‘I am no one from nowhere’

Met het openstellen van de EU-grenzen overspoelen Bulgaren de Nederlandse arbeidsmarkt.  Maar de regels van het spel zijn ingewikkeld en velen komen in conflict met de belastingdienst. Het alternatief: de illegaliteit. “Nederlanders geven het werk aan Turken, en de Turken geven het aan ons.”

Ze zijn die ochtend vroeg aangekomen in Amsterdam. De twee mannen staan onder een winkelluifel bij het Mercatorplein in Amsterdam West. De handen in de zakken. Naast de een staat een kleine zwarte koffer, bij de ander een sporttas. Het miezert al de hele dag. Komt hij nog? De kleinere van de twee haalt een smoezelig zwart boekje uit zijn zak en slaat het open. Mercatorplein staat er, en een 06-nummer. 

 

Alleen voor vijf euro willen de twee hun naam noemen. Wel leggen ze met een mix van handen, Duits en Engels uit dat ze hier een kennis zouden ontmoeten. “In Roemenië kein geld, kein arbeid,” zegt de langere. En wat als de kennis niet komt? De man doet de handen in een driehoekje boven zijn hoofd, maakt eetgebaren en schudt zijn hoofd. Dan hebben ze geen dak en geen eten.

Of, misschien kunnen ze dan bij de verslaggever slapen? En mogen ze de telefoon even gebruiken, om hun familie te bellen in Roemenië? Of in ieder geval die kennis? Terwijl de kleine belt, wijst de ander naar de sporttas. Daar zit een accordeon in. Ze gaan muziek maken om geld te verdienen. Mocht het hier niet lukken, dan hebben ze nog wel meer nummers in hun boekje. Van kennissen uit Rotterdam en België.

Open grenzen
Jaarlijks migreren zo’n vijfduizend Bulgaren en ruim tweeduizend Roemenen naar Nederland. De Bulgaarse gemeenschap is sinds de toetreding van de twee lidstaten in 2007 landelijk meer dan verdrievoudigd, in Amsterdam zelfs verviervoudigd. Daarnaast zijn er veel – hoeveel is onbekend – migranten die in de statistieken niet voorkomen. Ze komen om te werken. Thuis heeft de crisis toegeslagen. Het minimumloon is er met zo’n honderd euro per maand dertien keer zo laag als in Nederland. De open grenzen lokken. Maar werken, althans legaal, is nu net het probleem. Voor de nieuwe lidstaten geldt nog geen vrij verkeer van werknemers. Tot in elk geval eind 2012, en uiterlijk eind 2013, heeft Nederland beperkingen opgelegd aan burgers uit deze landen om de toestroom van arbeidskrachten te reguleren. Er zijn slechts twee manieren om hier aan de slag te kunnen: met een tewerkstellingsvergunning bij een werkgever of als zelfstandig ondernemer.

Op een bedrijventerrein in Zaanstad ruikt het afhankelijk van de windrichting naar brownies of citroentaart. De Bulgaarse accountant Lili Schroot heeft er onder de rook van cacao- en zetmeelfabrieken haar kantoor. De liefde bracht haar dertien jaar geleden naar Nederland. Nu ondersteunt ze Bulgaarse ondernemers en is verontwaardigd. “Ze maken legaal werken hier bijna onmogelijk. Als mijn klanten de vragen van de Belastingdienst invullen, krijgen ze als antwoord: ‘Je bent geen zelfstandige.’”

Deze middag had Schroot eigenlijk geen afspraken, maar het is een komen en gaan van klanten. Op haar witte pumps loopt ze druk heen en weer met koffie, mappen en folders. Op tafel staan Bulgaarse bonbons. Schroot helpt haar klanten om de taal, maar vooral de Nederlandse regels te begrijpen. Bij de woorden ‘Belastingdienst’ en ‘Arbeidsinspectie’ gaan haar ogen vlammen.

