Capel maakt vuist voor stadsgezinnen

 

'De gemeente heeft een blinde vlek voor kinderen' foto: Johannes Abeling
'De gemeente heeft een blinde vlek voor kinderen' foto: Johannes Abeling

Gezinnen willen Amsterdam en Amsterdam wil gezinnen. Maar deze ‘stadsgezinnen’ lopen tegen een hoop obstakels op. In de toekomst niet meer, als het aan D66-raadslid Sebastiaan Capel ligt.

 

Amsterdam, 19 jan – Ondanks alle ongemakken, heeft Amsterdam een grote aantrekkingskracht op gezinnen. Ze houden van de stad, haar sfeer en van het feit dat ze overal op hun bakfiets heen kunnen. Of het nu hun werk, de kindercrèche, de supermarkt of een kroeg in de binnenstad is.

D66-raadslid Sebastiaan Capel (35) boog zich het afgelopen jaar over de ongemakken die een ‘stadsgezin’ heeft. “Kies je als gezin voor de stad, dan kun je niet met je kinderen op die 140 vierkante meter wonen die je zou willen. Tuinen zijn er amper, evenals carports. Maar daar kan een park of een parkeergarage tegenover staan.”

Het afgelopen jaar is Capel, van origine stadsgeograaf, diep in de problematiek gedoken. Nu legt hij de laatste hand aan een voorstel over ‘stadsgezinnen’. Half februari gaat hij dit aan de gemeenteraad en het college van B&W overhandigen. Capel: “Als de gemeente in haar beleid meer rekening houdt met gezinnen, kunnen een aantal van de problemen die ze hebben verminderen.”

Hoe denkt Capel dit te gaan financieren in tijden van gemeentelijke bezuinigingen? “Het hoeft niet per se veel te kosten. Het zijn vooral beleidskeuzes die de gemeente moet maken. En dus politieke keuzes.”

Stadskinderen

Gezinnen zijn belangrijk voor de stad, stelt Capel. “Ze zorgen voor diversiteit onder de inwoners. Daarnaast brengen ze sfeer en levendigheid. En voor Amsterdam is het in de toekomst fijn als er ‘stadskinderen’ zijn die al hun hele leven in Amsterdam wonen en dus veel binding hebben met de stad.”

Vooral op het gebied van wonen moet de gemeente meer doen voor gezinnen, meent Capel. “Het overgrote deel van de Amsterdamse woningen is een stuk kleiner dan, zeg, 100 vierkante meter en dus niet ideaal voor gezinnen.” Zijn voorstel: bestaande woningen binnen de ring samenvoegen. “Van de gemeente mogen dat de komende 10 jaar 250 woningen zijn. Een druppel op de gloeiende plaat. Dat moeten er zeker 1.000 worden.”

Capel stelt voor om binnen de ring en op nieuwe locaties als Zeeburgereiland ‘eengezinsappartementen’ te bouwen. Deze grotere appartementen zijn de stedelijke tegenhanger van de eengezinswoning. “Door flexibele tussenmuren is het makkelijk om een kamer bij te plaatsen of weg te nemen. Verder is de hal groter, dat is een centrale plek waar ook gespeeld kan worden”, legt Capel uit. Appartementen in de huidige nieuwbouw zijn volgens hem minder geschikt voor gezinnen, omdat de extra vierkante meters slechts een grotere woonkamer opleveren.

Capel keek naar Berlijn voor zijn andere voorstel over nieuw te bouwen woningen. “Daar zie je dat mensen zich organiseren in groepen en zelf een collectief ontwerp laten maken en uitvoeren. Dus niet de gemeente of woningcorporatie bepaalt wat er wordt gebouwd, maar een groep gezinnen. Woningen sluiten dan beter aan bij de wensen en eisen van gezinnen.” Dit fenomeen van ‘collectief particulier opdrachtgeverschap’ wordt ook in Nederland de laatste jaren steeds vaker toegepast. “Daar moet je als overheid de ruimte voor geven, je moet niet te veel in de weg gaan liggen.” Zeeburgereiland is nu gereed om op te bouwen, en dat zou volgens hem een mooie plek daarvoor kunnen zijn.

Blinde vlek

Capel onderstreept de uitspraak van UvA-onderzoekster Lia Karsten dat de gemeente ‘een blinde vlek heeft voor kinderen’. Daarom vraagt hij de gemeenteraad en het college van B&W om meer kindvriendelijk beleid voor de openbare ruimte. Oftewel: bredere stoepen waar kinderen op kunnen spelen. ‘Woeste speelplekken’ op braakliggende stukken grond. En stoeptegels met opdruk of knikkerpot. “Natuurlijk kan het niet overal, maar je kunt er in de toekomst rekening mee houden.”

2 reacties op “Capel maakt vuist voor stadsgezinnen

  1. Ruimte maken voor kinderen in de stad kan toch door de ruimte terug te geven die hen is afgenomen door al die geparkeerde auto’s van nu. Een auto is een plattelandsvervoermiddel en een plaag voor de stad. In de stad loop of fiets je toch ? Of je neemt tram, metro of bus.
    Maak politieke keuzes die dit ondersteunen en klaar ben je.

  2. Ter illustratie nog wat cijfers:

    Aantal kinderen (0-12) Aantal auto’s
    1950 186.245 16.143
    1975 113.139 192.436
    2000 102.742 227.540

    Tabel: Amsterdam (2000): tweemaal zoveel auto’s als kinderen
    Uit:
    Bouw en Karsten: Stadskinderen.
    Verschillende generaties over de dagelijkse strijd om ruimte
    uitgegeven door Aksant (ISBN 9052601682).

    Dus in in 1950 was er per spelend kind 0,08 auto in zijn buurt. In 2000 is dat 2,2 auto per spelend kind. En zoals we weten gaan spelende kinderen en auto’s (geparkeerd of rijdend)niet goed samen.

Reacties zijn gesloten