Bent u al bevroren?

Zelfs nu de temperatuur is gedaald tot een paar graden onder nul zijn er mensen die liever buiten slapen. Een mobiel team houdt het hele jaar door contact met Amsterdamse dak- en thuislozen die niet of nauwelijks gebruik maken van hulpverlening.

De verse sneeuw kraakt onder de laarzen van Elmar van Hoevelaak. De Oeverlanden, een stukje natuurgebied ingeklemd tussen het water van de Nieuwe Meer en de A4, liggen er verlaten bij. In de verte klinkt het geluid van voorbijrazend verkeer. Midden op het bospad stopt Van Hoevelaak plotseling met lopen. Hij heeft iets gezien. Het blijkt een koepeltentje, goed gecamoufleerd door takken en een laag sneeuw. Alleen een stukje rood zeil is zichtbaar. “Hallo? Is daar iemand?” Van Hoevelaak tikt zachtjes op het zeil van de tent. Er komt geen reactie. “Hallo?” probeert hij nog een keer. “No police!” Het blijft stil.

Het is dinsdagmiddag, iets na drieën. Dikke vlokken sneeuw dwarrelen naar beneden. Elmar van Hoevelaak (38) en Glen Heijer (59) van het mobiele team van de Amsterdamse hulporganisatie HVO-Querido zijn op pad. Vier dagen eerder is in Amsterdam de winterkoudeopvang voor dak- en thuislozen van start gegaan. Vanwege de aanhoudende winterkou hebben instellingen als de GGD en het Leger des Heils in opdracht van de gemeente extra nachtopvang geregeld. Dit keer zijn ruim 200 bedden neergezet in een leegstaand kantoorgebouw in Nieuw Sloten. Maar zelfs nu de temperatuur gedaald is tot een paar graden onder nul zijn er mensen die liever buiten slapen.

Elmar van Hoevelaak (l) en Glen Heijer van het mobiele team van HVO-Querido
Elmar van Hoevelaak (l) en Glen Heijer van het mobiele team van HVO-Querido (Foto’s: Anne-Martijn van der Kaaden)

“Het is een heel klein groepje”, zegt Van Hoevelaak. “Maar ze zijn er wel.” De redenen waarom daklozen niet naar de opvang willen lopen uiteen, vertelt Heijer: “Ze zijn bijvoorbeeld bang dat ze hun plekje kwijtraken als ze weg zijn. Dat gebeurt. Dan komt de milieupolitie langs, die denkt: hee, dat is troep. Ze zijn zich er niet bewust van dat ze iemands leefplek weghalen.” Van Hoevelaak: “Het komt ook voor dat mensen zeggen: ik wil helemaal niet op zo’n slaapzaal liggen waar de één stinkt en de ander snurkt. Tja, als ik zie dat iemand op straat fijn leeft, wie ben ik dan om te zeggen: je moet nu mee naar binnen?”

Zonnepaneel
In het kleine stukje natuur langs de A4 treft het mobiele team ook iemand die wel ‘thuis’ is. In een zelfgebouwde hut, half onder de grond, zit een man van in de dertig. Gehurkt op zijn knieën spreekt Van Hoevelaak hem toe. “Hallo, hoe gaat het hier? Bent u al bevroren?” De man geeft aan zich prima te redden. Hij is een bekende van het mobiele team en zit al maanden op deze plek. Heijer wijst op een stukje glas dat boven de besneeuwde takken uitsteekt. “Dat is een zonnepaneel. Daarmee laadt hij zijn telefoon op.”

Het mobiele team van HVO-Querido bestaat uit vier mensen. Er wordt altijd in tweetallen gewerkt, diensten lopen officieel van acht uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds. Van Hoevelaak: “Maar zo gauw er winteropvang is maken we extra uren. Ik probeer het wat langer dan normaal, ik rijd wat extra rondjes.” Heijer (lachend): “In de winter bloeien we op.”

Dankzij hun auto, een zilvergrijze Dacia met vierwielaandrijving, kunnen ze zich snel door de stad verplaatsen. Over de achterbank zit een plastic hoes. In de kofferbak liggen slaapzakken, kleding en schoenen. “We krijgen de gevonden voorwerpen van Pathé de Munt en Tuschinski, en van de sportschool David Lloyd.” Het mobiele team vervolgt z’n ronde langs bekende ‘vindplaatsen’, onder bruggen en viaducten. Op een afgelegen parkeerterreintje passeren ze een zwarte Smart met beslagen ruiten. Van Hoevelaak (glimlachend): “Dat komt vaker voor op dit soort plaatsen. Dan komen er ineens twee verschrikte hoofdjes omhoog.”

"Hallo? Is daar iemand?"
“Hallo? Is daar iemand?”

De ronde eindigt bij Ronald (45), een tevreden ‘cliënt’ van het mobiele team. Sinds deze zomer zijn huis afbrandde woont hij met zijn vier honden op een boot in Amsterdam-West. Het team hielp hem aan een uitkering. “In Nederland is het heel moeilijk om hulp te krijgen als je geen verslavingsprobleem hebt. Tenzij het mobiele team op je stuit. Glen kwam naar mijn bootje toe om te vragen of het goed met me ging. Ik vond dat geweldig. Ik had al vaak ‘nee’ te horen gekregen bij allerlei instanties. Het is prettig dat er iemand een beetje interesse toonde in me. Eindelijk een lichtpuntje.”