Welkom winterdepressie

Sneeuw in Amsterdam in Anaglyph 3D
Image By: menu via Flickr

De één wacht smachtend op een elfstedentocht, de ander vervloekt de winter en  droomt van tropische oorden. Een serie columns over de winter.

Amsterdam – Volgens mijn moeder ben ik geboren in een van de koudste winters van de eeuw; buiten vroor het 12 graden. Met dikke sjaal om en muts op moest de vroedvrouw naar ons huis schuifelen om mijn moeder te helpen bij de bevalling. Koud was het zeker, maar de koudste winter zeker niet want volgens het KNMI behoort 1986 niet tot de acht strengste winters van de 20ste eeuw.

Uitglijden

Behalve de maand waarin ik geboren ben, heb ik helemaal niets met de winter. Sterker nog, ik heb liever helemaal geen winter. Zo ben ik dit jaar al zeker tien keer uitgegleden. De meest gênante buikschuiver maakte ik drie weken geleden. Samen met drie anderen stond ik op een kruispunt te wachten op een tram, die al een uur weigerde te komen. Alle vier bibberden we van de kou. Af en toe tilden we onze voeten op om te voelen of er nog enig gevoel zat in onze tenen.  Na een uur wachten, was er niet veel meer van over.

Toen we in de verte eindelijk een voertuig met nummer 12 op de voorkant aan zagen komen, leek een klein vreugdedansje op zijn plaats. Of toch niet. Een halve minuut later lag ik samen met drie anderen op mijn buik op het gladde wegdek, als pinguïns die over het ijs schuiven. De tramconducteur kon een klein lachje niet onderdrukken.

Winterdepressie

Ik begrijp inmiddels steeds beter waarom er in dit seizoen altijd gesproken wordt over de ‘winterdepressie’. De dagen worden korter en donkerder, de nachten kouder. Naar schatting een op de tien Nederlanders voelt zich somber, geïrriteerd, duf, en vermoeid. Ik voel een soort constante melancholie. Mijn knie is blauw en dik. Met thermosokken aan en een kruik op mijn buik verlang ik naar zon en vakantie.

Opeens klinkt het ook niet meer dan logisch dat een groot aantal Nederlanders elk jaar naar Spanje of Portugal trekt om er te ‘overwinteren’. En dat er bij voetbalclubs een ‘winterstop’ is ingelast. Of dat ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken op 7 januari van dit jaar ‘ijsvrij’ kregen omdat de wegen door de sneeuwval onbegaanbaar waren.

In de media zijn de berichten over de winter van 2010 ook niet al te positief. Het strooizout in Nederland is bijna op, er zijn meer ongevallen vanwege de gladheid en het openbaar vervoer kampt met vertragingen. De sneeuwval van dit weekend heeft de kans op een zestiende Elfstedentocht, tot ongenoegen van de Koninklijke Vereniging de Friesche Elf Steden, nog verder verkleind.

‘Zoutkaartje’

IJskonijnen, winterdepressies, en winteroffensieven, geen woorden met hele positieve associaties. En nu komt de NS deze week met een nieuw winterwoord waar we nooit eerder van hadden gehoord: het zoutkaartje. Een treinkaartje met korting voor automobilisten die de ongestrooide wegen van Rijkswaterstaat willen mijden.

Of het woord ook echt in het woordenboek wordt opgenomen is nog afwachten. Daarvoor moet het de komende winters flink gaan sneeuwen en vriezen. En er moet een tekort aan strooizout zijn natuurlijk. Gladde wegen, vallende mensen, blauwe knieën, maar wel met zoutkaartje. Een warm welkom voor de winterdepressie.

Reblog this post [with Zemanta]