‘Niemand zou het merken als er iets gebeurt’: waarom lantaarnpalen de nacht niet veiliger maken voor vrouwen

Amsterdam investeert 6 miljoen euro in verlichting en herinrichting van 160 kwetsbare plekken. Vrouwen en onderzoekers zeggen dat het gaat om meer dan lampen.

Het is woensdagavond, tien uur. Het Bullewijkpad in Amsterdam-Zuidoost ligt er verlaten bij. Een lang voet- en fietspad dat onder viaducten van trein, metro en autowegen door kronkelt. Hier, ter hoogte van metrostation Bullewijk, is de onderdoorgang het langst. De tunnel is breed, ruim genoeg voor fietsers in beide richtingen, maar juist daardoor voelt hij desolaat. Elk geluid echoot. Ook ik, als 21-jarige man van 1 meter 80, sta hier met een oncomfortabel gevoel.

6 miljoen euro voor de veiligheid van vrouwen: dat kondigt de gemeente Amsterdam begin september 2025 aan. Het geld volgt op de gewelddadige moord van de 17-jarige Lisa en andere ernstige geweldsdelicten tegen vrouwen in de regio. De gemeente gaat 160 kwetsbare plekken aanpakken met betere verlichting, snoeiwerk en herinrichting. Begin 2026 zou hier, op het Bullewijkpad, een proef starten met veilige verlichting onder drie onderdoorgangen. Of het echt nodig is, en of het écht zou helpen, blijft de vraag.

‘De oplossing zit niet in meer verlichting’

Dan nadert er in de verte ineens een silhouet. Een fietser komt aanrijden vanuit de richting van het metrostation, haar jas glimt onder de schaarse lantaarnpalen. Ik loop naar haar toe voordat ze bij de tunnel is en stel me voor. Noor Vermeulen (28), verzorgende in een verpleeghuis, is net klaar met haar late dienst. Haar werkkleding zit nog onder haar jas. Als ik vertel dat ik een artikel schrijf over vrouwenveiligheid en de aangekondigde maatregelen hier, lijkt de initiële schrik dat hier zomaar iemand staat, weg te ebben.

‘Dit is nog precies hetzelfde als een jaar geleden,’ zegt ze terwijl ze naar de tunnel kijkt. ‘Misschien hebben ze plannen, maar ik zie niks nieuws. Nog steeds donker, nog steeds dat grauwe beton, nog steeds niemand die hier ’s avonds is.’

Uit onderzoek van Pointer en het AD blijkt dat bijna 10.000 vrouwen ruim 14.000 onveilige plekken in Nederland hebben gemeld. Daarnaast hebben gemeenten nauwelijks overzicht van deze plekken en krijgt slechts 12 procent van hen terugkoppeling op een melding.

‘Verlichting en camera’s worden vaak gezien als dé oplossing,’ zegt Krista Schram, associate lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid aan Hogeschool Inholland. ‘Maar dat is een misvatting.’ Ze beschrijft een park in Rotterdam met uitstekende verlichting en camera’s, maar volledig verlaten, met onduidelijke routes en te weinig overzicht. ‘Geen enkele vrouw zou daar ’s avonds doorheen fietsen.’ Het contrast: een ander park, compact, met woningen eromheen waaruit bewoners kunnen uitkijken. ‘Daar zit de oplossing niet in meer verlichting, maar in sociale controle, in huizen aan de rand van het park, mensen die op het fietspad uitkijken.’

‘Ga jij maar weerbaar worden’

Noor fietst hier drie, vier keer per week na late diensten. ‘Ik help mensen, ik zorg voor ouderen, en dan moet ik bang zijn op weg naar huis. Dat voelt niet eerlijk.’

In Amsterdam maakt in 2024, volgens analyse van Onderzoek en Statistiek, 72% van de vrouwen tussen 15 en 34 jaar in de afgelopen twaalf maanden straatintimidatie mee. Ze worden nagefloten, nageroepen of seksueel aangesproken.

‘Ik fiets hier zo snel mogelijk doorheen,’ zegt Noor. ‘En als ik zie dat er groepjes jongeren daar rondhangen, dan wacht ik even tot er nog een andere fietser komt, zodat ik niet alleen ben.’ Ze heeft een systeem: live-locatie delen via WhatsApp zodra ze op haar fiets stapt na werk. ‘Klinkt gek misschien, maar het geeft wel een beetje rust.’

Maar volgens Schram zijn die sleutels tussen je vingers, die gedeelde live-locatie, die omwegen, allemaal symptomen van het feit dat vrouwen zoveel te maken hebben met geweld en intimidatie. ‘Het kan natuurlijk niet zo zijn dat we alleen maar zeggen: ‘vrouwen, ga maar weerbaar worden,’ terwijl we weten dat het ligt aan plegers, aan de cultuur, aan de buitenruimte die niet aansluit op wat vrouwen nodig hebben,’ zegt Schram. ‘Dat verandert niks aan die structurele ongelijkheid. Sterker nog, het bevestigt het alleen maar. Namelijk: ‘je bent een vrouw, jij hebt hier last van, dus ga jij maar weerbaar worden.’’

Als Noor weer op haar fiets stapt, kijkt ze naar de lange, lege tunnel voor haar. ‘Het ergste is: de eenzaamheid, het gevoel dat niemand het zou merken als er iets gebeurt.’