Bij 600 gezinnen gaat de VoorleesExpress taalachterstand te lijf

Bij zeshonderd gezinnen komt dit jaar een voorlezer van de VoorleesExpress langs. In opdracht van de Gemeente Amsterdam breidt de organisatie uit – van 120 naar 600 deelnemende gezinnen. Het project: een vrijwilliger leest twintig weken lang voor bij kinderen met een taalachterstand.

Voorlezen (Foto: Tom & Katrien/ Flickr.com)
Voorlezen (Foto: Tom & Katrien/ Flickr.com)
“Voorheen hadden we een wachtlijst van anderhalf jaar”, vertelt Femke Pluymert, projectleider van de VoorleesExpress in Amsterdam. “We moesten mensen vaak teleurstellen. Dit jaar hebben we plek voor veel meer gezinnen.” Door het voorlezen hoopt de VoorleesExpress jonge kinderen uit taalarme gezinnen leesplezier bij te brengen.

De Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) betaalt de VoorleesExpress om het project voor de gehele stad beschikbaar te maken. De gemeente wil zo taalachterstand bij kinderen terugdringen.

De gezinnen komen voor het grootste deel via scholen of zorginstellingen bij het project terecht. Zo’n 85 procent, schat Pluymert. De rest vindt de VoorleesExpress via mond-op-mond reclame. Elke twee maanden begint de VoorleesExpress met een nieuwe voorleesronde. Een voorlezer leest twintig weken bij een gezin voor. Op dit moment zijn er ongeveer driehonderd vrijwilligers actief bij de organisatie. Voor het eind van het jaar zullen er bij 600 gezinnen voorlezers langs zijn geweest, verwacht Pluymert.

De VoorleesExpress werd in 2005 door twee zussen in Utrecht opgericht. In 2008 startte de Amsterdamse variant. Ook in Den Haag en Rotterdam is de VoorleesExpress actief.