Europese ‘supercomputer’ goed voor Amsterdam

Supercomputer van de NASA. Image by: NASA
Supercomputer van de NASA. Image by: NASA

AmsterdamDoor de komst van een Europese ‘supercomputer‘ naar Amsterdam zal de stad meer software bedrijven aantrekken.  In het ICT-dienstencentrum SARA in Watergraafsmeer bevindt zich al een nationale supercomputer. Een uitbreiding van dit ‘IT-cluster’  zal op Amsterdam de aandacht vestigen als plek voor zogeheten ‘High Performance Computing‘, het snel uitvoeren van complexe berekeningen. Dit zegt Patrick Aerts, directeur van Stichting Nationale Computerfaciliteiten, onderdeel van de Nederlandse Organisatie van Wetenschappelijke Onderzoek (NWO).

Het kabinet wil dat een van de vijf geplande Europese supercomputers in Amsterdam komt. Dat staat in de kabinetsvisieSupercomputers en supernode in Nederland’, die de ministerraad afgelopen december goedkeurde. “In het Science Park in Watergraafsmeer bevinden zich al de knooppunten van de belangrijkste internetverbindingen van de wereld, het snelste onderzoeksnetwerk ter wereld SURFnet, en belangrijke onderzoeksinstituten van NWO,” aldus Aerts.  Ook de nabijheid van Schiphol speelt, vanwege de Europese dimensie, een rol.

De nieuwe supercomputer zal gebruikt worden voor wetenschappelijk en toegepast onderzoek. De supercomputer wordt onderdeel van een ‘supernode’, een knooppunt in het Europese supercomputernetwerk. Omdat Europa niet afhankelijk wil zijn van de Verenigde Staten of Azië – de huidige koplopers in High Performance Computing  – voor bijvoorbeeld klimaatberekeningen, wil de Europese Unie een Europees netwerk van een stuk of vijf supercomputers aanleggen.

De Europese Unie heeft voor het Europese supercomputernetwerk een bedrag van zeventig miljoen euro gereserveerd. Dit geld is vooral bedoeld om de samenwerking en infrastructuur tussen de verschillende Europese supernodes te bekostigen. De computer zelf moet door de gastlanden worden betaald. Het kabinet schat de kosten voor het knooppunt op 25 miljoen euro per jaar. Deze kosten zullen voornamelijk door het Rijk moeten worden opgebracht, maar het is ook de bedoeling dat wetenschappelijke instellingen en bedrijven meebetalen. Hoe de precieze verdeling wordt is nog niet duidelijk. Het knooppunt zal tussen 2010 en 2015 opgebouwd worden.