‘Vrijwillige hulp is beter dan onder dwang naar het AMK’

Wat Tweede Kamerleden Van der Burg (VVD) en Hilkens (PvdA) willen met het ouderprotocol Haaglanden, doen Amsterdamse ziekenhuizen allang. Als ouders in de war, verslaafd, suïcidaal of mishandeld zijn en op de spoedeisende hulp (SEH) binnenkomen, zijn artsen extra alert op mogelijke kindermishandeling.

Amsterdamse SEH-afdelingen werken sinds mei 2010 met de Amsterdamse Beslisbomen, dat in 2009 en 2010 met de gemeente Amsterdam is ontwikkeld. Dit protocol is een stappenplan dat artsen helpt indien zij kindermishandeling vermoeden. Als een ‘crisisouder’ in de war, verslaafd, suïcidaal of mishandeld is en binnenkomt op de spoedeisende hulp, ontvangt het gezin een brief van de polikliniek Kindergeneeskunde. Daarin worden ouders en kinderen opgeroepen om binnen een week een afspraak te maken met een kinderarts.

Onderzoek
Onderzoek op afdeling Kindergeneeskunde (Foto: Henk-Jan Winkeldermaat. Flickr.)
“Wij bespreken onze zorgen over kindermishandeling en de risico’s die spelen in het gezin”, zegt Rian Teeuw, kinderarts Sociale Pediatrie en voorzitter van het Team Kindermishandeling in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam (AMC). Ook praat de arts apart met kinderen vanaf drie jaar en worden zij onderzocht op emotioneel en lichamelijk letsel. Als het nodig is, wordt samen met de ouders de nodige hulpverlening afgesproken.

Dat kan bestaan uit hulp van verschillende instanties, zegt Teeuw. “Het gezin kan worden doorverwezen naar Vangnet Jeugd van de GGD, een psychiater of verslavingskliniek, maar ook Bureau Jeugdzorg kan worden ingeschakeld. De hulp is volledig aangepast op wat we tijdens het gesprek aantreffen.”

Vrijwillige hulp
Volgens Joost van Galen, hoofd spoedeisende hulp in het VUmc in Amsterdam, dient de afspraak die Amsterdamse ziekenhuizen maken als tussenstap en kunnen onnodige meldingen hiermee worden voorkomen. Zowel Teeuw als Van Galen benadrukt dat in Amsterdam alleen het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) wordt benaderd als gezinnen niet op gesprek komen of als ouders niet openstaan voor hulp. Dat is een andere werkwijze dan bij het ouderprotocol Haaglanden, waar geen afspraak wordt gemaakt met crisisouders maar direct een melding wordt gemaakt bij het AMK.

Maar Teeuw legt uit dat juist een gesprek en het vrijwillig inschakelen van hulp heel belangrijk is. “Wij denken dat het voor het gezin beter is om ouders te motiveren en goed uit te leggen waarom de situatie schadelijk is voor kinderen en hun ontwikkeling. Vaak willen ze zelf dan heel graag aan de slag. Dat is beter dan onder dwang naar het AMK sturen. Ook omdat het respectvoller is.” Zij vindt dat het ouderprotocol in deze begeleiding tekort schiet.

Niettemin heeft de Tweede Kamer woensdag 5 februari ingestemd met de motie Van der Burg/Hilkens, waardoor SEH-afdelingen moeten werken met het ouderprotocol. SEH-artsen moeten verplicht een melding van kindermishandeling maken bij het AMK als een ouder in de war of verslaafd is, een zelfmoordpoging heeft gedaan of het slachtoffer is van huiselijk geweld. Reden is dat naar schatting de helft van de ouders die hun kinderen fysiek mishandelen, zelf psychiatrische of verslavingsproblemen heeft.

Bezwaren ouderprotocol Haaglanden
Volgens Teeuw kun je pas achter een meldplicht staan als dit is bewezen. Wetenschappelijk bewijs dat verplicht melden beter is voor ouders en kinderen is er echter nog niet. Momenteel wordt het ouderprotocol Haaglanden getest in het Universitair Medisch Centrum Groningen. De resultaten zullen worden vergeleken met de resultaten van de Amsterdamse Beslisbomen in het AMC.

Daarbij vindt Teeuw het “krom” dat SEH-artsen geen meldplicht hebben als zij bij kinderen sterk vermoeden dat ze worden mishandeld, maar wel een verplichte melding moeten maken als ouders binnenkomen. “Als een ouder tijdens carnaval dronken op de SEH verschijnt met een gebroken been zouden artsen volgens het ouderprotocol een melding bij het AMK moeten maken, terwijl het misschien niet nodig is. Een melding drukt een grote stempel op ouders. Dat moeten we niet onderschatten.”

Sinds het AMC drie jaar geleden is gaan werken met de Amsterdamse Beslisbomen zijn ten minste 136 kinderen uit 79 gezinnen opgeroepen via de SEH. Deze gezinnen worden twee jaar na het gesprek op de polikliniek thuis bezocht om te kijken hoe het gaat en of de hulp heeft geholpen. Teeuw (AMC): “Het is goed dat op de kaart wordt gezet dat deze ouders een risico kunnen zijn, maar we moeten eerst goed in kaart brengen wat er speelt in een gezin. Daarom vinden wij de motie te kort door bocht.”

Van Galen (VUmc) vindt dat de meldplicht goed laat zien dat de Haagse politiek niet op de hoogte is van het protocol in Amsterdam. Desondanks vindt hij de aandacht voor risico-ouders een goed initiatief: “Ieder kind dat verwaarloosd wordt, is er één te veel. Soms denken we dat de zorg voor een gezin goed geregeld is, maar dan blijkt dat achteraf niet het geval. Dat is een bloody shame.”