Onderwijs goes social

Ook de Hogeschool van Amsterdam begint eraan: ze zetten studenten in om te vloggen over de opleiding. Sfeerbeelden en tips over de beste pizza’s in town zullen op YouTube langskomen, net als vlogs over het maken van een studiekeuze. De HvA is de eerste hbo-instelling in Nederland die dit doet. Maar werkt het ook? En hoe gaan andere onderwijsinstellingen om met sociale media?

Moest je vroeger nog een stoffige studiegids doorbladeren voor informatie over een opleiding aan de HvA, nu hoef je hun alleen nog maar op Snapchat te volgen. Een studententeam beantwoordt daarop al je vragen. Liever contact met de school zelf? Sinds kort zit die ook op Whatsapp.

Onderwijsinstellingen stellen steeds vaker sociale media-experts aan, zoals Thijs van de Reep van de HvA. Hij is een van de ontwikkelaars van het vlog-project van de hogeschool dat maandag van start is gegaan. Zes studenten die voor acht euro per uur “elke dag behalve zondag” filmpjes plaatsen. Ze krijgen training van vloggers. Het doel? “Studenten bij de hogeschool betrekken door communicatie te gebruiken die bij hen past.’’

Bekijk hieronder het eerste filmpje van HvA-studente Amber van der Ent.

“Leuk, dit vlog-idee’’, vindt Eline Rijkaart (15). Ze zit in havo-4 en kiest volgend jaar een hbo-studie. “Door de vlogs zie je een beetje hoe de sfeer op de school is.’’ Maar om echt een studie te kiezen, gaat Eline toch voor de traditionele middelen: open dagen bezoeken en websites bekijken.

Studenteninput, een succes?
Terwijl bij de HvA studenten social input leveren, gebeurt dat bij het ROC en de Gerrit Rietveld Academie niet. “Vijf jaar geleden gebruikten we nog wel content die door studenten gemaakt werd”, zegt online communicatiemanager Alex Borburg van het ROC. Per studierichting hielden ‘ambassadeurs’ toen een eigen Facebookpagina bij. “Dat begon heel enthousiast, maar bloedde uiteindelijk dood. En als het niet spontaan gebeurt, is het niet leuk.”

Toch zijn studentenbijdrages belangrijk. “Studenten zijn natuurlijk het gezicht van de opleiding”, zegt Niels van Laatum van communicatiebureau RauwCC in Rotterdam, die niet verbonden is aan een onderwijsinstelling. Hij vindt het vlog-project van de HvA daarom een goed idee. Tegelijkertijd benadrukt hij dat begeleiding van media-experts hard nodig is. “Studenten hebben handvatten nodig, anders gaat het mis.”

How about the classics?
Ondanks alle nieuwe trends blijft Facebook onverminderd populair bij onderwijsinstellingen. “Wij gebruiken op de eerste plaats Facebook’’, zegt ook Karlijn Hoftijzer van de Gerrit Rietveld Academie. Ze hebben 11,109 volgers op Facebook, tegenover bijna vierduizend op Instagram.

Een nadeel aan Facebook is dat het een erg laag bereik heeft. Niet alles wat gepost wordt, verschijnt op je tijdlijn. Maar volgens Van Laatum van RauwCC “kan je soms al voor een paar euro extra veel meer mensen bereiken’’.

En inderdaad, de vijftienjarige scholier Eline komt af en toe een advertentie van een hogeschool op haar tijdlijn tegen.

Een Facebookserie van de Gerrit Rietveld Academie, #meetthestudents.

De UvA en de VU konden wegens tijdsgebrek geen reactie geven over hun sociale mediabeleid.