Ondernemer
Lyubomir Banchev – in leren jas, laptop op tafel – bespreekt met Schroot de mogelijkheden om kinderbijslag aan te vragen voor zijn twee kinderen in Bulgarije. Voor hem gold driemaal scheepsrecht. In 2007 kon hij met een tewerkstellingsvergunning een seizoen lang andijvie snijden in Breda. Hij scheidde in Bulgarije, wilde een nieuw begin en betaalde in 2008 tweehonderd euro aan een Bulgaars bedrijf dat voor hem legaal werk en een huis zou regelen in Nederland. Bij aankomst in Eindhoven bleek het verkregen telefoonnummer niet te werken. Het was carnaval en alle hotels waren bezet. Na twee nachten op het station keerde hij weer terug naar Bulgarije. Twee maanden later ondernam Banchev de tocht voor de derde keer en startte een eigen klusbedrijf, dat inmiddels goed loopt. Banchev (in het Engels): “Ik moet voor minder werken dan een Nederlander, anders krijg ik geen klussen. Maar ik heb veel meer kosten aan belastingen en verzekeringen dan Bulgaren die zwart werken en dus nog ver onder mij kunnen gaan zitten met hun prijs.”

Omdat een tewerkstellingsvergunning moeilijk te verkrijgen is – de werkgever moet dan aantonen dat er geen geschikte kandidaten te vinden zijn zonder vergunning – kiezen veel Bulgaren voor het ondernemerschap. In het jaar van toetreding steeg het aantal Bulgaarse starters van een kleine tweehonderd naar bijna zestienhonderd. In Amsterdam is eenderde van de – geregistreerde – Bulgaren zzp-er.  Maar over de precieze definitie van ondernemerschap botsen zij regelmatig met de belastingdienst.

Echtpaar Stoilova werkte jarenlang met een tewerkstellingsvergunning bij een kweker in Brabant. Een half jaar werken in Nederland, dan een half jaar uitrusten in Bulgarije. Dit jaar kon de werkgever geen vergunning voor hen krijgen. Dus registreerden ze zich bij de Kamer van Koophandel als zelfstandig ondernemer. Om vervolgens als zelfstandige bij dezelfde kweker aan de slag te gaan. Ze wonen in een caravan achter de kas. Vandaag zijn ze persoonlijk vanuit Brabant gekomen, want de nood is hoog. Stoilova (in gebroken Nederlands) “De Arbeidsinspectie is gisteren langs geweest. Ik kwam net uit de douche. Ze hebben ons drie en een half uur ondervraagd. Ik ben niet crimineel.”

Schijnzelfstandige
De inspectie vroeg de Stoilova’s of ze hun eigen werktijden bepaalden, zelf de plantjes kochten, ze iemand anders konden sturen als ze zelf ziek waren. Is het antwoord nee? Dan ben je geen zelfstandige, maar een werknemer. En voor een Bulgaarse werknemer heeft de werkgever een vergunning nodig. Boete voor de kweker: 8000 euro per illegaal werkende werknemer.

Schijnzelfstandigen, noemt de Arbeidsinspectie dit fenomeen, dat voornamelijk bij Bulgaren en  Roemenen voorkomt. De schijnzelfstandige staat geregistreerd als zzp-er, maar werkt in feite als werknemer. “Het is een beperkt maar groeiend verschijnsel, omdat het een aantrekkelijke vlucht is om hier aan de slag te gaan,” zegt Magda de Vetten, woordvoerder van de Arbeidsinspectie. Van 2008 op 2009 verdubbelde het aantal schijnzelfstandigen dat de Arbeidsinspectie bij controle tegenkwam.

De Stoilova’s snappen het probleem niet. Schroot evenmin. Ze staan toch geregistreerd als zelfstandige, hoe kan de inspectie dan bepalen dat ze dat niet zijn? “Als de regels nou duidelijk zijn, maar de regels zijn niet duidelijk,” zegt de man boos in het Engels. De Arbeidsinspectie benadrukt dat het niet om de officiële papieren gaat, maar om de praktijk: is er wel of niet sprake van een hiërarchische relatie tussen opdrachtgever en zzp-er. Schroot en de Stoilova’s overleggen of ze een advocaat in de hand moeten nemen.

