‘Liever geen dronken bezoekers. Heroïnegebruikers zijn veel relaxter’

'Aardige Amsterdammer' Herman Kuijl voor het standbeeld op de Droogbak. Foto: Frank Huiskamp
Kuijl voor het standbeeld dat vorige week gelijktijdig met zijn uitverkiezing werd onthuld als eerbetoon aan alle Amsterdammers die zich inzetten voor kwetsbare mensen. Foto: Frank Huiskamp

Herman Kuijl (48) werd een week geleden in het bijzijn van burgemeester Eberhard van der Laan onderscheiden als de eerste ‘Aardige Amsterdammer’. Initiatiefnemer was de Stichting De Regenboog Groep, die zich met name inzet voor verslaafden en dak- en thuislozen. Nu, een week vol aandacht later, zoekt NAP hem op. Wie is de man achter de titel?

AMSTERDAM, 27 januariHij roert lachend met een havermoutkoekje dat nog in de verpakking zit de suiker door zijn koffie. Herman Kuijl kon even geen lepeltje vinden. “Zo kan het ook.” Onderweg naar de kleine vergaderruimte werd hij nog afgeleid door twee luid joelende vrouwelijke collega’s. “Ik wil wel een foto met de celebrity”, riep de een. De andere was naar eigen zeggen helemaal van haar a propos. “Ik had heel veel mensen nog niet gezien, want ik werk alleen op donderdag hier. Vandaar.” Precies een week geleden werd Kuijl benoemd tot de eerste ‘Aardige Amsterdammer’, voor zijn vrijwilligerswerk met verslaafden, dak- en thuislozen. Hij is al tien jaar werkzaam voor inloophuis Blaka Watra van Stichting De Regenboog Groep. Streng zijn zit er niet echt meer in. Hij lacht. “Ik ben wel dé Aardige Amsterdammer natuurlijk.”

Persoonlijk leed had hem naar zijn huidige werk gebracht. Jarenlang had de Beverwijker op booreilanden gewerkt als lasinspecteur, toen hij een keer thuiskwam met een enorme pijn in zijn darmen. Drie maanden lag hij in het ziekenhuis met colitis ulcerosa, een ontsteking van de dikke darm. “Dood- en doodziek was ik. Ik woog nog maar 45 kilo, kon mijn armen niet eens meer optillen. Ik heb echt bijna op sterven gelegen.” Enorm dankbaar was hij voor de verzorging die hij in het ziekenhuis had gekregen van vrijwilligers. Een baan kon hij daarna niet meer krijgen. Nog steeds niet, want hij ondervindt nog steeds hinder van de aandoening.

Wegkwijnen op de bank was voor Kuijl geen optie Hij wilde iets doen voor een “heel kwetsbare groep”. Als symbolische dank voor de vrijwilligers die hem hadden geholpen. Dak- en thuislozen hadden hem altijd al gefascineerd. “Ik had ook voor bejaarden kunnen kiezen, ook heel dankbaar werk hoor, maar dat zag ik niet voor me.” Niet problematisch genoeg, erkent hij lachend. “Nee, en ik wilde een levendige groep.” Bij Blaka Watra kreeg hij een “doorstuurfunctie”: hij is een vraagbaak voor bezoekers en brengt hen in contact met andere instanties.

Kuijl lacht al hard voordat de vraag over zijn eerste dag bij Blaka Watra geheel is gesteld. “Het was net alsof ik een film beland was. Wel een heel leuke. Een beetje One Flew Over the Cuckoo’s Nest. In een kleine gebruikersruimte liep vijftig man door elkaar, schreeuwend en rokend. Het was één chaos in het begin. Ik heb me kapot gelachen, maar het vergde veel energie in het begin, al die nieuwe indrukken.”

Er is veel veranderd in tien jaar, zegt hij. Niet zomaar iedereen kan het inloophuis binnen komen wandelen. Mensen die een intakegesprek hebben gehad, komen meteen binnen. In essentie kan iedereen zo’n gesprek krijgen en binnenwandelen. “Alleen heb ik liever geen dronken bezoekers. Liever drugsgebruikers, die zijn veel beter te hanteren. De effecten van drugs zijn veel beter te voorspellen. Heroïnegebruikers zijn veel relaxter. Tot dronken mensen kun je maar moeilijk doordringen. Maar we hebben een goede portier.”

Inlevingsgevoel en geduld zijn onmisbaar bij dergelijk vrijwilligerswerk. Het blijkt uit Kuijls anekdotes. Hij herinnert zich een zeker moment met een nieuwe vrijwilliger van een paar jaar geleden. “Het was een heel lieve vrouw die te maken kreeg met een bezoeker die begon te schelden en tieren. Die had iets meegemaakt op straat met de hulpverlening. De tranen stonden bij de vrouw in de ogen. Na een half uur is ze weggegaan en ik heb haar nooit meer gezien.” Hij onderdrukt zijn lach. “Je moet boze mensen laten uitrazen, je weet nooit wat er is gebeurd. Een beetje inlevingsgevoel hebben, mensen worden niet zomaar kwaad. Op een gegeven moment bouw je zo’n band op met mensen dat ze makkelijker te benaderen worden.”

Een dergelijke band is soms heel sterk en persoonlijk. Kuijl vertelt over zijn tijd als ‘buddy’, waarin hij ex-verslaafden of –daklozen hielp re-integreren in de maatschappij. Sommigen haalde hij uit een sociaal isolement. Met een vrouw die voor achtereenvolgens een drugs- en een alcoholverslaving werd geholpen in de Amsterdamse Jellinek-kliniek doorliep hij vier jaar een heel proces. “Ze kon eerst heel moeilijk weer de routine vinden in haar leven. Ze was onzeker. Dan is het prettig als er iemand is die ze helpt met problemen als schuldsaneringen en die ook leuke dingen met ze doet.”

Kuijl zag haar opbloeien. “Maar zij was een zeldzaam geval. Met de meeste mensen loopt het niet zo goed af. Helaas.” Zo maakte hij kort geleden, niet voor de eerste keer, mee dat een man voor wie hij ‘buddy’ was kwam te overlijden. “Hij was al zo ver heen. Hiv, longontsteking om de haverklap. En dat allemaal op straat. Dat doet je natuurlijk wel iets, maar je kunt niet alle problemen meenemen. Hoe sneu dat ook is.”

Kuijl slaapt naar eigen zeggen slecht vanwege zijn darmaandoening. “Het is een beetje het grootste euvel in mijn leven.” Maar hij houdt het prima vol, energie kost het werk hem niet meer. Hij praat al over “de volgende tien jaar”, aan stoppen moet hij niet denken. Ook niet na een slechte nacht. “Nee, het is helemaal niet moeilijk om aardig te zijn. Als je altijd onaardig en chagrijnig bent, heeft dat zijn weerslag op je eigen leven. Ik wil écht voorkomen dat ik naast mijn ziekte ook nog in een negatieve spiraal terechtkom.”