Geen slaapplek, wel een vakbond

DSC00775
Twee van de drie vakbondsbestuursleden; Henk Ribbink (r) en Patrick Hartewig (l) met zijn hond.

Op 25 augustus is De Daklozen Vakbond in het leven geroepen. Voor en door daklozen. Maar wat kan zo’n vakbond in de praktijk voor haar leden betekenen?

In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn bijna geen mensen meer te vinden zonder vaste woonplaats. Tot die conclusie kwam het kennisinstituut Trimbos afgelopen juni tijdens een beoordeling van het daklozenbeleid in de hierboven genoemde steden. De gemeente Amsterdam concludeerde vervolgens dat het daklozenbeleid voor een daling van het aantal daklozen in de hoofdstad zorgt. Toch is het dringen geblazen tijdens het tweede inloopspreekuur van de Daklozen Vakbond (zie kader). Op papier zijn ze dan misschien zo goed als verdwenen, in de praktijk verschijnen ze wel op het partijkantoor van de SP in Amsterdam. Daar is de uitvalbasis van de onlangs opgerichte vakbond voor daklozen.

De Daklozen Vakbond

De Daklozen Vakbond is een initiatief van de Amsterdamse SP in samenwerking met vrijwilligersvereniging Daklozen Actie Kollektief (DAK). Lidmaatschap is gratis en uitsluitend bedoeld voor daklozen in Amsterdam. Bij succes breidt de vakbond zich uit naar andere steden. Het voorlopige bestuur bestaat uit: Patrick Hartewig, Henk Ribbink en Ingrid Maas. De belangenbehartiger heeft twee weken na oprichting bijna honderd leden.

Gemeenteraadslid Maureen van der Pligt van de SP in Amsterdam is een van de initiatiefnemers van de vakbond. Ze begrijpt niet dat op bestuurlijk niveau het idee bestaat dat daklozen steeds meer tot een zeldzaamheid behoren, terwijl bekend is dat in Amsterdam zeker 2500 daklozen leven (zie kader 2). “Soms vraag ik aan collega-raadsleden of ze weten hoeveel daklozen er in de stad leven. Sommigen zeggen dan: ‘hooguit een stuk of vijftig’. Ik denk daarom dat daklozen het beste zelf hun problematiek kunnen aankaarten, zodat ik die signalen in de raad kan doorkoppen.” Van der Pligt vindt het vreemd dat journalisten haar vragen waarom ze zelf niet in het vakbondsbestuur zit. “Het is een vakbond voor en door daklozen. Ik behoor niet tot die doelgroep; ik heb immers een dak boven mijn hoofd.”

Het driekoppige bestuur van de vakbond bestaat enkel uit daklozen. De voorzitter is de Duitse stadsnomade, Patrick Hartwig, die in een hutje van sloophout in natuurgebied De Bretten woont. “Veel personen praten vaak over, maar nooit met daklozen”, zegt hij. Daarom wil Hartwig de zwakkeren via de vakbond een stem geven en misstanden op het gebied van het Amsterdamse daklozenbeleid aan het daglicht brengen. Want die zijn er -volgens Hartwig- in overvloed.

Nachtbrakende dieven

De kersverse voorzitter legt uit dat er nachtopvangplaatsen bestaan waar daklozen niet willen slapen, omdat mensen elkaar daar ’s nachts bestelen. Bovendien zijn een groot aantal instellingen voor daklozen uitsluitend bedoeld voor mensen met een verslaving of een psychische aandoening. Rob Nicolai, die zich zojuist bij de vakbond heeft ingeschreven, erkent dit fenomeen.  “Ik heb geluk dat ik flink in de schulden zit. Voor de nachtopvang compenseert dat het feit dat ik niet gestoord of verslaafd ben.’’ Nicolai, die in een ver verleden Engels aan de UvA studeerde, belandde drie jaar geleden na een gedwongen ontslag op straat. Hij overweegt nu of het een oplossing is een drankverslaving op te bouwen om makkelijker toegang te krijgen tot opvanghuizen.

SP-er Van der Pligt vult aan dat er meer problemen zijn. Ze geeft aan dat daklozen op specifieke momenten welkom zijn bij de ene opvang, vervolgens een paar dagen bij een volgende en daarna weer op een andere plek. “Ze moeten een agenda bijhouden om te weten waar en wanneer ze welkom zijn.”

Naast een gebrekkige organisatie van de opvanghuizen, is er volgens het SP-raadslid ook een drastisch tekort aan opvangplekken voor daklozen. Het gevolg is dat daklozen op straat gaan slapen. Dat resulteert vervolgens in boetes die het merendeel niet kan betalen. Uiteindelijk belanden straatslapers daarom vaak in de gevangenis. “Dit levert hogere maatschappelijke kosten op dan de uitbreiding van het aanbod van opvangcentra”, aldus Van der Pligt.

Aantal daklozen in Amsterdam

Amsterdam telt in totaal 2500 daklozen, die bij maatschappelijke zorginstellingen staan geregistreerd. Hiervan slapen er ruim 600 op straat. De rest slaapt in opvangcentra, portieken, op woonboten en in zelfgebouwde krotten. Naast de geregistreerde daklozen is er een verborgen groep zwervers. Het vakbondsbestuur schat dat het om een populatie van minstens 1500 mensen gaat.

