Amsterdamse musea en jongeren in Zuidoost spreken niet dezelfde taal

Waarom bezoeken zo weinig jongeren uit Amsterdam Zuidoost het Museumplein? Dat vragen de grote musea in Amsterdam zich af. Vorige week bleek uit onderzoek van NAP Nieuws dat het Stedelijk Museum een cultureel diverser publiek over de drempel wil halen. ‘Sommige bewoners in de Bijlmer kennen het Museumplein niet eens.’

Volgens Harriët Mbonjani (26) is ‘desinteresse’ niet de reden dat zo weinig jongeren uit Amsterdam Zuidoost naar het museum komen. Mbonjani deed eind vorig jaar een onderzoek in opdracht van het Stedelijk Museum. ‘Het Stedelijk is natuurlijk open voor iedereen. Je kan er gewoon naar binnen lopen. Maar toch voelt het museum voor sommige mensen niet als een plek waar zij welkom zijn.’

Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet

‘Het publiek dat nu in musea rondloopt, zijn gewoon niet hun mensen. Ze voelen zich er vaak niet thuis’, zegt buurthuismedewerker Sjoerd Bakker (33) over de jongeren in Zuidoost. Ook noemt hij het financiële aspect. ‘Om het Museumplein te bereiken moet je de wijk uit en dat kost wat: de metro of tram, een toegangskaartje.’

Bakker is al elf jaar jongerenwerker en tevens vertrouwenspersoon in verschillende buurthuizen in de Bijlmer. Met jongeren in de leeftijd 10 tot 24 jaar doet hij veel aan sport en werkt hij aan een project om obesitas tegen te gaan. ‘Wij werken hier vooral met de kids van de straat. De subsidie die wij krijgen is bedoeld voor overlastbestrijding.’

Via buurtorganisaties in de Zuidoost kwam ook Mbonjani in contact met families van verschillende culturele achtergronden. Gesprekken met hen konden soms uren duren. Wat blijkt: ‘Het is niet zo dat er geen behoefte is aan kunst, of een uitje naar het museum. Vaak kennen de bewoners het Museumplein enkel van naam.’

‘Wat de boer niet kent dat vreet hij niet, toch?’, zegt Bakker. ‘Als je ouders een beetje op straat hangen, in plaats van jou meenemen naar een museum, waar moet dan die behoefte vandaan komen?’ Er wordt veel georganiseerd in de buurthuizen van de overkoepelende organisatie Swazoom. ‘In de wijk blijven is dan veel makkelijker en leuker’, zegt Bakker.

Musea moeten luisteren

Tegelijkertijd ziet Bakker ook een kleine groep jongeren uit Zuidoost die wel graag naar musea gaan en zich bezighouden met mode en kunst. ‘Het Tropenmuseum heeft de meeste raakvlakken met hun interesses.’

‘In ons programma nemen we thema’s op die leven in de samenleving’, zegt Wayne Modest. Hij werkt bij het Tropenmuseum als hoofd van de onderzoeksafdeling voor wereldculturen. ‘Onze exposities en programma’s over kolonialisme en slavernij sluiten aan bij de discussie die leeft.’

Een tentoonstelling maken gebeurt bij het Tropenmuseum in samenwerking met het publiek. ‘Daarvoor hebben we contact met bezoekers, maar ook met influencers in de gemeenschap. Het Bijlmerparktheater en belangengroep Decolonize the Museum zijn daar voorbeelden van. We kunnen erover blijven praten maar we moeten ook vooral doen.’

Het Rijksmuseum probeert onder andere een divers publiek te bereiken via het onderwijs. ‘We willen er voor iedereen zijn. Dat staat heel hoog op onze agenda’, zegt Annemies Broekgaarden, hoofd van de afdeling Publiek & Educatie bij het Rijksmuseum. ‘We letten goed op onze woorden, dat we niet mensen afstoten of buitensluiten.’ In 2020 komt het Rijksmuseum met een grote tentoonstelling over het Hollandse slavernijverleden.

Urgentie

‘In Nederland zijn we al tientallen jaren bezig met die discussie over diversiteit. Maar ik voel wel een nieuwe urgentie’, zegt Modest. Hij benadrukt dat het belangrijk is als museum een deel uit te maken van die discussie.

‘Betrokkenheid bij het museum komt juist heel erg vanuit de behoefte van de bezoekers’, zegt Mbonjani. ‘Ik merk dat het museum nu concrete stappen willen zetten.’ Het Stedelijk Museum heeft begin dit jaar in samenwerking met het Van Abbemuseum in Eindhoven STUDIO I in het leven geroepen. Waarbij de ‘I’ staat voor inclusie binnen het culturele veld.

Foto: Isaac Kojo Owusu