“Soms slaap ik liever buiten, voor de rust”

Het kwik kruipt vandaag en vannacht niet boven het nulpunt. Geen weer om buiten in je slaapzak te liggen. Waar moet je heen als je geen dak boven het hoofd hebt?

Jama voor het Stoelenproject

Jama (50) staat op een plein te praten met twee mannen. Hij is sinds negen maanden dakloos en wacht tot de deuren van het Stoelenproject aan de Marnixstraat opengaan. Het Stoelenproject is een avond- en nachtopvang voor daklozen in Amsterdam. Lekker eten, veilig en vooral warm slapen. Het lijkt net alsof de Amsterdamse dakloze elke avond ergens terechtkan. Dat blijkt niet zo te zijn: vol is vol bij het Stoelenproject. Bij temperaturen van min vier graden zijn de vijftig beschikbare eet- en slaapplekken zo vergeven.

Officieel is het illegaal om ‘in het wild’ te overnachten. Toch slapen er naar schatting 50 mensen in Amsterdam dagelijks op straat in de winterkou. Verscholen in bosjes in het Vondelpark, in een hoekje van overdekte parkeerplaatsen of onder een zeiltje van bootjes in de gracht. Een alternatief is de nachtopvang, waar daklozen een maaltijd en slaapplek kunnen krijgen. Aan de Havenstraat is er zo’n nachtopvang, in een oude gevangenis. Daar worden in de winter extra bedden opgemaakt. In totaal kunnen hier 360 daklozen terecht. Voor de ingang staan twee mannen in de schemering te discussiëren. Dakloze Lesley is verbaasd dat hij niet naar binnen mag. “Een dronkenman staat toch niet op twee benen!”, roept hij tegen de medewerker van de opvang. Zijn adem ruikt naar bier.

De medewerker die hem heeft geweigerd, probeert hem voor de vierde keer uit te leggen waarom Lesley twee uur in de kou moet wachten. Dronken aankomen, dat mag niet. Het is een van de restricties die voor vrijwel alle opvanglocaties dezelfde zijn: geen drank, geen drugs, geen discriminatie. Daklozen die willen gebruiken, moeten dat dus in de kou doen.

Zoran haast zich door het Vondelpark

Ook nuchtere daklozen verkiezen soms de straat boven de opvang. In het Vondelpark loopt Zoran (53). Hij wil vandaag op tijd bij de Havenstraat zijn. Als het iets warmer is, kruipt hij echter liever in zijn slaapzak. “Er hangt een vijandige sfeer in de opvang, soms slaap ik liever buiten, voor de rust”. Zijn slaapzak ligt verstopt in één van de bosjes in het park. Op weg naar de oude gevangenis draagt hij slechts een klein geel plastic tasje bij zich, waarin hij zijn eigendommen bewaart.

Een ander probleem met daklozenopvang speelt vooral als het niet vriest. Daklozen zijn verbonden aan een bepaalde regio, die verantwoordelijk is voor het verzorgen en betalen van hun opvang. Jama komt uit Den Helder, en heeft dus geen regiobinding met Amsterdam. Om die reden werd hij al vaker bij de Havenstraat weggestuurd. “Terwijl buitenlanders er wel mogen blijven. In Den Helder hebben ze amper daklozenopvang!”, briest hij.

Opvang op de Havenstraat

Op sommige avonden kan Jama dus in geen van de opvanglocaties terecht. Waar hij dan slaapt? Hij haalt zijn schouders op en wijst naar zijn backpack met spullen: “Dan pak ik mijn slaapzak.”

Lesley kreeg eerder deze week een gloednieuwe slaapzak van een stel dat hij tegenkwam op straat. Kosten: €89,-. Hij glundert als hij vertelt dat de winkelmedewerker hem hielp om de slaapzak in de grote rode koffer te proppen, vol met medicijnen voor zijn gewricht- en suikerziekte.

Als de temperatuur onder het nulpunt daalt, zijn ze bij de Havenstraat wat coulanter. Dan mogen ook daklozen uit andere regio’s er slapen. Zelfs Lesley, die ook nadat hij struikelt over een stoepje blijft beweren dat hij niet dronken is, hoeft niet met zijn slaapzak de bosjes in. Als hij genoeg geduld heeft, mag hij zo naar binnen, waar zijn vaste bed hem opwacht.

Dakloze met een huis
Ferrie zoekt zijn vrienden op straat nog vaak op. Hij was lang dakloos, maar heeft nu een eigen woning. “Het is nog elke dag knokken, maar ik kan naar huis”. De omstandigheden voor daklozen zijn volgens hem nu slechter dan voorheen. Het is drukker geworden, de regels zijn strenger en de procedures langer en lastiger. “Vroeger kwam je nog weg met een waarschuwing. Nu is het boete op boete op boete.”