‘Het gebeurt zo vaak dat mensen tegen mij zeggen dat ze iemand willen doodmaken’

Moet nieuwe wetgeving ervoor zorgen dat artsen hun medisch beroepsgeheim makkelijker mogen doorbreken? De Amsterdamse psychiater Jules Tielens (1960) van zorginstelling Molemann Tielens vindt de huidige wetgeving zo slecht nog niet. “Maar we missen wel de mogelijkheid om te overleggen met een onafhankelijke instantie.”

Jules Tielens: 'We moeten met een onafhankelijke instantie kunnen overleggen of we het beroepsgeheim moeten doorbreken.' (Foto: Klaas Fopma)
Jules Tielens: ‘We moeten met een onafhankelijke instantie kunnen overleggen of we het beroepsgeheim moeten doorbreken.’ (Foto: Klaas Fopma)

Stel: een arts weet dat een patiënt suïcidaal is en een fascinatie heeft voor vuurwapens. Moet hij dan naar de politie stappen en zijn beroepsgeheim kunnen doorbreken? Het is de vraag die opkwam na het schietincident in Alphen aan den Rijn in april 2011. Een vraag die ook de politiek bezighield. Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) schreef 16 januari een brief aan de Tweede Kamer waarin zij pleit voor een wetswijziging waardoor artsen makkelijker hun beroepsgeheim kunnen doorbreken. Ook moeten hulpverleners er volgens Schippers beter van op de hoogte zijn wanneer zij hun beroepsgeheim wel of niet mogen schenden.

Volgens Jules Tielens, psychiater bij Molemann Tielens, een polikliniek voor psychotische patiënten in Amsterdam-Centrum, is hier echter geen nieuwe wetgeving voor nodig.

Bent u het met minister Schippers eens dat er een nieuwe wet moet komen?
“De vraag na Alphen aan den Rijn is niet of er nieuwe wetgeving moet komen, maar of de huidige wetgeving is nageleefd. Hadden de hulpverleners met de kennis die ze hadden hun burgerplicht moeten vervullen? Ik vind wel dat justitie meer inzage in een dossier moet kunnen hebben na zo’n drama. Op het moment dat zij meer wil weten, is de psychiatrie een gesloten oester. Volgens mij beroepen hulpverleners zich te veel op de privacywetgeving om justitie geen inzage te geven, terwijl zij alle informatie nodig heeft om te onderzoeken wat er gebeurd is.”

Die inzage moet volgens u dus kunnen, ook als dat ten koste gaat van de privacy van een patiënt?
“Ja. Het delict is al gepleegd. De inzage is ook om te kijken of hulpverleners juist hebben gehandeld. Als justitie de informatie niet krijgt, kan ze nooit beoordelen of hulpverleners hebben zitten slapen.”

Schippers wil binnen de medische wereld meer duidelijkheid over wanneer het beroepsgeheim mag worden doorbroken. Hoe kan dat worden bereikt?
“Ten eerste moeten hulpverleners voorlichting krijgen over het conflict tussen de burgerplicht en de geheimhoudingsplicht. Ten tweede moet er een onafhankelijke instantie komen waar hulpverleners anoniem hun zorgen kunnen delen en kunnen zeggen: ‘Joh, ik weet niet precies wat ik met dit geval moet, maar ik vind het wel eng’, zonder dat de politie meteen verdachten aanhoudt en wij ons beroepsgeheim moeten doorbreken. Soms weet je het namelijk niet. Wij hulpverleners mogen bedenken wat we moeten doen als een patiënt zichzelf of anderen in gevaar kan brengen. Vervolgens hopen we dat het goed gaat en dat we niet aan de hoogste boom worden gehangen. Het advies van die instantie moet ook een juridische steun zijn, zodat hulpverleners niet achteraf nog kunnen worden beschuldigd als het wel fout gaat. Anders wordt het probleem volledig bij de dokter gelegd. Ik vind dat onterecht.”

Hoe vaak komt het voor dat hulpverleners in de psychiatrie twijfelen of ze hun beroepsgeheim mogen doorbreken?
“Het gebeurt zo vaak dat mensen in impulsen tegen mij zeggen dat ze iemand gaan doodmaken. Maar niet elke keer denk ik dat ze dat ook echt zullen doen. Het komt heel weinig voor dat een dokter zijn beroepsgeheim echt moet doorbreken. Dat maakt zo’n instantie alleen maar relevanter, omdat de gemiddelde psychiater waarschijnlijk nooit in zijn leven hiermee te maken krijgt. Het is niet makkelijk om het juiste te doen in een situatie die je één keer of misschien wel nooit meemaakt.”

Heeft u weleens uw beroepsgeheim doorbroken?
“Ik heb één keer mijn beroepsgeheim doorbroken, omdat ik bij een patiënt dacht dat hij een kind kwaad zou doen. Ik heb toen de politie ingelicht, omdat ik bang was dat er anders iemand dood zou gaan. De basis van ons vak is uiteraard dat patiënten vrij moeten kunnen zijn om hun meest nare, enge gedachten te bespreken. Maar daar zit een grens aan. Wanneer ik het gevoel heb dat er morgen iemand dood kan zijn gaat mijn burgerplicht voor mijn geheimhoudingsplicht. Zo simpel als ik het nu stel is dat natuurlijk niet. Daarom is het zinvol en noodzakelijk dat hulpverleners in dit soort gevallen overleg kunnen plegen met een onafhankelijke club bij bijvoorbeeld jusitie over of ze hun beroepsgeheim moeten doorbreken.”