De Peiling #3: The Chronology of Water is een intrigerend maar loodzwaar regiedebuut

‘These fragments I have shored against my ruins’, schrijft T.S. Eliot in 1922 in zijn meesterwerk The Waste Land. In de nasleep van de verwoestende oorlogen van de twintigste eeuw werd al duidelijk: traumatische herinneringen laten zich niet ordenen. Ze stromen, stokken, verdwijnen, vallen uiteen of verstenen. En dus bewegen narratieven zich als kolkende rivieren voort: fragmentarisch, non-lineair en desoriënterend. In haar regiedebuut The Chronology of Water omarmt Kristen Stewart dat gegeven vol overgave, waarbij weinig ruimte overblijft om tussendoor naar adem te happen.

De film, gebaseerd op de memoires van schrijfster Lidia Yuknavitch, vertelt het levensverhaal van een vrouw (Imogen Poots) die wordt misbruikt door haar vader en, eenmaal losgerukt uit de kluwen van haar ouderlijk huis, verzeild raakt in verslaving. Ze verliest haar eerste kind door een stilgeboorte, belandt in een depressie en begint gaandeweg steeds meer gedragingen van haar vader over te nemen. De pijn lijkt tot diep in haar vezels doorgedrongen.

Wie een klassieke verhaalstructuur verwacht, komt bedrogen uit. The Chronology of Water bestaat uit flarden. Het beeld verschiet van Lidia’s apathische moeder, onderuitgezakt in een stoel, naar haar zwijgende zus, schimmel op muren, bloed tussen benen, glasscherven, kolkend water. 

Uitgesproken regiekeuzes

Stewart toont knap hoe trauma kan doorwerken van generatie op generatie, hoe mishandeling in het lichaam gaat zitten en hoe slachtoffers in een vernietigende wurggreep kunnen belanden, ook jaren later. Met uitgesproken regiekeuzes bewijst ze dat ze geen grafische beelden nodig heeft om zware gebeurtenissen te vertolken. Geweld en pijn blijven buiten beeld en worden enkel gesuggereerd via bloed, zweterige lichamen, trillende lippen of harde geluiden. 

Uiteindelijk zoekt Lidia haar toevlucht in het schrijven. In een van de weinige lichtere delen van de film zien we hoe ze een leermeester vindt in schrijver Ken Kesey (James Belushi) en zich overgeeft aan het stromen van haar woorden op papier. Stewart laat hier op ingenieuze wijze zien hoe fragmentarisch en collectief schrijven en creëren een tegenwicht kan vormen tegen dwingende structuren. De scène roept associaties op aan het naoorlogse écriture féminine, waarbij feministische schrijfsters zoals Hélène Cixous patriarchale structuren ondervroegen door vloeiender, speelser en experimenteler te gaan schrijven. Even lijkt het alsof Stewart hier, aan het begin van haar regiecarrière, haar artistieke missie al aan ons onthult. 

Vormelijk experiment

Die vormelijke ambitie is dan ook in elk aspect van de film terug te zien. Het camerawerk, de gevaarlijke verstilling die Stewart weet aan te brengen en zelfs de symboliek – die gemakkelijk in voorspelbaarheid had kunnen verzanden, maar telkens toch een diepere laag krijgt – zijn geweldig. 

Imogen Poots, die Lidia vertolkt, acteert al minstens even fenomenaal. Op sommige momenten speelt ze angstaanjagend vlak, haar personage ogenschijnlijk onveranderlijk. Op andere momenten weet ze Lidia, door een overtuigende uitbarsting of een enkele blik, toch weer te portretteren als het gelaagde en complexe personage dat ze is.

Weet wel: het geheel is bepaald niet subtiel en het schort gedurende de ruim twee uur durende vertelling meer dan eens aan dynamiek. Werkelijk alle scènes en beelden zijn heftig. Dat zou een gerichte keuze van Stewart kunnen zijn; alsof ze de kijker wil overspoelen met eenzelfde soort zwaarte als die die haar hoofdpersoon is toebedeeld. De constante intensiteit komt de gewenning echter niet ten goede en soms dreigt de film even diffuus te worden als de troebele onderwaterbeelden waarmee Stewart ons keer op keer confronteert. 

Daarmee is Kristen Stewarts regiedebuut een intrigerend vormelijk experiment, maar ook loodzwaar. Wees gewaarschuwd.