‘Het optimale werkschema is voor iedereen anders’

Nederlandse bedrijven zoeken steeds vaker naar manieren om de gezondheid van hun nachtwerkers te bevorderen. Dat zegt chronobiologe Marijke Gordijn, van de Rijksuniversiteit Groningen. Haar bedrijf Chrono@Work krijgt steeds meer vragen over wat te doen met verlichting op de werkvloer, voedingspatronen en manieren om personeel goed in te roosteren.

(Foto: John Millar)
(Foto: John Millar)

Gordijn werkt voor de Rijksuniversiteit Groningen, doet onderzoek naar de effecten van licht in opdracht voor het bedrijf MediluX en heeft haar eigen bedrijf Chrono@Work, waarvoor ze onderzoek doet en bedrijven adviseert over de arbeidsomstandigheden van werknemers die in ploegendiensten werken.

Afgelopen jaar publiceerde Gordijn haar onderzoek naar agenten die in ploegendienst werken in Drenthe. In haar onderzoek experimenteerde Gordijn met manieren om alertheid tijdens nachtdiensten te vergroten. Uit het onderzoek bleek dat een powernap van twintig minuten de alertheid van de agenten vergrootte en daarbij het risico op wegdoezelen achter het stuur bij het naar huis rijden met vijftig procent reduceerde.

Moeten we niet gewoon van ploegendiensten af?
“Ploegendiensten zijn op lange termijn schadelijk voor de gezondheid van de mens. We werken, eten en worden aan licht blootgesteld op een tijd dat ons lichaam is ingesteld op slapen. In mijn onderzoek besteed ik echter veel aandacht aan individuele verschillen. Je hebt ochtendmensen en avondmensen. Je kunt je voorstellen dat ochtendmensen meer moeite hebben met nachtdiensten dan avondmensen. Het optimale werkschema verschilt dus van persoon tot persoon. Bij het inroosteren zou de werkgever hier rekening mee moeten houden, maar dat is niet eenvoudig. Toch zijn er bedrijven die hiermee experimenteren en dat vind ik erg goed.”

Waarom hebben bedrijven meer aandacht voor de gezondheid van nachtwerkers?

“Ik denk dat werkgevers zich steeds bewuster worden van de duurzame inzet van hun personeel. Veel personeel wordt ouder en is kwetsbaarder, dat kan een reden zijn. Op het gebied van verlichting hebben we ongeveer vijftien jaar geleden een wetenschappelijke doorbraak gehad. Onderzoekers kwamen erachter dat er behalve de receptoren die gebruikt worden om te zien nog een aparte lichtsensor in ons oog zit. Deze lichtsensor vangt informatie over licht in de omgeving op en die informatie is belangrijk voor hoe wij functioneren. Door deze kennis groeit de interesse van de lichtindustrie en worden bedrijven zich bewust van het feit dat zij hier iets mee kunnen doen.”

U onderzoekt ook de effecten van licht, waarom?
“Er zijn genoeg onderzoeken in laboratoria gedaan om te weten dat licht effect heeft op bijvoorbeeld de aanmaak van het hormoon melatonine. Melatonine is het hormoon van het donker, het is een signaal van de biologische klok. Op het moment dat er veel melatonine wordt aangemaakt weet ons lichaam dat het nacht is. Blauw licht in de nacht zorgt ervoor dat er minder melatonine wordt aangemaakt en dat een mens alerter is. Maar het is aannemelijk te veronderstellen dat dit op de lange termijn niet gezond is. Er is nog te weinig onderzoek gedaan naar de manieren waarop we licht wel goed en verstandig kunnen inzetten om ploegendiensten voor een mens gemakkelijker te maken.

In oktober 2010 kwam een onderzoek naar blauw licht in klaslokalen in de media. Dit onderzoek bleek gefinancierd te zijn door Philips, de maker van de blauwe lichten. Het onderzoek werd sterk in twijfel getrokken. Door u ook?
“Ik heb de onderzoeksresultaten nooit gezien dus ik kan hier niet over oordelen. Het is in andere onderzoeken wel bewezen dat blauw licht mensen alerter en minder moe maakt.”

Uzelf doet onderzoek voor MediluX, een bedrijf dat ook lichtprojecten uitvoert. Beïnvloedt dat uw onderzoek niet?
Nee, ik kan alles rapporteren, ook negatieve resultaten. Het bedrijf huurt mij in als derde en ik heb van te voren afspraken gemaakt die mijn onderzoek onafhankelijk maken. Dat wil het bedrijf zelf ook. Toch is het altijd lastig met onderzoek dat gefinancierd wordt door de industrie. Daar moet je als wetenschapper zorgvuldig mee omgaan.