Formulieren van de Belastingdienst, Kamer van Koophandel, VAR-verklaringen: veel Bulgaren beginnen er überhaupt niet aan. Deze groep komt zelfs niet voor in de statistieken, omdat ze niet zijn ingeschreven. Om hoeveel mensen het gaat, is daarom moeilijk te zeggen. Bij een recent verschenen onderzoek van het NICIS Instituut onder Oost-Europeanen in Rotterdam gaf veertig procent van de bijna honderd ondervraagde Bulgaren aan zich niet te hebben ingeschreven bij de Gemeentelijke Basisadministratie.

Kansarm
Uit hetzelfde onderzoek, dat de kennislacune over de groeiende en tot nog toe vrij onbekende groep Bulgaren moet opvullen, bleek dat Bulgaren hun weg relatief vaak via het zwarte circuit vinden in vergelijking met andere groepen Oost-Europeanen. Ze zijn vaker dan Roemenen kansarm op de Nederlandse arbeidsmarkt, omdat ze lager opgeleid zijn en in eigen land al werkloos.

Veel van deze kansarme Bulgaren zijn Turkse Bulgaren. Zij vinden hun weg via de Turkse gemeenschap in Nederland. Al in 2002 bleek uit onderzoek in Den Haag dat Turkse ondernemers vaak Turks Bulgaarse werknemers uitbuitten. De Gemeente Amsterdam vermoedt dat in Amsterdam dezelfde situatie geldt, maar heeft dit, in tegenstelling tot Rotterdam en Den Haag, nog niet onderzocht.

Wie Bulgaren in Amsterdam wil vinden, moet op het Mercatorplein zijn. Na een aantal dagen regen, is de zon daar inmiddels doorgebroken en trekken de mensen de straat op. Met luid gebel komt een vrouw van in de vijftig het plein op fietsen. Ze zwaait links en rechts en houdt stil voor een groepje mannen dat op de bank zonnebloempitjes zit te kauwen onder het genot van een blikje energiedrank. Het is de Bulgaarse Reni, de ‘mama’ van het Mercatorplein. Twee grote goudkleurige oorringen, kraaienpootjes rond de ogen, bij de haarwortels maakt rood plaats voor grijs. 

In Bulgarije was Reni kleuterleidster in Sofia, moeder van twee kinderen en oma van nog meer. Maar ze kon de lening van haar huis niet meer betalen en vertrok drie maanden geleden naar Nederland. Ze werkt als huisschilder. De eerste maand sliep ze in het park, maar nu gaat het goed. Ze wijst op haar verroeste fiets, en laat twee mobieltjes zien. Alleen haar huur, die is zo vreselijk hoog: tweehonderd euro per maand, voor een kamer die ze met vijf anderen deelt. Hoe groot? Ze overlegt met een van de mannen. Drie bij vier denkt zij, hij zegt vijf bij zes.

De mannen geven de zak zonnebloempitjes door en kauwen. Ze spreken Bulgaars en Turks. In Bulgarije leeft een minderheid van tien procent Turkse Bulgaren, nog uit de tijd van het Ottomaanse Rijk. Bij de Turkse Aya Sofia Moskee en op dit plein ontmoeten ze elkaar om werk uit te wisselen en te kletsen. Een van hen is Ali Canueb. Met zijn benen over elkaar rookt hij een sigaretje. In zijn haar heeft hij een zonnebril geschoven. Als hij lacht blinkt een gouden tand.

Vijf jaar geleden probeerde hij al eens in Griekenland werk te vinden. Zonder succes. Een jaar geleden raakte hij zijn baan kwijt in een bakkerij en kwam met een busje vol Bulgaren naar Nederland. De andere mannen kent hij van zijn dorp in Bulgarije. “Ze zeiden dat hier banen waren.” Over werkvergunningen wist hij niets. “Nu blijkt dat ze om documenten vragen, anders is het illegaal.”

Zwartwerkers
De positie waarin Canueb zich bevindt, wordt in het NICIS-rapport ook wel een ambivalente juridische genoemd. Wél toegang tot Nederland, maar geen toegang, of in ieder geval beperkte toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Voordat Bulgaren aan de reis beginnen, zijn ze vaak niet van deze positie op de hoogte. “Het enige dat ze weten is dat Bulgarije bij de Europese Unie zit, en dat ze hier dus heen kunnen reizen,” zegt een medewerker van de Aya Sofia Moskee. De Bulgaren zijn dan ook koploper als het gaat om illegaal werk: bij een kwart van de illegaal tewerkgestelden die de Arbeidsinspectie tegenkomt, gaat het om een Bulgaar. Met de Roemenen erbij betreft het zelfs een derde.   

