De Peiling #5: Hilarische individuen bij WTF Improv van Boom Chicago

Een scène over hoe de vrouw op rij vier als klein kind verdwaalde in Arnhem? Een musical over een dag in het leven van de Italiaanse Federico? Of een lied over de recensent die nog zó probeerde om onopvallend in het publiek op te gaan? Iedereen kon als inspiratie dienen tijdens de WTF Improv-show van de Engelstalige comedyclub Boom Chicago. 

Meteen bij de opening was duidelijk: deze van oorsprong Amerikaanse improv-comedygroep weet hoe ze een show optuigt. Flikkerende lichten, een pompende jingle en een enthousiaste speler die met humor het concept uitlegt. In het format van WTF Improv vormen korte interviews met toeschouwers de inspiratie voor geïmproviseerd theater.  ‘Je ging diepzeeduiken! Wat een leuke hobby! Wat was het raarste dat je ooit tegenkwam?’ En vervolgens kijk je naar een geestige scène over een grote flirtende vis. 

Publieksparticipatie 

Ook de recensent ontkwam niet aan een deelname. Als allereerste werd ik uit het publiek geplukt en gevraagd plaats te nemen op het podium. De spelers wilden alleen mijn naam weten. Ik kreeg een toeter in mijn handen en mocht die alleen gebruiken als het níet waar was wat ze in een lied over mij zongen. Een van de vijf spelers zong dat ik waarschijnlijk Nederlands was gezien mijn naam ‘Gggerben’. Daar werd terecht hard om gelachen. Daarna bleef het een vermakelijk lied vol rijm, maar het lukte de acteurs niet goed om nog meer rake aannames te maken.

De interviews en uitgebreide interactie met mensen uit het publiek waren een unieke en waardevolle toevoeging aan het verder redelijk traditionele improv-comedyformat. Één van de hardste lachsalvo’s van de avond rolde toen een geschiedenisliefhebber de absurde vraag kreeg wat zijn favoriete fun fact over de Tweede Wereldoorlog was. Sommige interviews duurden echter te lang; het leek alsof de spelers bleven doorvragen als ze nog niet genoeg inspiratie hadden.

Weinig consistente verhalen, maar hilarische individuen

Hoewel de vijf improv-spelers allemaal met regelmaat humoristische uitspattingen hadden, lukte het ze amper om consistente verhalen te bouwen. Dat leidde ertoe dat veel scènes alle kanten opgingen of juist lang bleven hangen in dezelfde grap. Gelukkig bleven de spelers over het algemeen super gevat. Zo was er de schitterende scène die vijf minuten over een medewerker ging die de kosten van zijn scheiding met de bedrijfscreditcard had betaald. Na een emotionele discussie vroeg de medewerker aan zijn baas: ‘Maar wat mag ik dan wel kopen met die kaart?’ Waarop de baas droogjes zei: ‘Uhm, gewoon lunch.’

Ster van de avond was overduidelijk actrice Laura Maynard. Zij wist het publiek telkens te verrassen met haar hilarische, theatrale input. Zo speelde ze een wekkerklok met een Italiaans accent in een musical over Federico. Bovendien lukte het haar wél om verhaallijnen uit te tekenen, bijvoorbeeld toen ze als politiebaas een verloren meisje in Arnhem wilde opsporen door alle agenten te vermommen als haar ‘crush’. 

Improv-comedy valt of staat bij grappige individuen en die waren bij WTF Improv absoluut aanwezig. Wie coherente verhaallijnen had verwacht, kan de fout maken om gelijk te denken dat alle improv uit aaneenrijgingen van absurdistische grappen bestaat. Andries Tunru, de nét-niet-Slimste Mens en improv-speler bij Flunknarf en Radio Willekeur, zei ooit: ‘Mensen weten niet dat improvisatietheater een genre is; als ze de Lama’s stom vinden, vinden ze gelijk alle improv stom.’ Als je na de show echt dacht ‘WTF’, kijk dan rustig verder in de gevarieerde improv-wereld.