“Studenten hebben een lesje realisme nodig”

De jeugdwerkloosheid stijgt en dus wordt er hard gezocht naar oplossingen. Maandagavond vond in de Rode Hoed het eerste Altijd Wat-debat over jeugdwerkloosheid plaats. Jongerenonderzoeker Huub Nelis pleitte er voor veranderingen in het onderwijs. Een dag later wil hij zijn ideeën best nog even toelichten.

De jeugdwerkloosheid steeg vorig jaar naar 132.000, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek. Huub Nelis (46) is oprichter en directeur van YoungWorks, een communicatiebureau voor jongeren. YoungWorks doet veel onderzoek naar jongeren en hun belevingswereld. Volgens Nelis kan jeugdwerkloosheid opgelost worden door grote veranderingen in het onderwijs.

Nelis vindt dat scholen en universiteiten meer verantwoordelijkheid moeten dragen voor studenten: ze moeten studenten na het behalen van hun diploma beter en langer begeleiden. In ieder geval tot de eerste baan of een vervolgstudie. Daarbij zouden opleidingen meer aandacht moeten besteden aan arbeidsmarktvaardigheden en een ‘optie B’: een verbreding -bijvoorbeeld door middel van minoren- waardoor jongeren makkelijker in een andere sector terecht kunnen als ze na hun opleiding geen uitzicht hebben op een baan.

Huub Nelis. Foto: Youngworks
Huub Nelis. Foto: Youngworks

Hoe gaan uw ideeën de jeugdwerkloosheid oplossen?
“Als scholen langer verantwoordelijk blijven voor afgestudeerde studenten, moeten ze beter hun best doen voor de jongeren. Dat betekent betere begeleiding van afgestudeerden, meer contact met het bedrijfsleven en actiever op zoek naar stageplaatsen en banen.”

Dan moeten die banen er wel zijn.
“Ja, of het aanbod moet veranderen. Er studeren elk jaar te veel studenten af op richtingen waar te weinig vraag naar is. Onderwijsinstellingen krijgen voor elke afgestudeerde hetzelfde bedrag. Of het nou om technische of administratieve opleidingen gaat. Een techniekstudent kost meer. Denk alleen al aan de machines die nodig zijn. De school neemt daarom meer studenten aan voor administratieve opleidingen, maar daar zijn geen banen in te vinden. Dat noem ik de perverse prikkels van het onderwijs. Scholen zouden pas geld moeten krijgen voor succesvolle studenten.”

Het onderwijs kan toch zelf die perverse prikkels niet oplossen? De verdeling van geld wordt bepaald door de politiek.
“Het is de taak van scholen de aangeboden opleidingen te reguleren en aankomende studenten goed voor te lichten. Het heeft bijvoorbeeld geen zin elk jaar honderd nieuwe studenten hbo vliegtuigbouwkunde aan te nemen die eigenlijk piloot willen worden. Ten eerste worden ze daarmee geen piloot, ten tweede zijn er niet zoveel vliegtuigbouwkundigen nodig. Neem de beste tien en gooi daarna de opleiding dicht.

“Eenmaal toegelaten tot een opleiding hebben studenten een lesje realisme nodig. Zeg duidelijk tegen eerstejaarsstudenten van een toneelopleiding dat ze niet moeten rekenen op een vaste baan bij een toneelgezelschap. Laat ze nadenken over een optie B. Welke kwaliteiten hebben ze? Kunnen ze daarmee ergens anders terecht?”

De arbeidsmarkt is moeilijk te voorspellen. Wie garandeert dat na vier jaar studeren de vraag nog hetzelfde is?
“Door naar demografische gegevens te kijken, valt er veel te voorspellen. Misschien dat we twintig procent fout voorspellen. Ook hier geldt: als onderwijsinstellingen actiever betrokken zijn bij het bedrijfsleven weten ze waar vraag naar is. In heel veel sectoren is over een paar jaar echt weer vergroening nodig. Een zestienjarige die nu een opleiding in de bouw kiest, heeft over vijf jaar voor de rest van zijn leven gegarandeerd een baan. In 2018 komt er een enorm gat in de arbeidsmarkt.”

En in de tussentijd moeten we jongeren bezig zien te houden?
“Daar pleit ik absoluut niet voor. Ik denk dat we ze een groeitraject moeten bieden dat zo dicht mogelijk tegen hun eigen sector aanzit. Bied een afgestudeerde pabostudent bijvoorbeeld een cursus Duits aan. In Duitsland is een enorm lerarentekort. Of creëer goedkopere stageplekken waar jongeren tegen een lager salaris aan de slag kunnen. Dat is beter dan thuis op de bank zitten.”

U zegt zelf dat er geen geld is. Wie gaat zulke plekken betalen?
“Het is een kwestie van prioriteit. Er wordt 80 miljoen geïnvesteerd opdat het bedrijfsleven meer jongeren in dienst neemt. Initiatieven als de Startersbeurs of premiekorting zijn alleen voordelig voor bedrijven. Werkgevers krijgen een bonus als ze een jongere aannemen voor een functie die er al was. Ze creëren er geen nieuwe banen mee. Ik vind dat frustrerend.”

Maar met uw onderwijsideeën worden er ook geen nieuwe banen gecreëerd.
“De arbeidsmarkt gaat alleen veranderen als de economie weer aantrekt. Toch denk ik dat we een derde van de jeugdwerkloosheid kunnen oplossen door het aanbod te herstructureren. En door een actievere houding van onderwijsinstellingen. Neem maar iemand aan die op een scootertje bedrijven langsgaat om het banenaanbod te inventariseren.”