Toekomstige winkelcentra zijn vooral gezellig

Leegstaande winkelpanden in winkelcentrum Boven 't Y
Leegstand in winkelcentrum Boven ’t Y
Ook het ‘ouderwetse’ winkelcentrum heeft het moeilijk te midden van de detailhandelcrisis. In winkelcentrum Boven ’t Y in Buikslotermeer staan na faillissementen en sluitingen flink wat winkelruimtes leeg. Wat moeten winkelcentra doen om in 2030 nog te bestaan?

BUIKSLOTERMEER – Wie vanuit het centrum de bus pakt naar Amsterdam-Noord en uitstapt bij het Buikslotermeerplein, belandt haast in een andere wereld. Eerst sta je tussen de winkelende menigte in de Kalverstraat, een ogenblik later in één van de rustige straatjes van winkelcentrum Boven ’t Y.

De onzekerheid in de detailhandel heeft zich ook daar laten gelden. In minstens een derde van alle 150 winkelruimtes trok sinds 2008 een andere huurder, schreef Het Parool vorige week zaterdag. De leegstand in het winkelcentrum is ongeveer 10 procent – recente faillissementen van V&D en Macintosh zullen niet voor verbetering zorgen. Wat kunnen winkelcentra als Boven ’t Y doen om te voorkomen dat ze voor 2030 kopje onder gaan?

Niet veel, zou je denken als je het rapport ‘Winkelgebied 2025’ van ING leest. De bank wijst kenmerken aan van winkelgebieden die ‘weinig potentie bezitten om nog uit te groeien tot een kansrijk gebied’. Vaak zijn die eigenschappen ook van toepassing op Boven ’t Y. Zo is het voor dit winkelcentrum moeilijk opboksen tegen de aantrekkingskracht van de dure winkelstraten in het centrum. Het winkelaanbod in Buikslotermeer is bovendien niet echt divers.

Sommigen zien echter wel kansen voor Boven ’t Y en andere winkelcentra. “Als mensen echt willen winkelen, gaan ze naar het stadscentrum. Winkelcentra bezoeken ze om efficiënt hun dagelijkse boodschappen te doen”, weet retailkenner Paul Moers. Om te overleven moeten winkelcentra dus vooral gemak bieden. “Dan zie ik nog genoeg levensvatbaarheid.”

Ook schoenenzaak JD heeft Boven 't Y verlaten
Ook schoenenzaak JD heeft Boven ’t Y verlaten
Local heroes
Het helpt bovendien als er in een winkelcentrum naast grote ketens ook unieke winkels zitten, zegt trendwachter Adjiedj Bakas. “Denk aan ambachtslieden, speciaalzaken, schoenmakers, juweliers. Klanten die deze ondernemers trekken, bezoeken vanzelf ook de andere winkels.” En vergeet de local heroes niet, benadrukt Moers: de bakkers en slagers die er al sinds de opening van het winkelcentrum zitten en hun klanten bij naam kennen.

Bijzondere winkels geven winkelcentra meer sfeer, en dat is vaak geen overbodige luxe. De gebouwen hebben inwisselbare interieurs, met overal dezelfde gedateerde marmeren vloer of, in het geval van openluchtcentra als Boven ’t Y, kille glazen afdakjes en straatstenen vol kauwgomvlekken.

“Het moet geen afgebrande zooi zijn”, stelt Moers. Een levensvatbaar winkelcentrum is volgens hem vooral gezellig. “Zet er een leuk restaurantje of een lunchroom in.” Bakas is het met Moers eens. “Winkelen moet een plezierige bezigheid zijn. Maak van die kale doos die het winkelcentrum vaak is bijvoorbeeld een plek met veel planten. Dan krijgen mensen het gevoel een uitje te hebben.”

De markt voor de deur van het winkelcentrum
De markt voor de deur van het winkelcentrum
Markt
Voor de ingang van Boven ’t Y staan op een plein, waarvan het asfalt vol gaten zit, een paar marktkramen. Veel meer dan telefoonhoesjes en tassen van een euro verkoopt het marktje niet, maar toch kan het naastgelegen winkelcentrum er wat van leren, stelt trendwatcher Justien Marseille. Zij vindt het ouderwets om winkelpanden voor jaren te verhuren. “Waarom gaan we het winkelcentrum niet zien als een markt, waar je per maand een winkelruimte kunt huren?”

Misschien ziet het retaillandschap er over vijftien jaar sowieso heel anders uit, filosofeert Marseille. “Delen wordt langzamerhand cooler dan nieuw kopen. Dus in het winkelcentrum van de toekomst zijn tweedehandswinkels wellicht veel belangrijker.” Door het internet moeten winkelcentra ook steeds meer out of the box denken om klanten te trekken. “Er moeten afhaalpunten komen en andere bijzondere functionaliteiten waar mensen op afkomen. Ik noem maar iets geks, een museum in het winkelcentrum?”

Maar vijftien jaar is lang. Online winkelen raakt verder verweven met het ‘ouderwetse’ winkelen, en technologische vernieuwingen als virtuele paskamers zullen volgens retailkenner Moers hun intrede maken. Tot in detail bepalen wat een winkelcentrum moet doen om zijn toekomst veilig te stellen, is daardoor lastig. Verandering is in elk geval onontkoombaar, voorspelt Marseille: “De kans dat winkelcentra over vijftien jaar precies hetzelfde doen als nu, schat ik op 25 procent.”


Cijfers
– Als een winkelcentrum interessant wil zijn voor klanten, moet het een divers winkelaanbod hebben. Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) onderscheidt 81 verschillende winkelsoorten, waarvan er in 2012 in Buikslotermeer slechts 44 gevestigd waren. Ter vergelijking: in de Oude Pijp zaten in 2012 62 winkelsoorten.
– Het omzetaandeel uit de online verkoop zal de komende jaren blijven stijgen, verwacht ING. In de kledingbranche zal in 2025 25 à 30 procent van de omzet uit internetverkoop komen (nu 10 à 15). Nog hoger schat de bank dat percentage bij de consumentenelektronica (40-45 procent, nu 20-25) en muziek, films en games (90-95 procent, nu 50-65).