‘Niets dat herleidbaar is’: Waarom Iraniërs in Nederland niet durven te spreken

Terwijl in Iran de repressie tot ongekende hoogte oploopt, met naar schatting dertigduizend doden bij recente protesten, groeit ook in Nederland de angst onder Iraniërs. Zelfs wie hier al decennia woont en een Nederlands paspoort heeft, past rigoureuze zelfcensuur toe. De ‘lange arm’ van het regime reikt tot in Nederlandse huiskamers, via digitale surveillance, informanten en de angst voor represailles tegen familie in Iran.

‘Mag ik je naam gebruiken in dit stuk?’, luidt de vraag aan Laleh* in het kleine kantoortje waar een groep Iraniërs geregeld samenkomt. Ze schudt haar hoofd nog voordat de zin af is. ‘Absoluut niet’, zegt ze gedecideerd. ‘Niets dat herleidbaar is’.

‘Het klinkt misschien paranoïde’, verzucht ze, ‘maar ik heb daar nog familie. Zolang zij daar zijn, en het regime zo is, moet ik blijven oppassen’. Ze is zestig, woont al dertig jaar in Nederland en heeft een Nederlands paspoort. En toch regeert de voorzichtigheid.

De lange arm van Teheran

In Iran is de repressie geëscaleerd. Volgens de VN werden er alleen al in 2024 meer dan 580 mensen geëxecuteerd, het hoogste aantal in jaren. Eind december 2025 brak een nieuwe golf van massaprotesten uit die het land wekenlang in zijn greep hield. Op 8 en 9 januari 2026 demonstreerden mensen in zeker 237 steden, waarna het regime hard toesloeg.

De precieze aantallen zijn moeilijk vast te stellen door een volledige internetblokkade, maar de cijfers die naar buiten komen zijn schokkend. Mensenrechtenorganisatie HRANA heeft tot nu toe 6.126 doden kunnen bevestigen en onderzoekt nog ruim zeventienduizend meldingen. Een netwerk van tachtig Iraanse artsen schat op basis van hun ervaringen in ziekenhuizen dat het werkelijke dodental mogelijk meer dan dertigduizend bedraagt, tien keer hoger dan officiële cijfers. Twee anonieme medewerkers van het Iraanse gezondheidsministerie vertelden tijdschrift Time dat alleen al op de dodelijkste dagen de voorraad lijkzakken uitgeput raakte en vrachtwagens werden ingezet om lichamen af te voeren.

Maar de controle stopt niet bij de Iraanse grens. Uit rapporten van de AIVD en de NCTV blijkt dat statelijke inmenging in diasporagemeenschappen een structureel probleem is. De Iraanse overheid beperkt zich niet tot het eigen grondgebied; de ‘lange arm’ reikt tot in de straten van Amsterdam en Den Haag. Niet alleen recente vluchtelingen zijn voorzichtig; ook mensen die hier decennia wonen, passen rigoureuze zelfcensuur toe.

Surveillance op afstand

‘Iedereen kan hier een spion zijn,’ vertelt Laleh. “Je weet het gewoon niet. Iemand die vriendelijk met je praat op een demonstratie, iemand die zich aansluit bij onze groep, het kan. En dat maakt je voorzichtig met alles.”

Haar angst is niet ongegrond: de AIVD bevestigt in haar jaarverslag dat inlichtingendiensten informanten inzetten binnen gemeenschappen en sociale media intensief monitoren. Laleh durft haar familie nauwelijks te bellen. ‘Ik ben altijd huiverig dat iemand meeluistert. We hebben het nooit over politiek. Het is altijd: ‘Hoi, hoe gaat het?’, twee seconden en dan klaar.’ Ze zwijgt even. “Mijn hoofd is hier, maar mijn hart is nog in Iran. En zolang dat hart daar is, kunnen ze me hier controleren.”

Dit fenomeen heeft een naam: volgens onderzoek van Marlies Glasius, hoogleraar Internationale Relaties aan de Universiteit van Amsterdam, gaat het om ‘extraterritoriale autoritaire praktijken’, een web van surveillance en dreiging dat gebruik maakt van digitale middelen. Wetenschappers spreken van ‘digitale transnationale repressie’: het besef dat je overal gevolgd wordt, weerhoudt mensen ervan hun grondrechten uit te oefenen. De grens tussen Teheran en Amsterdam vervaagt, waardoor de democratische rechtsorde in Nederland onder druk komt te staan.

Een ‘veilige haven’

De groep Iraniërs waar Laleh en Maryam deel van uitmaken, komt geregeld samen in een klein kantoortje. Het is een zorgvuldig gecreëerde plek, neutraal terrein waar mensen elkaar kunnen ontmoeten zonder politieke agenda. ‘Juist omdat we daar niet over politiek praten, kunnen we elkaar bijstaan,’ legt Maryam uit. ‘We helpen elkaar ongeacht ons gedachtegoed. Iemand heeft hulp nodig met een brief vertalen, een ander zoekt werk, weer een ander wil gewoon koffiedrinken met mensen die begrijpen hoe het is. Soms huilen we samen. Dat hoeft ook niet uitgelegd te worden.’

De neutraliteit van de plek is essentieel. ‘Het moet een plek blijven waar iedereen kan komen,’ zegt Maryam. ‘Zodra het een politieke club wordt, verliezen we dat.’ Laleh knikt instemmend. Politiek bedrijven doe je elders, hier is de groep een uitlaatklep, een stukje Iran zonder de angst.

Familie als gijzelaar

Maryam kwam achttien jaar geleden naar Nederland. Ze is jonger dan Laleh, heeft een kind en bezoekt vaak protesten, maar de prijs is hoog. ‘Ik heb al meer dan een maand geen contact kunnen krijgen met mijn familie door de internetblokkades,’ zegt ze. “Ik weet niet hoe het met ze is. Of ze nog werk hebben. Of ze gezond zijn.” Ze kan niet slapen van de zorgen.

Het regime gebruikt familieleden vaak als ‘gijzelaar’ om dissidenten in het buitenland het zwijgen op te leggen, een tactiek die in onderzoeksrapporten wordt beschreven als een effectieve methode van dwang. Maryam gaat nog steeds naar demonstraties, ook al weet ze dat het risico’s met zich meebrengt. ‘Ik kan niet zwijgen terwijl daar zoveel gebeurt,’ zegt ze rustig. ‘Maar ik maak me zorgen. Altijd.’

Onzichtbare grenzen

De constante dreiging belemmert niet alleen het persoonlijke leven, maar ook de integratie. Wanneer mensen zich niet durven uitspreken of groepen mijden uit angst voor spionage, ontstaat isolatie.

Bij het verlaten van het kantoor drukt Maryam mij nogmaals op het hart: ‘Het is belangrijk dat dit opgeschreven wordt. De wereld moet weten wat er gebeurt in Iran. Maar ook hier, dat we hier zijn en nog steeds niet echt vrij zijn.’ Laleh knikt. ‘Dertig jaar. Dertig jaar woon ik hier. En ik ben nog steeds bang.’ Het is de paradox van de Iraanse diaspora: wonen in een vrij land, willen dat hun verhaal gehoord wordt, maar leven met een onzichtbare grens die altijd meereist.

*Laleh en Maryam zijn aliassen. De echte namen zijn bij de redactie bekend. Uit vrees voor represailles tegen henzelf en hun familie in Iran willen beide vrouwen anoniem blijven.