Het Amsterdamse ‘theedrinken’ is niet meer

In de strijd tegen radicalisering van jonge moslims vragen moskeeën om structureel overleg met gemeenten. Ook de gemeente Amsterdam zou meer contact kunnen zoeken. “Er is een groot verschil tussen gemeentelijk beleid en de daadwerkelijke uitvoering.”

Met het recente vertrek van enkele jonge moslims naar Syrië is de aandacht voor moslimradicalisering weer toegenomen. Hoewel precieze cijfers rondom het aantal radicaliserende jongeren ontbreken, klinken vanuit de moslimgemeenschap zorgelijke geluiden.

Vorige week deden het Contactorgaan Moslim en Overheid (CMO), de Turkse koepelorganisatie Milli Görüs en het Samenwerkingsverband voor Marokkaanse Nederlanders (SMN) gezamenlijk een landelijke oproep. Ze vinden dat gemeenten structureel met moskeeën moeten overleggen over radicalisering binnen hun achterban. De oproep kwam naar aanleiding van een brief die minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher (PvdA) op 2 februari naar de Tweede Kamer stuurde. Gemeenten spelen volgens Asscher “een sleutelrol” in de bestrijding van radicalisme en moeten investeren in “duurzame lokale netwerken”.

Ook de gemeente Amsterdam zou volgens verschillende bronnen uit de moslimgemeenschap de landelijke wens van moslimorganisaties serieus moeten nemen. Amsterdam heeft nog niet op de oproep gereageerd. Naar eigen zeggen omdat ze geen officiële oproep hebben gehad. Daarbij meldt de gemeente dat ze al een “integraal samenwerkingsverband heeft met moskeeën en andere maatschappelijke partners”.

Radicale propaganda
“Er is een groot verschil tussen het beleid van gemeenten en de daadwerkelijke uitvoering”, vindt Yassin Elforkani. Hij is woordvoerder van het CMO, dat 84% van de moskeeorganisaties in Nederland vertegenwoordigt. Daarnaast is Elforkani werkzaam als jongerenimam bij verschillende Amsterdamse moskeeën. De maatregelen die er nu zijn richten zich volgens hem te veel op jongeren die al geradicaliseerd zijn. “Het gaat juist om de jongeren die langzaam veranderen van ideologie.” Hij vindt dat de gemeente en moskeeën intensiever moeten samenwerken aan een preventief beleid om deze groep jongeren een tegengeluid te bieden. Bijvoorbeeld door lezingen, debatten en voorlichting voor jongeren en ouders.

Elforkani maakt zich zorgen over de huidige generatie islamitische jongeren. “De droomman voor sommige meisjes in Nederland is een jongen die naar Syrië gaat. Ik zie die ideologische verschuiving veel. Jongeren komen op internet makkelijk in aanraking met radicale propaganda. Ze laten op Facebook openlijk weten dat ze de Nederlandse rechtstaat en democratische waarden niet erkennen.”

Aissa Zanzen, secretaris van het Samenwerkingsverband van Marrokaanse Nederlanders (SMN), deelt de zorgen van Elforkani. Zanzen spreekt veel Amsterdamse moskeebesturen: “Het is helemaal stil gebleven, we hebben niets gehoord van de gemeente Amsterdam. De moskeeën proberen toenadering tot de gemeente te zoeken, maar het moet ook andersom zijn.”

Theedrinken
In het verleden zijn er vanuit de gemeente verschillende projecten georganiseerd waarbij voorlichting over radicalisering centraal stond. Roemer van Oordt, initiatiefnemer van onderzoeksorganisatie Zasja, gaf van 2009 tot 2012 voorlichting en organiseerde debatten in achttien moskeeën in Noord-Holland. Hoewel volgens hem de echte radicalisering “niet in de moskee maar op straat plaatsvindt”, kunnen moskeeën wel een grote rol spelen in vroege signalering van tekenen van radicalisering. Van Oordt: “De gemeente moet daar gebruik van maken. Er wordt vaak alleen in crisissituaties contact gelegd met moskeeën.”

Na de moord op Theo van Gogh in 2004 is de dialoog tussen gemeenten en moskeeën wel op gang gekomen, vertelt Van Oordt. Toenmalig burgemeester Job Cohen presenteerde het plan ‘Wij Amsterdammers’ om radicalisering tegen te gaan. Van Oordt: “Cohen heeft ontzettend veel geïnvesteerd in samenwerking met moslimorganisaties. Dat werd denigrerend afgedaan met ‘theedrinken’, maar het werkte wel. Ik heb het idee dat Van der Laan minder contact zoekt. Hij hecht meer waarde aan een strikte scheiding van kerk en staat dan Cohen deed.”

Gedurende het burgemeesterschap van Cohen was Khalil Aitblal woordvoerder van de inmiddels uiteengevallen Unie van Marrokaanse Moskeeën (UMMAO). “De gemeente was pro-actief en positief en we waren periodiek in overleg. Het is moeilijk een kantelpunt te noemen, maar het contact met de gemeenschap is verwaterd.”

Goede contacten met wijkagenten
Het is niet zo dat er helemaal geen samenwerking bestaat tussen de gemeente en moskeeën. Een woordvoerder van de Surinaamse Taibah-moskee roemt bijvoorbeeld het contact met wijkagenten. “Die mogen elk moment binnenlopen bij ons en doen dat ook.” Het is samenwerking op wijkniveau. “Overleg met de gemeente lijkt ons een goed idee, de gemeente heeft dan ook de mogelijkheid hun zorgen naar ons te uiten.”

In een schriftelijke reactie noemt de woordvoerder van Van der Laan de islamitische radicalisering een “actueel onderwerp”. Zij wijst daarbij op lopende projecten als het meld- en adviespunt radicalisering en “de uitvoering van interventies bij risicosituaties”.

CMO-woordvoerder Elforkani herkent de gemeentelijke inspanningen op veiligheidsgebied, maar benadrukt nogmaals het belang van preventief beleid. “Waar het om gaat zijn de jongeren die we nog kunnen beïnvloeden, die nog met hun ouders mee naar de moskee gaan.” Hij waarschuwt: “Laten we alsjeblieft niet wachten tot het te laat is.”