“Aan kranten hangt een spruitjeslucht”

De meeste Amsterdammers liggen in de late uurtjes gewoon in bed. Maar ook ‘s nachts wordt in onze stad gewerkt. DJ’s, bakkers, nachtzusters: waarom kozen ze ervoor te werken wanneer iedereen slaapt? Deze keer: Erik Veenstra van drukkerij de Persgroep.

Het FD ligt klaar voor vervoer naar Schagen. Links Erik Veenstra. (Door: Jenne Jan Holtland)
Het FD ligt klaar voor vervoer naar Schagen. Links Erik Veenstra. (Door: Jenne Jan Holtland)

De rode inktcontainer heeft gelekt. Een kundig verpleger heeft, zo te zien kort geleden, het bloeden met papieren zakdoeken en een forse zeemansknoop gestelpt. Erik Veenstra (54) kijkt naar het kleine plasje op de vloer. “Ja, dat gebeurt wel eens”, zegt hij luchtig.

Het is half een ’s nachts, de meeste kantoormedewerkers van drukkerij De Persgroep zijn al naar huis. Veenstra – fleecetrui, ruim zittende jeans – staat midden in de ‘inktkeuken’. Zes zwarte containers torenen boven hem uit, plus zes in de kleuren van Mondriaan: geel, blauw, rood. Hier, op een industrieterrein bij Duivendrecht, liggen letters, foto’s en koppen in vloeibare vorm te wachten tot ze in lettertype Capitolium News tegen een rol gerecycled papier gekwakt worden.

Vernieuwing
Veenstra is alweer doorgelopen richting de persen. Naast Trouw, de Volkskrant, het Parool en het AD heeft de drukkerij ook NRC.next in het assortiment. Officieel is dat een krant van concurrent NRC Media, zegt Veenstra, maar het drukken gebeurt al sinds de geboorte van Next hier. Het Financieele Dagblad wordt in Diemen gedrukt, maar vanuit Duivendrecht vervoerd.

Al meer dan 35 jaar werkt Veenstra op de distributieafdeling van de drukkerij. Tot voor kort als manager, sinds november als transportcoördinator – een stap terug. Met een zuinig gezicht: “Dat noemen ze vernieuwing”.

Noodeditie
Trrrrr, doet de pers. Een grommend rollen echoot luid in de enorme loods. De Trouw van morgen is net klaar en nu hangt het AD aan de haakjes te wapperen. Veenstra, boven het lawaai uit: “Dat wapperen helpt. Zo droogt de inkt sneller.” Bovenin de loods staan de controleurs: mannen met getatoeëerde armen en koptelefoons die af en toe een exemplaar op kleur en papierkwaliteit controleren.

Zit er een rotte appel tussen, dan wordt de pers stilgezet en de stapel doorgenomen op fouten. Het gevolg is dat de tijdsdruk oploopt. Chauffeurs vertrekken later, distributiecentra moeten wachten, en voor je het weet krijgt de abonnee zijn krant te laat. Maar meestal gaat het goed. “Soms een papierbreuk”, zegt Veenstra. “Het is heel dun papier.” Alleen in 2001 moest het team een keer improviseren. “Toen hebben we een noodeditie van de Volkskrant gemaakt in zwart-wit.”

Paniek
Ja, en er was dat ene incident. 7 november 2006. Veenstra was nog niet op zijn werk, het moet rond tien uur ’s avonds geweest zijn. Onbekenden lanceerden een mortiergranaat die dwars door de gevel knalde. “Hij kwam helemaal tot bij de technische dienst. Er vielen geen gewonden, maar iedereen was die nacht in paniek.” Het meest vervelende vindt hij dat de zaak nooit is opgehelderd.

Sorteerders in de weer met dagblad Trouw (foto: Jenne Jan Holtland)
Sorteerders in de weer met dagblad Trouw (foto: Jenne Jan Holtland)
Iets na tweeën. Trrrrr. Het beest in de loods bekoelt zijn liefde op het papier. Daar rollen de Volkskranten in stapels van vijftig in de sorteermachine. Zo gaat het iedere nacht, vijf miljoen kranten per week. Aan de overzijde staat een team van sorteerders dat de stapels klaarlegt voor vervoer. Drachten is als eerst vertrokken, Apeldoorn staat inmiddels klaar. Het gaat soepel vannacht en iedereen rijdt op tijd. Chauffeur Tom Jelles (56) heeft tijd voor een geintje. “Dag Asterix!”, roept hij naar een collega. Hijzelf is Obelix.

WK
De oplages dalen gestaag, de gouden tijden zijn voorbij. Bestaat de drukkerij over tien jaar nog? Veenstra denkt het wel. “Anders zou meneer Van Thillo (CEO van De Persgroep, red.) zijn miljoenen er toch niet in steken?” Makkelijk zal het niet gaan, geeft hij toe. Op bedrijfsfeestjes tekent zich steeds meer een scheiding af: links de ouderen met hun nostalgische krant, rechts de jongeren. “Een collega zei altijd: ‘aan kranten hangt een spruitjeslucht’. En zo is het. Jongeren denken in apps.”

Veenstra herinnert zich het WK van afgelopen zomer. Om middernacht Nederlandse tijd was de wereldkampioen bekend, en het AD sloot heel laat. “Die hadden als enige de winnaar op de voorpagina. Fantastisch was dat. Als zoiets lukt, loop je een week lang met een dikke lul rond.”