‘Wij moeten meer Europees denken’

Alex Brenninkmeijer
Alex Brenninkmeijer

Het Marineterrein in Amsterdam is de komende maanden het centrum van het Nederlandse EU-Voorzitterschap. In een jaarlijks rapport gaf de Europese Rekenkamer vorige week een negatief oordeel over de uitgaven van de Europese Unie. Volgens Alex Brenninkmeijer, lid van de Europese Rekenkamer, moeten de lidstaten transparanter worden in hun uitgaven van Europees geld.

AMSTERDAM – De Europese Rekenkamer heeft de boekhouding van de Europese Unie (EU) afgekeurd. Dat blijkt uit het EU-trendrapport 2016, dat vorige week dinsdag is gepubliceerd. Voormalig Ombudsman Alex Brenninkmeijer (1951), sinds twee jaar lid van de Europese Rekenkamer, is niet verbaasd over de uitkomst. “Het is frustrerend, maar ik had niet anders verwacht.”

De Europese Rekenkamer controleert sinds 1977 de Europese subsidies. Dit jaar ging het om een bedrag van 143 miljard euro. Het instituut heeft nu voor de 21e keer op rij een negatief oordeel geveld over de rechtmatigheid van de uitgaven. Er worden teveel fouten gemaakt, het geld komt niet altijd op de juiste plek terecht en de regels zijn te ingewikkeld. Dit jaar kon een bedrag van 3,2 miljard euro niet worden verklaard.


De Europese Rekenkamer keurt al jarenlang de boekhouding van de EU af, maar het Europees Parlement gaat er vervolgens toch elk jaar mee akkoord. Wat is dan het nut van de Rekenkamer?

Brenninkmeijer: “De speciale rapporten die wij uitbrengen over bijvoorbeeld de leningen aan Griekenland of de procedure om te grote schulden van EU-landen tegen te gaan worden wel serieus genomen. De aanbevelingen die wij daarin doen worden vaak opgevolgd. Als het gaat om deze jaarlijkse zekerheidsverklaring, dan is de Rekenkamer niet meer effectief. Het rapport zorgt niet voor verandering en focust op foutenpercentages in plaats van op de concrete verhalen daarachter. Daarom denk ik dat het beter is als we een andere methode bedenken.”

Wat voor methode zou u voorstellen?
“Ik denk aan een beroep op de loyale samenwerking binnen de EU die ertoe leidt dat lidstaten volledig transparant zijn over de besteding van Europese gelden. Daarop kan dan een enkelvoudige, diepgaande controle worden toegepast. Dat scheelt veel geld en rompslomp.”

Dat klinkt wel wat idealistisch.
“Ik ben en blijf een optimist. Er moet nog veel gebeuren in Europa, maar er zijn goede ontwikkelingen. Zo komt er meer oog voor het resultaat van projecten, in plaats van het enkel naar rechtmatigheid kijken. Om subsidie van de EU te bemachtigen is de effectiviteit van een project momenteel vaak niet van belang. Dat leidt ertoe dat jaarlijks voor elke lidstaat een envelop gevuld wordt met Europees geld. Voor die envelop geldt: spend it or lose it. Je ziet wel vaker dat mensen om die reden een begroting uitputten. In Europa is dat heel structureel. Door de nadruk op de resultaten te gaan leggen wordt dit probleem aangepakt. Ik ontken dus niet dat er problemen zijn, maar blijf positief over Europa. We moeten ook niet vergeten dat we elkaar nu hard nodig hebben.”

Waarom hebben Europese lidstaten elkaar nodig?
“De kwesties die op dit moment hoog op de agenda staan – het migratievraagstuk, de stabiliteit van de financiële markten, energie en milieu – kunnen de lidstaten niet individueel oplossen. Dat geldt ook voor andere zaken, zoals onze veiligheid en de nare gebaren van Rusland. Je moet dan niet in je eentje een kopje thee bij meneer Poetin gaan drinken, maar als Europa opereren.”

Hoe ziet u momenteel de positie van Europa?
“Ik heb Europa onlangs in een toespraak vergeleken met Gulliver, uit het boek Gullivers reizen van Jonathan Swift. Gulliver spoelt daarin aan op het strand van wat ik Lilliputland noem. Iedereen is daar als de dood voor deze reus en bindt hem tegen de grond. Het kost het Hof lange tijd om te begrijpen dat Gulliver juist behulpzaam is. Dat is het beeld dat ik heb van Europa. Lidstaten zijn bezig de reus die Europa eigenlijk is met allerlei beperkingen en gedoe tegen de grond te houden, terwijl we tegenover Rusland een stevig postuur moeten hebben. We zouden die kracht kunnen hebben, maar daarvoor moeten wij meer Europees denken.”