Een vast adres

Wat levert lidmaatschap van de vakbond op korte termijn concreet op? Naast individuele belangenbehartiging is dat met name de mogelijkheid voor leden om het thuishonk van de vakbond als postadres op te geven. Beschikking over een postadres is nodig om een uitkering aan te vragen. Maar zelfs met een postadres zorgt de afwezigheid van een vast slaapadres voor problemen. Dit stelt de gemeentelijke Ombudsman in Amsterdam in het in mei verschenen rapport ‘Dakloze zoekt brug’. Aanleiding was een dakloze die een bijstandsuitkering aanvroeg. Om de aanvraag te beoordelen, moest de man de Dienst Werk en Inkomen (DWI) in Amsterdam toestemming geven om zijn slaapplaats de komende vijf nachten te bezoeken. Aangezien de man niet over een vast onderkomen beschikte, kon hij dit niet doen. De dienst wees de aanvraag af, met als motivering dat de man weigerde mee te werken. Onterecht, oordeelde de Ombudsman. Toch lopen daklozen, ondanks het oordeel van de Ombudsman, tot op heden tegen dit fenomeen aan.

De speerpunten van de vakbond zijn: het aanpassen van het boetebeleid van de politie met betrekking op zogenoemde buitenslapers, zorgen voor meer en betere daklozenopvang en een betere verdeling tussen zorgcentra voor verslaafden en niet-verslaafde daklozen.

Gemeentebeleid

Ook de gemeente Amsterdam lijkt haar best te doen voor daklozen. Samen met Den Haag, Rotterdam en Utrecht maakte ze in 2006 afspraken met het Rijk over intensivering van het daklozenbeleid. Het zogeheten ‘Plan van Aanpak Maatschappelijk Opvang 2007 – 2010 blijkt volgens evaluatierapporten van de gemeente en het Rijk aanzienlijk bij te dragen aan de oplossing van de problemen van daklozen. De gemeente heeft speciale inloophuizen ingesteld. Daklozen krijgen daar de kans om een traject te doorlopen dat hen uiteindelijk aan een eigen woning helpt.

Niet iedereen deelt de opvatting dat de gemeente effectief beleid voert. Irmin van der Meijden van het Daklozen Actie Kollectief verklaarde half mei in dagblad Trouw dat de inloophuizen niet bijdragen aan een oplossing voor het daklozenprobleem. Dit omdat er een beperkt aantal trajecten is. Bovendien is het intensieve traject niet geschikt voor iedere dakloze. Gevolg is dat maar een klein aantal het traject uiteindelijk succesvol afrondt.

Hartwig vindt dat de gemeente zich wel inzet voor daklozen, maar in de uitvoering haar doel mist. Hij pleit dan ook voor intensieve samenwerking met de gemeente. Dat burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan, beschermheer van de vakbond is, doet de bestuursleden deugd. “De burgervader kan binnenkort een belletje kan verwachten om verbetering van het daklozenbeleid te bespreken”, verzekeren ze.

Obstakels

De Daklozen Vakbond stuit, ondanks haar korte bestaan, al geregeld op obstakels. Zo heb je als je minder dan twee jaar staat ingeschreven als inwoner van Amsterdam, geen recht op een uitkering. “Leg dat maar uit aan buitenlandse zwervers”, vertelt een van de bestuursleden tijdens het inloopspreekuur.

Ook krijgt de vakbond moeilijk grip op zogeheten ‘zorgmijders’. Dit zijn daklozen die vanwege trots of andere redenen geen maatschappelijke hulp willen zoeken. Een ander probleem waar de vakbond tegen aanloopt, is dat ze nogal afhankelijk is van de ondersteuning en huisvesting van de SP, waar ze in ieder geval op korte termijn gebruik van maakt. Zoals de dakloze Nicolai opmerkt: “Het is onhandig om als geheel zelfstandige vakbond te leunen op een andere organisatie. Als dakloze kun je moeilijk papierwerk mee naar huis nemen.”

De tijd zal leren of de Daklozen Vakbond een lans kan breken voor haar leden. Geen van de initiatiefnemers zal gouden bergen beloven aan mensen die überhaupt geen dak boven het hoofd hebben. Maar vakbondsvoorzitter Hartwig heeft alle vertrouwen in een goede afloop: “De huidige situatie kan alleen maar beter worden.”

Een reactie op “Geen slaapplek, wel een vakbond

  1. Een prettig te lezen en evenwichtig artikel waarbij ik wel even wil verklaren dat mijn opmerking in dit artikel waarbij ik verklaar te overwegen mijzelf een alcoholverslaving te bezorgen om daarbij betere kansen te hebben om hulpverlening te krijgen cynisch bedoeld was.
    Ik heb absoluut niet de intentie om op straat zwalkend aangetroffen te worden zwaaiend met een blik bier of een halve fles Chateau migraine.
    Maar het is een triest feit dat een crimineel verleden (Reclassering) , verslavingsproblematiek, of geestelijke problemen je mogelijkheden op hulp vergroten.
    Dit is op zichzelf niet eens zo erg maar het houd in de praktijk wegens gebrek aan budgetaire mogelijkheden in dat ik elke vorm van hulp op mijn buik kan schrijven en dus per definitie niet uit de problemen kan komen en dus tot dit bestaan veroordeeld ben.

Reacties zijn gesloten