Amsterdam wil minder toeristen die voor wiet en nachtleven komen. Met nieuw beleid probeert de stad de stroom te temperen. Maar in een hostel boven een coffeeshop op De Wallen lijkt het nachtleven onveranderd door te draaien.
De deur van de hostelkamer gaat langzaam open. Twee jonge vrouwen glippen naar binnen. Voorzichtig, zodat ze hun kamergenoten niet wakker maken, want het is al laat. Dat voornemen houdt niet lang stand. Tijdens het tandenpoetsen, het verwijderen van hun make-up en het opmaken voor bed ontsnapt er met enige regelmaat een ingehouden giechel.
Sahar*, één van de twee vrouwen, is vandaag achttien geworden. Om dat te vieren is ze samen met haar nicht Nihir (21) van hun woonplaats Istanbul naar Amsterdam afgereisd. Voor hun “full Amsterdam experience” zoals ze het zelf noemen. En dat is, in hun ogen, slapen in een hostel boven een coffeeshop, midden op de Wallen. En voor de gelegenheid hebben ze vandaag ook een “speciale brownie” gegeten, vertelt Sahar terwijl ze Nihir veelbetekenend aankijkt. “Waar kun je dat beter proberen dan hier?”
Beperkende maatregelen
Amsterdam vecht al jaren tegen drugstoerisme. Jaarlijks bezoeken zo’n twintig miljoen mensen de stad. Voor één zesde deel daarvan zijn coffeeshops de belangrijkste bezoekreden. Het nachtleven en De Wallen zijn ook veelgenoemde trekpleisters, blijkt uit een onderzoek van Ipsos I&O uit 2022. Maar dat massale bezoek zet de leefbaarheid van het centrum onder druk. “Door plat toerisme sterft de stad”, waarschuwde burgemeester Femke Halsema een paar jaar terug al in NRC. Met name bewoners van het centrum klagen al jaren over geluidsoverlast, drukte, onveiligheid en criminaliteit.
Sindsdien treft de Gemeente maatregelen: coffeeshops verdwijnen uit het centrum, vergunningen worden aangescherpt, het aantal hotels en hostels begrensd. Handhaving is zichtbaarder dan ooit, campagnevideo’s moeten bezoekers ontmoedigen en toeristen worden richting andere wijken gestuurd. Maar sinds de pandemie is het aantal bezoekers dat naar Amsterdam is stabiel gebleven. Het is een strijd voor de lange termijn, erkent het stadsbestuur, en snelle successen zullen ze niet boeken.
Het hostel waar Sahar en Nihir verblijven bedient vooral toeristen die zich willen onderdompelen in het Amsterdamse nachtleven. Eenmaal binnen verdwijnt elk besef van tijd. Het is onmogelijk om te zeggen of het buiten licht of donker is. Ramen zijn er nauwelijks, en de paar die er zijn kijken uit op een hoge muur van een naastgelegen gebouw. De gangen baden in rood neonlicht.

Niet alleen een drugstoerist
De nichtjes begrijpen wel dat Amsterdam niet alleen toeristen wil trekken die komen blowen. Maar naar eigen zeggen horen zij niet bij die groep. “Morgenochtend gaan we naar het Van Gogh Museum, een schilder waar ik al langer in geïnteresseerd ben”, zegt Nihir terwijl ze ondertussen in haar koffer rommelt. “Als ik hier alleen voor de wiet kwam, had ik net zo goed thuis kunnen blijven.”
Vanaf begin dit jaar is de toeristenbelasting op een hotelovernachting verhoogd naar 33,5 procent. Maar volgens een medewerker van het hostel blijven de toeristen nog komen.“Januari is een rustige maand, en we zitten nog steeds bijna vol”, zegt hij.
Geen daglicht
In de bar beneden liggen reizigers languit in versleten banken. Boven hen zweeft een dunne rooklaag. Andreas, 34, uit Italië, doet mee. Zijn vrienden zijn de stad in, op jacht naar het Amsterdamse nachtleven. Hij bleef achter: te moe (“en eigenlijk ook high”), zegt hij. Dus rookt hij nog één joint voor hij gaat slapen.
“Het blijft bizar dat je hier gewoon op elke straathoek wiet kunt kopen.” Het is zijn derde bezoek aan Amsterdam. “Ik kom steeds terug. Zelfs naar dit hostel.” Hij klikt zijn aansteker, probeert het uiteinde van zijn joint opnieuw tot leven te wekken.
Andreas zelf heeft nooit echt door gehad dat de Gemeente zich inzet om drugstoerisme in te perken. Hij lacht. “Eerlijk? Ik heb Amsterdam nauwelijks bij daglicht gezien.” Nog een trek. “Drugs horen een beetje bij de ervaring hier.” Deze keer wil hij meer zien: musea, straten, cultuur. “Tenminste,” zegt hij, denkend. “Ik moet nog beslissen wat.”
*In dit stuk zijn namen gewijzigd. Voor de geïnterviewden is het gebruik van softdrugs illegaal in hun land van herkomst. Om hun privacy te beschermen zijn ook hostelmedewerkers geanonimiseerd. De redactie kent hun identiteit.
