de PKK-guerrillastrijders’. Kilic schudt zijn hoofd. “Zware propaganda komt bij ons niet op de website. Daarmee maak je jezelf alleen maar ongeloofwaardig.” Het persbureau doet ook verslag van ander buitenlands nieuws en brengt ook het Turkse perspectief in kaart. Vaak gevolgd door een bericht met daarop het Koerdische antwoord, dat wel.

Het is niet altijd gemakkelijk om als Koerd objectief over het Koerdische conflict te schrijven. “Ik heb twee identiteiten”, zegt Kilic. “Ik ben journalist en ik ben Koerd. Ik ben professioneel in mijn werk. Maar laat ik eerlijk zijn; soms is dat moeilijk te scheiden.”

Maar als journalist hoef je ook niet altijd je persoonlijke gevoelens buiten de deur te houden, vindt Kilic. Hij noemt Robert Fisk, de bekende buitenlandcorrespondent van The Independent, als voorbeeld. “Fisk zei over zijn eigen berichtgeving vanuit Afghanistan: ‘gevoelens zullen altijd in je berichtgeving vertaald worden. Pas als je iets van die gevoelens onder woorden brengt, snapt de lezer waarover je het hebt’.”

Nieuwe plek

De vanzelfsprekendheid waarmee Kilic en zijn drie collega’s iedere dag vanuit de Kanaalstraat hun nieuwsberichten tikken, is er niet altijd geweest. Vóór Firat News Agency was Mesopotamia News Agency in Duitsland het enige Koerdische persbureau in Europa. Op een ochtend in 2005, drie maanden voor de Duitse verkiezingen, kwam daaraan abrupt een einde. Een antiterreureenheid viel binnen. De boel werd dichtgegooid op verdenking van propagandapraktijken voor de PKK. “Later werd die beschuldiging van het Duitse Ministerie van Binnenlandse Zaken door de rechtbank ongegrond verklaard”, vertelt Kilic.

Na de inval was duidelijk dat er een nieuwe plek moest worden gezocht. De keuze voor Nederland was snel gemaakt. “Nederland kent geen Koerdenprobleem”, zegt Kilic. “In Duitsland zijn de Koerden georganiseerd en erg actief. Ze komen vaak in conflict met de politiek. Dan ligt zo’n persbureau gevoelig.” Volgens Kilic zijn Nederlandse Koerden liberaler en rustiger.

Toch krijgt het persbureau geregeld haatmail van Nederlandse Turken. “Dan worden we bedreigd omdat we terroristen aan het woord laten”, vertelt Kilic. Het persbureau houdt de berichten goed in de gaten. “Als we vaak worden lastiggevallen door dezelfde persoon, letten we iets beter op.” Kilic maakt zich geen zorgen. “Een gewone Turkse jongen zie ik niet als een bedreiging. Als er ooit iets tegen ons wordt ondernomen zal dat groter zijn. Via de Turkse regering of de geheime dienst.”

Veel tijd om zich te verdiepen in de Koerdische en Turkse gemeenschap hier in Nederland heeft Kilic niet. Hij brengt het grootste deel van zijn tijd door in het kantoortje, afgesloten van de wereld om zich heen. Ook al woont hij in Nederland, zijn persbureau is de stem van alle Koerden. “Je blijft gefocust op Koerdistan. Op het grotere verhaal.”

Hij heeft geen baan van negen tot vijf. ’s Nachts blijft er altijd iemand om het laatste nieuws bij te houden. “Als ik naar huis ga, zijn er altijd nog stapels berichten die geredigeerd moeten worden.” En als Kilic thuis een film kijkt, zapt hij toch even tussendoor om te zien wat CNN te melden heeft.

Hij woont in Den Haag, maar blijft doordeweeks vaak bij zijn collega in Amsterdam slapen. “Mijn familie ziet me weinig.” Kilic is vrijgezel. “Als ik getrouwd was, zou ik dit niet volhouden.”

Het Koerdische conflict in Turkije

In 1984 begon de Koerdische Arbeiders Partij (PKK) met een gewapende strijd tegen de Turkse regering met als doel een onafhankelijke Koerdische staat te stichten in onder meer Turkije.

Midden jaren negentig werden duizenden dorpen in het Koerdische zuidoosten en in het oosten van Turkije verwoest door het Turkse leger om de macht van de PKK in te dammen. Honderdduizenden Koerden vluchtten. In 1999 werd PKK-leider Abdullah Öçalan gearresteerd. In veel landen zorgde dat voor rellen onder de Koerdische bevolking.

Inmiddels heeft de PKK de strijd voor een onafhankelijke staat opgegeven en is het doel van de partij autonomie en meer rechten voor de 15 miljoen Koerden in Turkije. Onlangs stelde de Turkse regering dat de Koerdische kwestie langs democratische weg opgelost zal worden.

Klein wereldje

De band met andere Koerdische journalisten in Europa is sterk. “Het is een klein wereldje”, zegt Kilic. “Er zijn zo’n tweehonderd Koerdische journalisten in Europa en we kennen elkaar allemaal.” Het zijn bijna allemaal vluchtelingen uit Turkije, Irak of Iran. “In het thuisland hing hen een gevangenisstraf boven het hoofd. Naar Europa vluchten was de enige manier om hun werk als journalist voort te zetten. Sinds 1992 zijn er 38 Koerdische journalisten in Turkije om het leven gebracht.”

Kilic is al vijftien jaar niet teruggeweest naar zijn geboorteland. “Er is een dossier over mij. Als ik een voet zet in Turkije krijg ik trammelant. Verhoren, rechtszaken, dat soort dingen.” Als actief lid van de Koerdische pers heeft hij daar geen goede naam. “Ik ben een doorn in het oog van de Turkse regering.”

“Mijn doel”, zegt Kilic, “is om in alle vrijheid terug te keren naar de hoofdstad van alle Koerden, Diyarbakir en daar als journalist te werken. Ik mag hier in Nederland dan een geïntegreerde Koerd zijn, maar ik wil dáár oud worden.”

Reblog this post [with Zemanta]