“Mijn museum is een rariteitenkabinet”

Van een zolderkamertje vol parafernalia tot een tatoeagemuseum: Henk Schiffmacher heeft eindelijk een thuis voor zijn curieuze verzamelobjecten. Vorig jaar november opende hij het Amsterdam Tattoo Museum. Maar het is nog niet af. “Ik zit nu te azen op een Koptische tattooshop.”

Henk Schiffmacher. Foto: Jesaja Hutubessy via Amsterdam Tattoo Museum.
Henk Schiffmacher. Foto: Jesaja Hutubessy via Amsterdam Tattoo Museum.

AMSTERDAM, 1 februari – Vanuit de naastgelegen ruimte klinkt luid gehamer en geboor. Het moge duidelijk zijn: het tattoomuseum van Henk Schiffmacher is nog onder constructie. En dat terwijl er al zo veel in het museum staat. De kunstenaar en tattookoning, die dit jaar zestig wordt, heeft in de loop der jaren heel wat tatoeageobjecten verzameld. “Dat zat allemaal in dozen. Het werd tijd dat de verhalen die erbij horen werden verteld”, zegt Schiffmacher. Wie denkt dat het alleen gaat om naalden en verschillende kleuren inkt, vergist zich. “Ik heb zo’n vies oud kussentje, waarop de Engelse koning George V nog is getatoeëerd.”

Dus ging Schiffmacher op zoek naar een museum dat zijn stukken wilde overnemen. “Maar alle geïnteresseerde musea kwamen tot dezelfde conclusie: ze wilden één stuk opnemen in hun collectie. De rest zou dan worden afgestoten.” En dat zou jammer zijn, want “dan zou je het karakter van de collectie geweld aandoen”, volgens Schiffmacher. “Ze zeiden: eigenlijk zou je zelf een museumpje moeten opzetten.” De vraag was: hoe dan?

De oplossing diende zich aan in de vorm van “mevrouw Jeannette.” Zij – Jeannette Seret, directeur van Partners aan het Werk – stelde voor om mensen via haar herintredingsbureau in Schiffmachers museum aan het werk te zetten.

Hoe bevalt het, om samen te werken met mensen die moeten leren opnieuw in de maatschappij te functioneren?
Schiffmacher: “Het is niet altijd makkelijk, zeker als je het niet gewend bent. De een doet het beter dan de ander. Van de week zat er iemand, die was apathisch. Je kon gewoon voor hem langslopen zonder dat hij met zijn ogen knipperde. Jeannette pikt die figuren dan uit. Ik zou het af en toe wat strenger willen doen.”
Terwijl hij vertelt, zit Schiffmacher wat te schetsen in zijn boek. Een kaars. “Mijn vader was slager en marinier, die gaf je op een gegeven moment wel een schop onder je reet. Maar goed, dat is niet aan mij, ik heb daar niet voor gestudeerd. Dat is een eigen beroepsgroep, die staat toch al op de tocht. Allemaal weg bezuinigd, samen met de cultuur en de kunst.”

Zijn tatoeages kunst dan?
“Het was al kunst voordat er kunst was, het is de moeder van de kunst. De eerste kunst die de mens maakte, maakte hij waarschijnlijk op zijn eigen lichaam. Vanwege de behoefte om zichzelf te onderscheiden van een dier, en van elkaar, van andere stammen. Tatoeages waren ook geheugensteuntjes bij het vertellen van verhalen. Maar tattoos pasten niet in de christelijke norm. Dus de dames en heren geloofsverspreiders hebben dat te vuur en te zwaard bestreden.”

Maar tegenwoordig zijn tatoeages toch vooral moderne fratsen van de jeugd?
“Welnee. De halve kunstwereld zit nu te borduren en wandkleedjes in elkaar te stikken, dat zijn ook naaldkunstenaars. En tegenwoordig is de performance, de daad van de kunst, heel belangrijk. Zelf houd ik nog wel van het resultaat van kunst. Als ik iemand zie die heel mooi is getatoeëerd, vind ik het wel leuk om zijn vel hier tentoon te stellen.”

Mag dat zomaar?
“Als iemand een been aanbiedt, gilt de chirurg het hele ziekenhuis bij elkaar dat hij daar niet aan meewerkt. Daarom zijn we momenteel bezig een soort donorcodicil voor tatoeages op te stellen. We hebben wel stukken huid in het museum. Vooral uit een periode waarin stukken mens buiten de kist werden gehouden om zo iemand later nog te kunnen identificeren.”

U schildert ook. Wat is het grootste verschil tussen een schilderij maken en een tatoeage zetten?
“Canvas beweegt niet, het lult niet tegen je, het geeft niet over. Huid zweet, huid moet helen, huid heeft last van zwaartekracht. Net zoals die fietstas waarin je twee jaar lang De Telegraaf bezorgt, de letters die erop staan worden dan ook uit elkaar gerukt.”

Schilderijen worden vaak als hogere kunst gezien, de tatoeage niet.
“Ik vind dat het precies omgekeerd is. De allerlaagste vorm van kunst, dan praat ik over de trench of jail art (kunst gemaakt door soldaten of gevangenen, red.), is voor mij het absolute summum in de menselijke uiting. Het heeft geen enkele commerciële drijfveer, is compleet gebaseerd op emoties. Dat wat iemand vol verdriet met zijn eigen tranen, eigen bloed, eigen sperma, eigen urine, eigen stront heeft gemaakt, om te communiceren, of om zijn liefde tentoon te spreiden, daar gaat helemaal niets boven. En het predicaat low brow dat daaraan hangt is dus bijna standrechtelijk strafbaar en verdient de kogel.”

Uw museum staat in een buurt met veel high brow musea, zoals de Hermitage. Heeft u dat expres uitgezocht?
“Een gebouw als dit is erg geschikt om lagere kunst te presenteren. Om het overdreven te zeggen, de museale wereld begint op de kermis, met rare collecties. Artis, dat hier tegenover zit, had vroeger een open tuin, de Blauw Jan. Daarin waren vreemde dieren te zien, zoals gordeldieren en struisvogels. Er werden ook geregeld mensen tentoongesteld: parasitaire tweelingen, hermafrodieten, the bird man, the mule head, the lobster lady. Een soort rariteitenkabinet. Mijn museum is dat ook.”

Schiffmacher weet veel van deze buurt. De geschiedenis van Artis, de verdwenen instituten, beroemde wetenschappers en kunstenaars die hier hebben gewoond: uren kan hij daarover praten. Voeg daar zijn kennis over de tatoeage aan toe, en hij zit een hele dag te vertellen. Maar daar heeft hij geen tijd voor, want er moet nog veel gebeuren aan het museum.

Ik las ergens dat u het rustiger aan wilde doen.
“Ja, dat lukt me natuurlijk voor geen fuck. Ik zou me het liefst bezig houden met publicaties over tatoeages. Het voordeel van schrijven is dat je met je pennetje en je papiertje in een ver land in het zonnetje kan zitten, met een cocktail.”
Maar voorlopig is Schiffmacher nog wel even bezig met zijn museum. “Ik mis nog zoveel. Ik wil nu graag een Koptische tattooshop hebben, een reizende Egyptische shop. Ik weet niet wat er met die traditie gaat gebeuren, met alle huidige verschuivingen en veranderingen in dat land. Voor sommige tatoeages is het ernstig tijd om op de Werelderfgoedlijst te belanden, want die staan onder druk.”