Toen ik als kind naar NEMO Science Museum ging, kostte me dat niets. Niet omdat ik jong was, niet omdat mijn ouders betaalden, maar simpelweg omdat ik Nemo heet. Mijn moeder had ooit op de website gelezen dat naamgenoten gratis naar binnen mochten, en bij aankomst bleek dat inderdaad te kloppen.
Ik kreeg een VIP-kaartje. Een grote eer voor een achtjarige jongen uit Brabant, want laten we eerlijk zijn: zoveel Nemo’s lopen er niet rond. In mijn geboortejaar 2001 werden er volgens de Nederlandse Voornamenbank slechts 21 baby’s zo genoemd.
‘Nee, dat doen we nu niet meer. Sorry.’ De medewerker van de balie van NEMO Amsterdam kijkt me vriendelijk, maar resoluut aan. Het is inmiddels vijftien jaar geleden dat ik op basis van mijn naam gratis naar binnen mocht. Met frisse tegenzin haal ik mijn museumjaarkaart uit mijn broekzak. De toegangsprijs van 21,50 euro hoef ik in elk geval niet af te rekenen, maar het voelt toch alsof er iets symbolisch verloren is gegaan.
Het gejoel van kinderen wordt steeds luider terwijl ik op de roltrap naar boven glijd. Ik laat mijn kaartje scannen – opnieuw: met frisse tegenzin – en de tocht door het museum kan beginnen. Wat meteen opvalt: het is druk. Heel druk. En het museum oogt kleiner dan ik me herinner. Vijftien jaar extra lengte en perspectief doen wat met je herinneringen.
Ik besluit bovenaan te beginnen, bij de afdeling over het menselijk lichaam. Als kind was dit mijn minst favoriete verdieping. Het ging er veel over puberteit en seksuele ontwikkeling, onderwerpen die je als achtjarige liever vermijdt. Nu valt het me vooral op dat het hier rustiger is dan elders. Minder kinderen, meer uitleg. Het is leerzaam, degelijk opgezet. Maar om me heen zie ik vooral ouders die hun kinderen snel door de ruimte loodsen. Alsof ze hopen dat bepaalde vragen uitblijven.
Op de derde verdieping overvalt me een golf van nostalgie. Het gaat hier over elementen, energie en het heelal. Ik ben nooit een echte bèta geweest, maar ik vond het als kind al fascinerend hoe het universum in elkaar zit. Met heldere informatiebordjes wordt uitgelegd hoe sterren ontstaan en hoe de aarde zich heeft gevormd. De uitleg is simpel, precies zoals ik het me herinner: wetenschap zonder overweldigd te worden.
Na een snelle verkenning van de overvolle tweede verdieping komen we aan bij de eerste: fenomena. Hier staat nog altijd een van mijn favoriete proefjes van vroeger: drie stoelen, een touw en katrollen. Het idee: hoe meer katrollen, hoe minder kracht je nodig hebt om jezelf omhoog te trekken. Maar voordat ik goed en wel klaarsta, schiet een kind tussendoor en is de plek bezet.
Het is een klein moment, maar vat het bezoek goed samen. NEMO is gemaakt voor kinderen, en dat doet het museum uitstekend. De proefjes zijn nog steeds interessant, ook voor volwassenen. Maar de ruimte ontbreekt, letterlijk en figuurlijk. Zonder kind aan je hand voel je je al snel een buitenstaander. Alsof je zonder uitnodiging een verjaardagsfeestje bent binnengekomen.
Een bezoek aan NEMO als volwassene is niet teleurstellend, maar wel ontluisterend. Niet omdat het museum er minder goed op is geworden, maar omdat je zelf veranderd bent. Wat ooit voelde als een speelparadijs vol ontdekking, is nu een druk educatief doolhof waarin je vooral in de weg loopt.
