“Het eerste woord dat ik leerde was: alsjeblieft”

“Ah, daar is Svetlana. Ja, het lijkt altijd alsof ze aarzelt als ze aankomt”, zegt Lieske Adèr (70). Een vrouw komt schuifelend het pad oplopen . Ze draagt een lange zwarte jas, parel oorbellen en een ajour gebreid mutsje. Op haar neus prijkt een  bril met getinte glazen en gouden pootjes. Als ze hijgend binnen is gekomen verschijnt een brede lach op haar gezicht: “Hallo! Goedemorgen Lieske!” Het Russische accent verraadt haar afkomst.

Svetlana (80) is de eerste van de drie deelnemers die vandaag bij de Meeleesclub aanschuiven. Mensen met een taalachterstand leren hier iedere donderdagochtend van half elf tot half twaalf beter Nederlands door middel van gesprekken en oefeningen met elkaar. “Het is bedoeld voor mensen die nog meters moeten maken”, legt Adèr uit. Ze is gepensioneerd logopediste en oud-docent Nederlands als Tweede Taal. Als vrijwilligster is Adèr medeverantwoordelijk voor de Meeleesclub, die sinds 2014 bestaat. “We trekken vooral buitenlandse mensen aan die na hun inburgeringsexamen in een gat vallen. Hier kunnen ze zichzelf blijven verbeteren. We focussen bijvoorbeeld op intonatie en spreektempo; in Nederland praten mensen heel snel. “

Na Svetlana komen de Surinaamse Dorien – “Mijn leeftijd zeg ik liever niet” – en de Myanmarese Aung Zaw van eind veertig binnen. Bij Aung Zaw steekt een vrolijk geblokt overhemd boven een donkergroene pullover uit. Daaronder volgen een vale spijkerbroek en sneakers. Als iedereen behalve Svetlana – “Ik wil eerst pauze” – voorzien is van koffie of thee en een paaseitje kan de ochtend beginnen.

Lieske.png

Vandaag is het thema ‘Iets leuks doen’, vertelt Adèr. Ze pakt een tablet erbij en zet een geluidsfragment aan. Twee mensen voeren een gesprek met ritmische muziek op de achtergrond. Als de zogenoemde taal-rap af is, kijkt Adèr over de rand van haar rode leesbril naar de drie deelnemers: “Hebben jullie allemaal begrepen wat er gezegd werd?” Dorien knikt: “Ja, ik heb het begrepen.” Svetlana haalt haar schouders op en schudt haar hoofd. Aung Zaw zegt dat hij het “een beetje” snapt. Na het fragment nog twee keer beluisterd te hebben deelt Adèr een A4’tje uit waar een dialoog tussen de fictieve Annie en Kees op staat. Ze maken een afspraak om naar de bioscoop te gaan. Adèr leest de dialoog zin voor zin voor, waarna de groep haar aarzelend herhaalt.

Svetlana is sinds twee maanden de nieuwste deelneemster aan de Meeleesclub. Haar pogingen om Nederlands te spreken worden vaak onderbroken door Russische woorden, die ze ondersteunt met wilde handgebaren. Dorien en Aung Zaw doen al twee jaar lang trouw elke donderdag mee; hun begrip van de Nederlandse taal is beduidend beter. De laatstgenoemde is sinds een aantal jaar in Nederland en woont samen met zijn vijftienjarige dochter in Amsterdam. Zijn vrouw woont in de Filipijnen. In 2015 slaagde Aung Zaw na twee eerdere pogingen voor zijn inburgeringsexamen. De vragen vond hij vaak ingewikkeld. Als voorbeeld noemt hij de vraag wat je moet doen als iemand pijn heeft. “Je moet dan de huisartsenpost bellen en dus niet 112. Dat nummer mag je alleen bellen als het een noodgeval is. Dus niet altijd bellen, dat weet ik nu.” En het eerste Nederlandse woord dat Aung Zaw leerde? “Alsjeblieft.”