Amsterdam in 10.000 stappen richt zich op mensen die dagelijks obsessief bezig zijn met hun stappenteller. Nu kun je ook je stappen halen terwijl je je onderdompelt in de rijke geschiedenis van de stad.
Tienduizend stappen per dag. Jarenlang gold het als de heilige graal van een gezonde levensstijl. Inmiddels is het getal bijgesteld: onderzoekers denken nu dat zo’n zevenduizend stappen genoeg is. Toch blijft die zogenaamd magische tienduizend hardnekkig in mijn geheugen kleven.
Historici Hannah Bakx en Roos Hamelink haken slim in op de behoeftes van de moderne mens met het boek Amsterdam in 10.000 stappen. Een wandelgids met looproutes door tien verschillende Amsterdamse wijken en stadsdelen. Van Centrum, Oud-West en de Plantage, tot de Bijlmer en de Bos en Lommer.
Met het boek in de hand start ik de route die me door het Centrum van Amsterdam leidt. Ik start bij Centraal Station, waarnaar ik via de Zeedijk en Nieuwstraat richting het Rokin loop. Een route die ik al vele malen heb gelopen, maar nu minder gehaast en goed om heen kijkend.
Volgens de schrijvers is het boek bedoeld voor de ‘doorgewinterde Amsterdammer’, om de eigen stad beter te leren kennen. Tegelijkertijd is het ook geschikt voor nieuwe bewoners van de stad. Tot die laatste categorie behoor ik.
De wandeling wordt vergezeld met een kaartje van de route, al is die weinig gedetailleerd. Het biedt dus weinig houvast. Met aanwijzingen als: ‘Sla de tweede straat in die je ziet’, ‘stop bij nummer 166’, en ‘zoek de tekst op de gevel’ moet je je een weg door Amsterdam zien te banen. Het voelt daardoor als een ouderwetse speurtocht: geen Google Maps, maar aandachtig lezen, opletten en af en toe de weg kwijtraken.
De auteurs mijden bewust de platgetreden toeristenroutes. Ik loop met een boog om de Dam en passeer het Anne Frankhuis zonder te stoppen. In plaats daarvan duik ik een smalle steeg in: Gebed zonder End. De naam blijkt geen toeval. In de Middeleeuwen stonden er in Amsterdam zoveel kloosters dat ze een vijfde van het stadscentrum besloegen. Even verderop lees ik nog een feit dat blijft hangen: honderd jaar geleden dienden de grachten in de Jordaan als open riool voor de ruim tachtigduizend bewoners van de wijk (voor context: dat zijn er nu zo’n 20.000).
Of de geboren en getogen Amsterdammer veel nieuws zal leren betwijfel ik. De route neemt me mee langs het Begijnhof en vertelt over de achterliggende betekenis van het homomonument. Beiden prachtige en bijzondere plekken in de stad, maar zelfs ik, als vrij nieuwe bewoner van de hoofdstad, ken deze informatie.
Maar of het echt uitmaakt? Misschien zit de waarde van het boek niet in het leren van nieuwe feiten. Amsterdam in 10.000 stappen dwingt je om niet gedachteloos van A naar B te lopen, maar om stil te staan bij wat je normaal straal voorbij loopt. Want terwijl de stappenteller richting de tienduizend kruipt, krijgen vele straathoeken, stegen en grachtenpanden net iets meer kleur.
