De Hongaarse snack ‘chimney cake’ is overgewaaid naar Amsterdam. Maar wie de traditionele zoetigheid wil proeven, kan beter wachten tot ze daadwerkelijk in Hongarije zijn.
Het is zomer in de Hongaarse hoofdstad Budapest. Met mijn familie pak ik de metro om de binnenstad in te gaan. We stappen uit, gaan met de roltrap naar boven. Maar voor we de drukkende zomerhitte ingaan, kopen we een snack voor onderweg. Kürtőskalács, internationaal ‘chimney cake’ genoemd. Een traditionele Hongaarse zoetigheid: spiraalvormig brooddeeg met daarop een topping naar keuze. Ik bestel er een met kaneel – mijn favoriet.
Een paar weken geleden hoorde ik voor het eerst van de Chimney Cake Bakery & Café, een café dat chimney cakes verkoopt in Amsterdam – aan de Van Baerlestraat en de Warmoesstraat. De nieuwsgierigheid groeide. Kan een stukje Hongarije, gemaakt in Amsterdam, tippen aan het origineel?

Fronsen
Op naar de Warmoesstraat. Het café is rustig op donderdagochtend, met alleen een paar toeristen. Meteen bij binnenkomst begin ik te fronsen. Naast chimneycakesmaken die ik gewend ben, zoals kaneel en cacao, staan ook hartige smaken op het menu. Chimney cakes met olijven en kaas en – ik durf het bijna niet op te schrijven – hotdog. Eentje met kaneel en een ‘klassieke’ dan maar. Bij het afrekenen komt de tweede frons: voor de twee chimney cakes ben ik 14 euro kwijt – 6 euro voor de klassieke en 8 voor die met kaneel. In Hongarije kost een kürtőskalács zo’n 2 euro.
Tijdens het wachten – want ze worden wel vers gemaakt – neem ik plaats aan een van de tafeltjes in het café, met daarop nepplanten en flessen mayonaise, ketchup en mosterd. Net zo sfeervol zijn de witte tl-lampen en de wietlucht die vanaf de straat naar binnen waait. Het doet nog niet echt denken aan de Hongaarse zomers.

Eetlepel suiker
Eenmaal klaar ruiken de chimney cakes zoals het hoort: zoet. Ze zijn wel heel klein; even groot als mijn hand. Erg appetijtelijk ziet het er ook niet uit. Op de klassieke zit een dikke laag suiker. Als ik een hap neem, is het alsof ik een eetlepel witte suiker in mijn mond stop. Dat is dan ook zo’n beetje het enige dat ik proef. Het brood zelf, hoewel zoet, heeft niet veel smaak en is vooral enorm droog.
De tweede poging dan: de chimney cake met kaneel. Een deel van de wederom dikke laag topping blijft aan mijn tong plakken. Het smaakt wel beter dan de zogenaamde klassieke variant, alhoewel ik vooral denk dat dat komt omdat deze niet smaakt alsof ik pure suiker eet.
Na twee, drie happen van beide smaken doe ik de plastic zakjes waarin de cakes komen maar dicht. Het komt niet in de buurt van de smaak die ik gewend ben. Wie de traditionele Hongaarse zoetigheid wil proeven, kan beter wachten tot ze daadwerkelijk in Hongarije zijn.
