De nachtwacht van het Rembrandtplein

Iedere vrijdag- en zaterdagavond staan er twintig hosts op het Rembrandtplein. Ze zijn door de gemeente geselecteerd en getraind om bezoekers welkom te heten en de sfeer op het plein goed te houden. Lorraine is een van hen.

Het is vrijdagavond, half twaalf. Ondanks de ijzige kou is het druk op het Rembrandtplein. Uitgelaten jongeren vieren het weekend. Sommige zijn zichtbaar dronken, er wordt gelachen en geschreeuwd. “Een normale avond”, zegt Lorraine terwijl ze naar een portier van een van de cafés zwaait. “Soms kan de sfeer snel omslaan hoor, dat wel. Maar meestal is het gewoon gezellig.”

Lorraine (31) is een van de in totaal twintig pleinhosts die sinds anderhalf jaar iedere vrijdag- en zaterdagavond op het Rembrandtplein staan. Je herkent ze aan hun rode windjacks. Ze staan op het plein en patrouilleren in koppels door de omgeving. De hosts lachen en zwaaien naar iedereen. Bezoekers worden welkom geheten, verdwaalde toeristen worden de goede kant op gewezen. De pleinhosts staan er ook om conflicten in de kiem te smoren. De bedoeling is dat ze ruzies oplossen voordat die goed en wel zijn uitgebroken. Als het echt uit de hand loopt, bellen ze de politie.

Anderhalf jaar geleden stond Lorraine ingeschreven bij een uitzendbureau. Eigenlijk wilde ze iets met computers doen. Maar toen kon ze ineens host worden op het Rembrandtplein. Ze vond het meteen leuk. De afwisseling, het contact met bezoekers en collega’s: een topbaan.

En dus staat Lorraine nu hier, elke vrijdag en zaterdag van negen uur ’s avonds tot vijf uur ’s nachts. Ook als het ijskoud is, zoals vanavond. Of als het stortregent. De hosts staan er altijd.

Ze beginnen iedere avond met een briefing. Zijn er nog voetbalwedstrijden? Waar zijn de afterparty’s? Zo weten ze een beetje wat ze te wachten staat, al is het moeilijk in te schatten. Soms is het weken achter elkaar gezellig op het plein, maar dan zijn er ineens tien incidenten op een avond. De ene keer is het vol met toeristen, soms zie je alleen maar Nederlanders. Allebei even lastig, volgens Lorraine. Kort door de bocht zijn Nederlanders het meest bij vechtpartijen betrokken. Toeristen zijn vaker dronken.

Inmiddels is het even na twaalven. Lorraine loopt haar zoveelste rondje over het plein. Iedere uitsmijter wordt uitbundig begroet. Soms met een hand, meestal met een innige omhelzing. “Wat ruik je lekker”, zegt Lorraine dan. Antwoord: “Voor jou altijd.” Ja, er wordt een hoop gegeind onderling, lacht Lorraine.

Of hij blij is met de hosts? De portier van café Coco’s Outback aan het Thorbeckeplein moet lachen. “Met Lorraine wel”. Dan serieus: “Kijk, wij moeten soms inspringen voor hun veiligheid. Dat maakt ons werk lastiger. Aan de andere kant: er wordt gezegd dat het rustiger is op het plein sinds de hosts er zijn. Ik weet het niet. Wij zien niet wat zij doen. Maar dat zegt niks. De mensen in de kroeg denken ook dat ik hier buiten niets sta te doen. Die zien niet dat ik het constant druk heb.”

Af en toe vindt Lorraine haar werk spannend. Soms zelfs een beetje eng. Toen er een paar weken geleden een politieman in zijn nek werd gestoken bijvoorbeeld. Die agent staat er ook om haar te beschermen, denkt ze dan. Wordt hij ineens vanuit het niets aangevallen. Dat is wel beangstigend.

Meestal kan ze dingen heel makkelijk van zich af laten glijden. Als mensen irritant doen, of nare dingen roepen. “Ga terug waar je vandaan komt, met je kutkop”. Dat soort dingen hoort ze wel eens. Ze haalt haar schouders op. Verreweg de mensen zijn gewoon leuk en behulpzaam. Voor die mensen doet ze het. Daar denkt ze aan als ze iemand treft die vervelend doet.

Nog viereneenhalf uur, dan kan Lorraine naar huis. Morgenavond staat ze weer op het plein. En de rest van de vrijdag- en zaterdagavonden de komende anderhalf jaar. Daarna is de pilot afgelopen. Misschien worden de pleinhosts dan definitief geïnstalleerd, misschien ook niet. Gaat Lorraine een andere baan zoeken. Maar niet iets met computers. Liever iets met mensen. Iets als dit eigenlijk.