Wethouders Zita Pels en Rutger Groot Wassink ontkennen woensdag in de gemeenteraad dat zij een verzoek van woningcorporatie Stadgenoot om woonproject Stek Oost te sluiten naast zich hebben neergelegd. Volgens het college heeft de corporatie nooit om directe beëindiging gevraagd, maar aangegeven dat het project ‘in de huidige vorm’ niet kon doorgaan.
De opheldering komt tijdens een verhitte commissievergadering over het omstreden wooncomplex, waar sinds 2018 studenten en statushouders samenwonen. In de afgelopen jaren deden zich ernstige incidenten voor, waaronder meerdere verkrachtingen, steekincidenten, stalking, geweld en drugsproblematiek. Een Syrische bewoner werd in 2024 veroordeeld voor twee verkrachtingen van medebewoners. Bewoners deden tientallen aangiftes en gaven aan zich onveilig te voelen in hun eigen woning.
‘Geen verzoek tot sluiting’
Wethouder Pels stelt dat Stadgenoot op 14 juli 2023 weliswaar contact opnam, maar toen niet om beëindiging vroeg. ‘Ze gaven aan dat ze niet door konden in de huidige vorm tot 2028. Er is direct actie ondernomen,’ aldus Pels. Volgens haar gaat het om zorgen over enkele personen, niet om een onoverkomelijk veiligheidsprobleem.
Pels vertelt dat zij tijdens het telefonische overleg met de directie van Stadgenoot vier scenario’s heeft besproken waarop het project wél door zou kunnen gaan. Uiteindelijk werd gekozen voor aanpassingen: de verhouding studenten-statushouders werd 70-30 in plaats van 50-50, er kwam extern sociaal beheer en extra cameratoezicht. Pels benadrukt dat de corporatie zelf verantwoordelijk is voor de veiligheid, met ondersteuning van de gemeente.
Jarenlange waarschuwingen
De problemen bij Stek Oost zijn niet nieuw. Al in 2019 schreef onderzoeker Maarten Davelaar van het Verwey-Jonker Instituut een rapport over de situatie. De gemeente werd hiervan in november 2020 formeel op de hoogte gesteld. In 2022 volgde een tweede waarschuwing van onderzoeker Lian Priemus, die na gesprekken met dertig bewoners en medewerkers concludeerde dat er structurele problemen waren. Beide rapporten leidden tot beleidsmaatregelen, maar de incidenten bleven zich voordoen.
Volgens het college hebben deze signalen geleid tot aanpassingen in beleid en beheer, al bleven incidenten zich voordoen. Hoeveel aangiftes er in totaal zijn gedaan en hoe die zich verhouden tot het aantal bewoners, komt tijdens het debat slechts beperkt aan bod.
Scherpe kritiek VVD
VVD-raadslid Myron von Gerhardt uit felle kritiek op het college. ‘Als drie jaar na maatregelen nog steeds incidenten plaatsvinden zoals een groepsverkrachting, dan is het too little, too late,’ stelt hij. Von Gerhardt verwijt de wethouders dat het slagen van het project belangrijker was dan de veiligheid van de bewoners.
Ook Laurens Lochtenberg (CDA) vraagt waarom de zogeheten driehoek van burgemeester, politie en Openbaar Ministerie niet werd betrokken bij de besluitvorming. Wethouder Groot Wassink antwoordt dat de driehoek alleen wordt ingeschakeld voor specifieke bestuurlijke besluiten over openbare orde en veiligheid, zoals gebiedsverboden of sluitingen. ‘Dat betekent niet dat de politie en burgemeester niet optraden. De burgemeester kan ook zonder driehoeksbesluit verstrekkende maatregelen nemen,’ aldus Groot Wassink.
Het project loopt formeel nog door tot 2028. De vraag of het controversiële woonexperiment die einddatum haalt, blijft vooralsnog onbeantwoord. De oppositie kondigt aan het onderwerp de komende tijd nauwlettend te blijven volgen.
