“Ik wil de snelste van iedereen worden”

NAPNieuws bezoekt iedere editie een bijzondere plek of een speciaal persoon in Amsterdam. Altijd een overtreffende trap; de grootste, oudste, duurste … van onze hoofdstad. Deze week: Chivano Pocorni, de snelste zesjarige van Amsterdam.

Chivano (middelste) op de renbaan. Foto: Annick Erdmann
Chivano (middelste) op de renbaan. Foto: Annick Erdmann

Het ijzeren hek van atletiekbaan Feniks in het Bijlmerpark is nog dicht. Een groep jongeren wacht. “Wat is er nu weer met Chivano?”, vraagt een van hen. “Heeft hij weer een record?” Grote, felle lampen verlichten de baan. Chivano Pocorni is de trots van de club. Juni vorig jaar rende hij 600 meter in 2:06.9 minuten, bijna twee seconden sneller dan het vorige wereldrecord. Ter vergelijking: wereldrecordhouder Usain Bolt rent de 200 meter in iets minder dan twintig seconden, en zou dus ongeveer twee keer zo snel zijn als Chivano.

Een trainer opent het hek. De sporters snellen naar binnen. Chivano – bruine vlechtjes en grote bruine ogen – komt aanlopen met zijn moeder Demelza (21). Hij gaat op de ijzeren trap van het clubgebouw zitten. “Nu krijg ik wel een koude bips.” Hij vertelt: “Ik ben best trots op mezelf. Ik heb wel 31 medailles en 7 bekers. Die staan allemaal op mijn kamer. Ik leer nu hoofdletters op school. Dat is best makkelijk. Maar ik vind sporten leuker. Ik wil de snelste van iedereen worden.”

Samuel (7) komt erbij staan. Met zijn hand schuift hij regendruppels van de trapleuning.
“Ik ben wel jaloers op jou. Waarom ben jij nou zo snel?”

Chivano: “Je moet je benen trainen.”

“Dat doe ik al de hele week!” zegt Samuel beteuterd.

Demelza trekt Chivano zijn hardloopschoenen aan. Ze heeft kuiltjes in haar wangen en een bos donker haar.
“Mama?”

“Ja, schat?”

“Samuel is óók snel. Hij is denk ik de twee na snelste. En mama?”

“Ja, schat?”

“Ik wil denk ik toch liever atleet worden dan voetballer. Dan kan ik meer prijzen winnen.”

De trainster wenkt.
Chivano: “Ik ben nog vergeten te zeggen..”

Zijn moeder: “Ga maar gauw, rennen!”

Demelza kreeg haar zoon toen ze veertien was. Nu woont ze samen met Chivano in de Bijlmer. Ze studeert nog: pedagogische wetenschappen. Vroeger nam ze haar boeken wel eens mee naar de training, maar dat heeft ze inmiddels opgegeven.

Terwijl de kinderen estafette lopen verzamelen de ouders zich in de kantine bij de verwarming.
Een vader tegen Demelza: “Hij heeft zijn laatste cross slecht gedaan toch?”

Demelza: “Ja, hij kon er niets mee winnen.”

De vader: “Tja. Daar zit wat in. Ik zeg altijd: je bent pas echt snel als je je schaduw inhaalt.”

Demelza gaat elke dag met haar zoon mee naar training, twee keer per week naar atletiek en de overige dagen naar voetbal. Voor beide sporten doet Chivano ook nog mee aan wedstrijden. Hij rent zelfs naar school, vertelt ze. En als hij niet traint is hij heel druk. “Hij is net..” Ze lacht. “Natuurlijk niet helemaal.. maar net als een hondje. Je moet hem altijd uitlaten.”

Chivano glijdt uit als hij om een pion rent. Hij herstelt zich snel, en weet zijn tegenstander toch in te halen. Zijn estafettegroepje joelt. Als de training is afgelopen lopen de kinderen, beladen met pionnen, naar hun ouders. Chivano en een paar vriendjes rennen nog een extra rondje.

Hijgend komt Chivano bij zijn moeder aan.
“Mama.” Hijg hijg. “Ik was eerste!”

“Ja, goed zo!”

“Ik ben moe, mag ik drinken?”

“Ja, schat. Eerst je gewone schoenen aan.”

“Mama, waarom heb je mijn schoenen koud gemaakt?”

“Kan ik niets aan doen, schat.”

“Ik was vergeten te zeggen..” Hijg hijg.

“Hier schat, een pakje appelsap.”

“Ik was vergeten te zeggen dat ik ook bij Ajax wil.” Hijg hijg. “In de ‘Jempjes Liek’.”