“Rechters moeten weten wat ze niet weten”

De rechtspraak moet overwegen complexe rechtszaken over te laten aan beroepsgroepen zelf. Bert Niemeijer, hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit, vindt dat een arbitrage of een geschillencommissie oplossing moet kunnen bieden wanneer de materie de rechter boven de pet gaat. “Rechters moeten steeds beter weten wat ze niet weten.”

De vertraging in de zaak rondom neuroloog Ernst Jansen Steur roept de vraag op of rechters zich niet moeten gaan specialiseren in bepaalde rechtsgebieden. Rechtszaken over ingewikkelde of specialistische onderwerpen zouden te lang duren omdat rechters te weinig ‘know-how’ hebben. In 2012 publiceerde de Raad voor de rechtspraak, de landelijke organisatie voor de rechterlijke macht, een rapport waarin het aanbevelingen deed voor gespecialiseerde kamers op het gebied van aanbestedingen, bouw en informatica. Er bestaan al gespecialiseerde kamers voor havenzaken, octrooirecht en ondernemingsrecht, maar hoogleraar Niemeijer vindt het geen slecht idee om ook andere opties te overwegen.

Is het echt zo slecht gesteld met het kennisniveau van rechters in Nederland?
“Het beeld dat nu wordt geschetst in de media vind ik een beetje ongenuanceerd. Er is geen aanleiding om ons grote zorgen te gaan maken. Maar er dient wel aandacht besteed te worden aan het kennisniveau van rechters, ook in de media. De wereld wordt steeds complexer en er is steeds meer informatie beschikbaar. Dat moet een rechter zich realiseren. Eigenlijk moeten rechters steeds beter weten wat ze niet weten en wanneer ze bijvoorbeeld een deskundige in moeten schakelen.”

Bert Niemeijer - VU hoogleraar rechtssociologie
Bert Niemeijer – VU hoogleraar rechtssociologie

Volstaat het inschakelen van een deskundige voor het vellen van een juist oordeel?
“Nee, want gespecialiseerde kennis is iets heel anders dan gespecialiseerde rechtspraak. Op het gebied van informatica hoort een rechter bijvoorbeeld veel te weten over auteursrecht en intellectueel eigendom, maar hij hoeft niet te weten hoe een computersysteem werkt. Bovendien kunnen zowel advocaten als het Openbaar Ministerie deskundigen inschakelen. Als die het oneens zijn met elkaar is de zaak principieel niet op te lossen. Het is dan aan de rechter om te beslissen welke partij in zijn recht staat.”

Voor meerdere beroepsgroepen bestaan er tuchtcolleges en geschillencommissies. Kunnen die de complexe zaken niet behandelen?
“De rechtspraak moet gaan nadenken over het idee dat beroepsgroepen zich zelf over complexe zaken gaan buigen. Maar tuchtcommissies zijn er om het beroep op peil te houden. Het vaststellen van nalatigheid is iets heel anders dan het vaststellen van een schadevergoeding. Procedureel is er voor het slachtoffer geen ruimte in een tuchtzaak.”

Er ligt een wetsvoorstel Cliëntenrechten Zorg klaar, waardoor in de toekomst cliënten in de zorg hun klachten kunnen indienen bij een geschillencommissie die ook schadevergoedingen uit kan keren. Is dat de oplossing voor dit probleem?
“Het heeft een aantal voordelen om complexe zaken buiten de rechtszaal te behandelen. Zaken kunnen sneller worden opgelost omdat er meer deskundigheid aanwezig is. Dat werkt ontlastend voor de rechtspraak en kost minder geld. Voorwaarde is wel dat organisaties bereid zijn zich aan bepaalde procedures aan te passen, zodat beide partijen rechtvaardig behandeld worden. Dat moet eerst worden vastgelegd.”

Is er dan wel een noodzaak voor gespecialiseerde rechters?

“Ja, de rechtspraak heeft geen keus. Advocaten specialiseren zich al tijdens hun opleiding in bepaalde rechtsgebieden, en sinds een aantal jaar is ook het Openbaar Ministerie bezig met het opleiden van specialistische parketten. De rechtspraak moet bijblijven. Daar is intussen ook beweging in gekomen, maar er had sneller gereageerd kunnen worden op deze ontwikkelingen.”

Wie leidt gespecialiseerde rechters op?
“De rechtspraak is onafhankelijk van het ministerie van Veiligheid en Justitie en dus zelf verantwoordelijk voor het opleiden van rechters. Daarvoor bestaat het Studiecentrum Rechtspleging. Rechters die zich willen specialiseren in een bepaald rechtsgebied krijgen daarvoor een maatpakket aangeboden, waardoor ze bijvoorbeeld meer zaken op dat gebied krijgen aangeboden. Dat gebeurt overigens nu al.”

Sinds 1 januari is het aantal rechtbanken teruggebracht van negentien naar elf, om kosten te besparen. Is er wel geld voor het specialiseren van rechters?
“De schaalvergroting is een groot voordeel. De herziening van de rechterlijke macht zorgt er voor dat alles efficiënter verloopt. Dat is nodig omdat de rechtspraak voor het eerst in jaren moet bezuinigen. Maar bij het aanwijzen van een zaak kunnen rechtbanken nu kiezen uit een grotere groep rechters, die allemaal in andere rechtsgebieden ervaring hebben. Er zijn daardoor juist meer mogelijkheden voor specialisatie bijgekomen.”