“Je moet geen rare dingen doen met een museum”

Het Joods Historisch Museum krijgt per 15 maart een nieuwe zakelijk directeur. Liesbeth Bijvoet heeft naar eigen zeggen gevoel voor organisatie. De Amsterdamse blikt vooruit op haar nieuwe functie in de museumwereld.

Liesbeth Bijvoet, de nieuwe zakelijk directeur van het JHM. Foto: Jansje Klazinga
Liesbeth Bijvoet, de nieuwe zakelijk directeur van het JHM. Foto: Jansje Klazinga

AMSTERDAM, 3 februari – In het restaurant op de Zuidas dat één keer per jaar zijn eigen varkens slacht en dat zijn eigen aardperen kweekt, bestelt Liesbeth Bijvoet (48) een flesje Badoit. Ze kent de ober. “Een bijzondere plek is dit hè”, zegt ze. Het restaurant ligt pal naast Premsela, Nederlands Instituut voor Design en Mode. Daar is Bijvoet nu nog manager bedrijfsvoering. In maart verhuist ze naar het Waterlooplein, waar ze begint als de nieuwe zakelijk directeur van het Joods Historisch Museum.

U werkt nu in de mode- en designsector, een hippe en snelle sector. Is het Joods Historisch Museum niet te stoffig voor u?

“Erfgoed is hartstikke hip op het moment, het ligt aan de basis van het heden. Maar het Joods Historisch Museum is natuurlijk meer dan alleen erfgoed. We organiseren ook  tentoonstellingen over actuele onderwerpen.”

Maar bent u niet te zakelijk of te economisch ingesteld voor een traditioneel museum?

“Nee, daar lig ik geen moment wakker van.”

Heeft u naar deze functie gesolliciteerd?

“Niet actief. Ik werd gevraagd om te solliciteren. Toen ik van de functie hoorde dacht ik: ja, dat is eigenlijk wel een prachtige plek. En een promotie ten aanzien van het werk dat ik nu doe. Dan ben ik eigenlijk wel stom als ik daar niet op reageer.”

Wat is uw binding met de joodse cultuur?

“Ik zie de joodse cultuur als onderdeel van de Nederlandse en de Amsterdamse cultuur. Ik ben opgegroeid in Amsterdam Zuid, boven een orthodox-joodse familie. En ik heb op de Anne Frankschool gezeten.”

Wat zijn uw doelstellingen voor het museum?

“Het zou een beetje misplaatst zijn als ik een doelstelling voor het museum zou hebben. Alle musea en culturele instellingen in Nederland hebben dinsdag, as you will know, de beleidsplannen voor de periode 2013-2016 ingeleverd.”

Heeft u meegeschreven aan het beleidsplan?

“Nee, maar als ik het lees, krijg ik er zin in. In het realiseren van de inhoudelijke ambities van het museum. Financieel gebeurt er natuurlijk ook veel. Musea moeten van het kabinet steeds meer eigen inkomsten generen en verdienmodellen bedenken, het zogenaamde cultureel ondernemen. Dat is echt een politiek toverwoord. Het Joods Historisch Museum is daar voorstander van. De manier waarop ze er invulling aan geven spreekt me heel erg aan. Je moet geen rare dingen gaan doen als museum. Want dan denk ik: ja, daar ben je niet voor op de wereld gezet. Een museum moet doen waar het goed in is vanuit zijn eigen specialiteit.”

Wat moet zou een museum dan niet moeten doen?

“Je kunt natuurlijk feesten en partijen organiseren. Bruiloften, dat doen sommige musea. Dan loop ik door een museum en dan staat daar voor een schilderij een bruidspaar dat wordt gefotografeerd. Je moet ook geen discoavonden gaan organiseren omdat het lekker verdient. Dat is wel ondernemerschap, maar dat is geen cultureel ondernemerschap.”

De Hollandsche Schouwburg. Foto: Annemarie vd Vijsel
De Hollandsche Schouwburg. Foto: Annemarie vd Vijsel

“Het is de ambitie om van de Hollandsche Schouwburg een nationaal Sjoa Museum en herinneringscentrum voor de Holocaust te maken. Er ligt een haalbaarheidsonderzoek dat nog moeten worden besproken. Nieuwe ideeën over interactiviteit zullen daar vast ook in terugkomen. Het mooie van het Joods Historisch Museum vind ik zelf overigens dat je door vier synagogen loopt en dat voel je ook. Dat draagt echt bij aan de ervaring die je als bezoeker hebt.”

Hoe voelt dat dan?

“Ik kan niet nauwkeurig omschrijven hoe dat voelt. Maar eerlijk gezegd ga ik ook niet naar een museum zoals naar een kermisattractie. Dat je in een karretje stapt en dat je een ervaring hebt. Ik loop graag heel bewust door een museum. Je moet er zelf heel erg bij zijn.”

Denkt u dat jonge mensen zich genoeg aangetrokken voelen tot het Joods Historisch Museum?

“Ja, bijvoorbeeld met het JHM Kindermuseum. En er is een uitgebreid educatief programma opgericht. Het is de bedoeling om de hele trits van basis onderwijs tot wetenschappelijk onderwijs te bedienen.”

Loopt het Joods Historisch Museum niet het risico dat het publiek op een gegeven moment vergrijst?

“Ik weet niet of dat voor het Joods Historisch Museum meer een issue zal zijn dan voor andere musea. Het museum gaat over cultuur, hè. De gedachte is misschien dat de oorlog steeds verder naar de achtergrond verdwijnt. Maar dat is slechts één deel van het museum. Daarmee is natuurlijk niet het hele verhaal van de joodse cultuur verteld.”

Het Joods Historisch Museum had in 2010 ruim 130 duizend bezoekers, dat is minder dan de meeste musea in Amsterdam.

“Door de integratie met de Portugese Synagoge en de Hollandsche Schouwburg hopen we dat het bezoekersaantal groter wordt. In 2010 hadden we 230 duizend bezoekers voor de Hollandsche Schouwburg, de Portugese Synagoge en het Joods Historisch Museum samen. Daarvan waren er 45 duizend onderwijsbezoeken. Ik vind dat best veel hoor. Het is natuurlijk geen Anne Frank Huis.”

Het kabinet verhoogt de eigen inkomenseis voor musea van 17,5 naar 21,5 procent in 2016. Haalt het Joods Historisch Museum dit?

“Ja.”

Dus de bezuinigingen in de cultuursector leveren niet zoveel problemen op?

“Er komt misschien nog een extra bezuinigingsronde aan, want het kabinet gaat weer meer bezuinigen.”

Het museum wordt 10 procent gekort op de rijkssubsidies, net als de andere Rijksmusea. Als ik dat zo hoor, heeft het Joods Historisch Museum wel een luxepositie ten opzichte van andere Amsterdamse musea. Jullie zitten nog steeds in het langlopend subsidiestelsel.

“Als het goed is wel, maar je weet niet wat het advies van de Raad voor Cultuur zal zijn en wat daar de consequenties van zijn. De beleidsaanvraag is net verstuurd, daar moeten we nog ‘ja’ op krijgen. Een luxepositie zou ik nooit zeggen. Er wordt hard gewerkt en er staat een solide organisatie, maar je moet het wel steeds waarmaken.”