“Shit, nu moet ik iets grappigs zeggen”

De beginnende comedians Kasper van der Laan en Jeroen Koster komen elkaar vaak tegen. Woensdagavond speelden ze samen in het Comedy Cafe in Amsterdam. Vrijdag strijden ze samen met drie andere deelnemers om een plek in de finale van de Culture Comedy Award. Een tweegesprek.

Kasper van der Laan (Foto: KaspervanderLaan.nl)
Kasper van der Laan (Foto: KaspervanderLaan.nl)
In het Amsterdamse café De Raedt bereiden Kasper van der Laan (1981) en Jeroen Koster (1979) zich voor op een optreden in het Comedy Cafe. Ze spelen daar vaker. Kasper, lang krullend haar, baardje en een blauwe trui, heeft twee A4’tjes uitgeschreven. “Dat is tien minuten denk ik?” Jeroen, kort gemillimeterd donker haar, knikt. “Zoiets zal het zijn.”

Beiden zijn drie jaar geleden begonnen met comedy. Dat was na een comedycursus in cultureel studentencentrum CREA.

De eerste keer
Kasper: “Mijn eerste keer op het podium ging niet goed. Ik was zo gefocust op mijn tekst dat ik die op het podium vergat en niet meer wist hoe mijn verhaal verder moest. Het was een grap over Joran van der Sloot. In De Telegraaf stond een artikel dat vrouwen hem aantrekkelijk vonden. Ik zei toen dat het heel gênant is als mensen dat vinden. Toen raakte ik mijn tekst kwijt. Ik was een halve minuut stil.

“Op een gegeven moment moest ik aan het publiek vragen wat überhaupt het onderwerp was. Toen riep iemand plagend ‘dat het gênant is’. Maar hij bedoelde niet het onderwerp, maar mij.”

Jeroen: “Ik herken dat wel. Elke comedian heeft wel een keer zo’n moment. Ik niet tijdens mijn eerste optreden. Dat ging redelijk, ook al was ik bloednerveus.”

Black-out
Jeroen: “Het is echt verschrikkelijk. Dat je alles kwijt bent. Het publiek wil dat je de draad terugvindt, maar jij staat met je mond vol tanden.”
Kasper: “Ik heb daarna nooit meer een black-out gehad. Wel dat mijn grappen tekort schoten. Dat je zelf ook voelt dat het niet zo goed is.”
Jeroen: “Terwijl je soms het gevoel hebt de totale controle te hebben. Dan weet je dat mensen gaan lachen om je volgende grap. Dat zijn de lekkere momenten. Je groeit op het podium.”

Jeroen Koster (Haagse Spot. Foto: Hans Spoor)
Jeroen Koster (Haagse Spot. Foto: Hans Spoor)
Comedian?
Jeroen: “Iedereen kan zichzelf comedian noemen. Ik weet niet wat het criterium is.”
Kasper: “Het is lastig en ook een kwestie van schaamte. Het is niet zo makkelijk. Als je jezelf hoort zeggen dat je ‘comedian’ bent, denk ik gelijk: ‘oh dude… serieus?’”
Jeroen: “Op mijn werk word ik aan stagiairs voorgesteld als comedian. Dan voel ik me opgelaten. Het is ook verschrikkelijk als mensen tijdens de lunch vragen of ik een grap wil vertellen.”
Kasper: “Eigenlijk vragen ze dan om een mop.”
Jeroen: “Dat is ook geen comedy. Stand-up hoort op het podium.”

Werk
Kasper: “Ik ben qua inkomen afhankelijk van mijn baan als online marketeer. Comedy levert niet genoeg op.”
Jeroen: “Goede stand-uppers proberen er vaak hun werk van te maken, maar dat is moeilijk. Die hebben een part-time baan en proberen het af te bouwen.”
Kasper: “Dat is wel het streven. Ik werk nu vier dagen in de week. Volgende stap is drie dagen.”
Jeroen: “Dat zou te gek zijn.”

Over elkaar
Kasper: “Daar doe ik geen uitspraken over.” Dan: “Maar oké. Ehm. Je maakt slimme grappen, vaak vol irritatie of verbazing.”
Jeroen: “Jij bent juist meer van de domme dingen. Nee, ik vind jouw humor ook intelligent omdat het niet heel standaard is. Soms zijn het grappen over comedy of jezelf. Mensen vinden je nonchalant overkomen.”
Kasper: “En absurd toch.”
Jeroen: “Dat ook.”

Stijl
Kasper: “Stijl is nu nog een groot begrip. Als mensen ernaar vragen, herhaal ik wat anderen zeggen.”
Jeroen: “Als ik een tekst over mezelf moet aanleveren dan is dat vaak uit juryrapporten.”
Kasper: “Ik zag laatst Jan-Jaap van der Wal bij het programma ‘5 jaar later’. Die zei dat je de goede stem pas na acht jaar vindt.”
Jeroen: “Dat vind ik wel bemoedigend. Ik ben lekker bezig, maar kan ik mezelf nu goed typeren? Nee.”

Improvisatie
Kasper: “Ik ben niet van de keiharde improvisaties. Als comedians zijn we op zich ad rem genoeg om te reageren op alles wat gebeurt. Maar vaak ben ik me te bewust van mezelf. Dan denk ik: ‘Shit, nu moet ik iets grappigs zeggen.’ Een goed bedachte grap vind ik trouwens leuker dan een goed bedachte improvisatie.”
Jeroen: “Eens.”

Culture Comedy Award
Jeroen: “Een van de weinige Comedyfestivals die er echt toe doen. Het staat goed op je cv. Je speelt jezelf toch in de kijker. Het blijft raar dat het een wedstrijd is. Aan de andere kant zet het mensen op scherp.”

Kasper: “Iemand zei zaterdag tegen me dat ik mijn tegenstanders onzeker moet maken, maar dat is helemaal niet hoe ik in elkaar zit. Je wilt dat iedereen heel goed speelt en dat je dan alsnog wint.”

“Maar dan moet je wel winnen.”