Ook Canueb vindt zijn werk zonder werkvergunning. Via vrienden. Net als de mannen naast hem op de bank, in de bouw. “Nederlanders geven het werk aan Turken, en de Turken geven het aan ons.” Ze krijgen er veertig à vijftig euro per dag voor. Een stuk minder dan de Nederlanders, beseffen ze. Maar nog altijd veel meer dan ze thuis verdienden. Daar kwamen ze op zo’n 75 euro per maand.

Nee, terug willen ze niet. “Alleen als ze ons dwingen. De mensen hier zijn aardig, het geld is goed.” Alleen hun familie missen ze. Waar ze slapen? De mannen lachen. In het park, bij vrienden, in lege huizen in de buurt. In de Gemeentelijke Basisadministratie zijn ze in ieder geval niet te vinden.

In Slotervaart is zo’n woonblok met ‘lege huizen’. Jonge mannen uit Oost-Europa vinden hier hun slaapplek. De flatgebouwen staan op de lijst om gesloopt te worden, en zijn met hoge hekken omheind. Verboden toegang. Deuren zijn dichtgetimmerd met spaanplaat, ruiten ingegooid, leidingen weggesloopt. De garagedeuren hangen half in hun voegen. In een van de garages is een tuinslang aangesloten op de waterleiding in de grond. Verderop lopen elektriciteitsdraadjes uit een gat in de grond waar eerst een lantaarnpaal heeft gestaan, en gaan op de derde verdieping van de flat naar binnen.

Straatnieuws
Het lijkt uitgestorven. Maar kleine tekens van leven verraden het tegendeel. Een jongenshoofd duikt weg achter het raam. Een t-shirt hangt over het balkon. Er klappert een deur, een man loopt voorbij. “I am no one from nowhere,” antwoordt hij en loopt gauw verder. Achter een van de huizen maakt een groepje mensen een vuurtje van afval. Een van de mannen wil wel praten en komt door het hoge gras.

Robert, of Omar heet hij. Afhankelijk of hij zijn Roemeense of Turkse naam gebruikt. Hij woont hier niet, maar is op bezoek bij Hongaarse vrienden. “Maar het is hier vol met mensen, overal vandaan,” zegt hij in het Engels. Zelf kwam Robert zes maanden geleden met Eurolines naar Nederland, met zijn ID en wat geld op zak. Thuis had hij familieproblemen en verloor zijn baan als banketbakker. “In Roemenië had ik goede verhalen gehoord over Nederland. Dat er hier veel werk was.” Maar dat viel tegen. Robert verkoopt nu het Straatnieuws. “Het is moeilijk,” zegt Robert. “Je mag hier komen, maar je mag niets doen.”

In de Buurtentree aan het Mercatorplein weet gastvrouw Johanna de Schipper de gevolgen van deze migratie treffend te verwoorden. “Vergelijk het met een vissenkom. Officieel zwemmen er tien vissen, maar eigenlijk zijn het er twintig. Alle twintig maken gebruiken van de ruimte, de plantjes en het visvoer.” Zo’n circuit dat zich aan het zicht van de gemeente onttrekt, zet ook de leefbaarheid van de wijk onder druk. “Mensen die zwart werken en wonen willen anoniem blijven en draaien niet mee. Maar ze zijn er wel.”

 Bos en Lommer
Volgens cijfers van het CBS wonen hier momenteel ruim 15.000 Bulgaren. In Amsterdam is het de snelst groeiende gemeenschap, en daar woont dan ook een relatief groot deel ervan, namelijk vijftien procent. Ter vergelijking: van de Polen in Nederland woont slechts vijf procent in Amsterdam. De Bulgaren in Amsterdam wonen vaak in buurten waar ook veel Turkse Amsterdammers wonen, met name in Geuzenveld en Bos en Lommer.