Als je het kenners vraagt, staat het mooiste stadhuis van Amsterdam niet op de Dam, maar aan de Vecht. Weesp viert deze week het 250-jarig bestaan van het achttiende-eeuwse gebouw, dat opmerkelijk weinig is veranderd sinds haar oprichting. Ook niet toen Weesp onderdeel werd van Amsterdam. Waar veel historische stadhuizen musea werden, vergadert hier nog altijd de bestuurscommissie.
Het stadhuis staat al decennialang op lijsten van de mooiste plekken van Nederland en geldt voor veel inwoners als hét symbool van Weesp. ‘Het is gebouwd om te imponeren,’ zegt Christian Pfeiffer, die werkt aan een boek over het stadhuis. ‘En dat doet het nog steeds.’
Zelfs nu Weesp bestuurlijk onderdeel is van Amsterdam, wordt het gebouw nog altijd gebruikt zoals het ooit bedoeld was. De oude burgemeesterskamer heeft nog steeds een bestuurlijke functie: in de oude burgemeesterskamers, zit nu de voorzitter van de bestuurscommissie. Het is een detail dat volgens oud-wethouder Christian Zierleyn laat zien hoe weinig het gebouw in wezen is veranderd. ‘Het voelt alsof je een tijdcapsule binnenstapt,’ zegt hij. ‘De burgemeesterskamer, de burgerzaal, de raadszaal: het is niet alleen mooi, maar ook nog steeds functioneel.’

Juist die continuïteit is relevant, zegt Pfeiffer, zeker nu Weesp onderdeel is van Amsterdam. ‘Het stadhuis laat zien dat de lokale identiteit niet direct uitgewist wordt. Mensen trouwen er, Weespers komen er samen.’
Stadhuis en rechtbank
Het gebouw werd in de achttiende eeuw ontworpen door Jacob Otten Husly, een vooruitstrevend architect die zich liet inspireren door klassieke idealen. In de beginjaren was het niet alleen een plek van bestuur, maar ook een rechtbank. ‘We hadden nog geen trias politica,’ zegt Pfeiffer. ‘Bestuurders waren tegelijkertijd rechters.’

Volgens hem zijn in het gebouw al sporen van het Verlichtingsdenken zichtbaar. In de burgerzaal konden inwoners procedures volgen en zagen ze hoe bestuurders en verdachten elkaar ontmoetten. ‘Je merkt dat de kerk niet langer de baas is, maar de burger. Het is eigenlijk een tempel voor de burgerij.’

Die dubbele functie verklaart ook de mysterieuze details in het interieur. Achter een hek met Vrouwe Justitia werden ooit vonnissen uitgesproken. In de raadzaal zit een klein deurtje met een doodshoofd erboven, waarachter een trap naar de kerker schuilt. Vanuit die cellen werden verdachten naar de rechtszaal geleid. Volgens Zierleyn gaan er verhalen rond over een ruimte die mogelijk als martelkamer diende.
Porselein en welvaart
De geschiedenis van het stadhuis is onlosmakelijk verbonden met de economische bloei van Weesp in de achttiende eeuw. Dankzij de jeneverindustrie en investeringen van vermogende ondernemers kon de stad een monumentaal gebouw neerzetten dat rijkdom en ambitie moest uitstralen. In het stadhuis staat een bijzondere stille getuige van die tijd: Weesper porselein, het eerste porselein dat ooit in Nederland werd geproduceerd. ‘Het laat zien hoe vooruitstrevend Weesp was. Hier kwamen handel, kunst en politiek samen,’ zegt Pfeiffer.

Hoewel de productie maar kort duurde, behoren de overgebleven stukken tot de zeldzaamste van Nederland. Ze trekken veel kunstliefhebbers aan, volgens Pfeiffer. ‘Het Rijksmuseum heeft een collectie Hollands porselein, maar die van Weesp is groter.’
Ook buiten het stadhuis leeft het jubileum. In het Stadsmuseum Weesp staat het gebouw dit jaar centraal, met tentoonstellingen die verwijzen naar de geschiedenis, het bestuur en de betekenis ervan voor de stad.
De lijfstraffen zijn verdwenen, bestuurders zijn allang geen rechters meer en de jeneverindustrie maakte plaats voor speciaalbier en pilatesles. In het nieuwe stadsdeel verkoopt de bakker matcha-croissants, in de oudste kerk volgen Weespers yogales en op elke menukaart staat havermelk. Achter het station verrijzen duizenden nieuwe woningen, vaak voor hogere inkomens: de gentrificatie die in de hele stad zichtbaar is, heeft ook Weesp bereikt.

Toch staat het stadhuis, 250 jaar na de eerste steen, nog altijd midden in het leven van Weesp: tegelijk als monument én ontmoetingsplek.
Tot 1 maart is in het stadhuis een expositie over het jubileum te zien.
