‘Vette shit in de Kolenkit’

De Kolenkit stond bekend als de slechtste buurt van Nederland. Maar de wijk wint aan populariteit. Cultuurwetenschapper Karin Ruisch geeft elke maand een rondleiding door de buurt in Amsterdam-West. “Toen ik vroeg wie er nu in Bos en Lommer zou willen wonen, stak iedereen zijn hand op.”

Kunst in de Ernest Staesstraat (Foto: Annemarie Sterk)
Kunst in de Ernest Staesstraat (Foto: Annemarie Sterk)
“Kijk, daar. Onder het derde balkon. Zie je die vlek?” Bert Rentinck (1951) wijst enthousiast naar boven. Op de muur van het woonblok in de Kolenkitbuurt zit een grote, grijze, verfvlek. Als kind morste hij tot woede van zijn vader wat verf vanaf het balkon. Nu, meer dan veertig jaar later, is de vlek nog steeds te zien.

Het is een koude zaterdagmiddag, zojuist heeft het nog hevig gesneeuwd. Rentinck is mee met een rondleiding door de Kolenkitbuurt in Amsterdam-West. Karin Ruisch (1954) is de gids. De Kolenkit werd ontworpen door stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren in de jaren dertig. De wijk is een schoolvoorbeeld van het geloof in de maakbaarheid van een stad. Én van het falen van die maakbaarheid. Dat is terug te zien in de architectuur en de geschiedenis van de buurt, aldus Ruisch.

Slechtste wijk van Nederland
Ze leidt de groep langs het L.J. Borstblok, mét verfvlek, aan de Bos en Lommerweg. Ruisch vertelt dat het gebouw allang gesloopt had moeten zijn. “Maar door de crisis is de stadsvernieuwing tot stilstand gekomen.” Ze wijst op een scheve toren aan de overkant, The New Kit. In het gebouw dat de trots moest worden van de nieuwe Kolenkit staat ongeveer de helft van de appartementen leeg, aldus Ruisch. Op de begane grond hangen rode borden: TE HUUR – KANTOORRUIMTE.

Ruisch – goed ingepakt tegen de kou in een lange winterjas en rode sjaal – is vrijwilliger bij het Van Eesterenmuseum en geeft sinds vorig jaar maandelijks een rondleiding door de Kolenkit. “Ik vroeg eens aan een groep: wie zou er nu in Bos en Lommer willen wonen? Bijna iedereen stak zijn hand op. Toen vroeg ik: wie had dat tien jaar geleden gewild? Niemand.” Het is volgens Ruisch exemplarisch voor de verandering die de buurt ondergaat, ondanks de crisis. En een verklaring voor de belangstelling voor de rondleiding. Want mensen zijn benieuwd naar de geschiedenis van de Kolenkit.

De Kolenkit stond lange tijd bekend als de slechtste wijk van Nederland. In 2007 plaatste toenmalig minister van Wonen, Wijk en Integratie Ella Vogelaar de Kolenkit bovenaan haar lijst van probleemwijken. Vijf jaar eerder maakte Felix Rottenberg een documentaire over het gebrek aan integratie in de buurt.

Rentinck en Ruth Rebel, beiden architectuurliefhebbers, zijn vandaag de enigen die worden rondgeleid. Normaal zijn dat er een stuk meer, stelt Ruisch gerust. De kou houdt veel mensen binnen. Ook in de buurt zelf. Rondom het Ernest Staesplein is het stil. Twee jongens laden huisraad uit een rood busje, een lamp, wat dozen. Een man in een lang gewaad draagt een vuilniszak naar de overkant van de straat.

In de jaren tachtig kwamen er veel gastarbeiders wonen in de wijk, vertelt Ruisch aan haar groep. “Tegelijkertijd trok de lage middenklasse vanwege de groeiende welvaart naar steden als Purmerend en Almere.” Lange tijd keken de gemeente en overheid niet naar de buurt om. Pas vanaf 2007 werd er weer geïnvesteerd in de Kolenkit. Vervolgens gooide de crisis roet in het eten: veel van de vernieuwingsplannen liggen tot op de dag van vandaag stil.

Nieuw leven ingeblazen
De wijk zelf heeft echter niet stil gestaan, vindt Ruisch. Ze neemt haar twee bezoekers mee naar een nieuwe weggeefwinkel in de Ernest Staesstraat. Op de ramen hangen posters: ‘Vette shit in de Kolenkit’, binnen zijn een paar hip geklede studenten druk in de weer. Vanmiddag is er een modeworkshop, vertelt een van de studentes. Niet alleen studenten, ook kunstenaars hebben de wijk gevonden. Even verderop heeft de Rietveld Academie een eigen kunstenaarsruimte. De straat steekt grauw af tegen de felgekleurde kunst in de etalage. “Ook als de gemeente niets doet is dit over een paar jaar een heel andere wijk”, meent Ruisch.

Om warm te worden neemt de gids haar groep mee naar de moskee op het plein voor een kopje Turkse thee. Op de tafels staan plastic bordjes vol Turks fruit en Hollandse kaakjes. “Neem”, vertaalt een van de aanwezige mannen de uitbater die druk staat te gebaren. Ruisch mag niet betalen, het is van het huis. “Dit”, zegt Ruisch, “is ook de Kolenkit. Die kant van het verhaal wil ik graag laten zien.”