De Peiling #22: Schaatsen kijken in een lege bioscoopzaal: juichen zonder stem

Toen ik zag dat je het schaatsen op de Olympische Winterspelen van Milaan live kon kijken in de bioscoop, was ik meteen verkocht. Mijn favoriete sport, op het grootste scherm dat er is, met perfect geluid. Dat moest wel een ultieme kijkervaring worden.

Mijn verwachtingen waren dan ook hoog toen ik 9 februari met mijn broer in de zaal klaar zat voor de 1.000 meter voor vrouwen. Een afstand waar Nederland traditioneel wel wat van verwacht, maar die deze Spelen al vóór de start zinderde van spanning. Femke Kok had dit seizoen haar visitekaartje al afgegeven, Jutta Leerdam gold als dé favoriet. Alle ingrediënten waren aanwezig voor een memorabel sportmoment.

Bij het kopen van de kaartjes viel meteen iets op: slechts zes van de 167 beschikbare stoelen waren gereserveerd. Dat trekt vast nog bij, dacht ik ietwat optimistisch. Dat deed het niet bepaald. Uiteindelijk waren er elf kaarten verkocht en kwamen er tien mensen opdagen. De bioscoopzaal voelde leeg en bijna plechtig. Alsof we per ongeluk in een kerk waren beland waar toevallig ook een ijsbaan werd geprojecteerd.

Die leegte deed iets met de sfeer. Waar ik thuis of op de tribune zonder nadenken praat over rondetijden, versnellingen en tactiek, merkte ik dat ik hier automatisch zachter ging praten. Fluisteren zelfs. Alsof hardop enthousiasme tonen ongepast was. Mijn broer en ik wisselden blikken uit, onderdrukten reacties en pasten ons aan aan de stilte om ons heen. Niet omdat we door medebioscoopgangers werden gecorrigeerd. Maar omdat het ongepast voelde om luider te zijn. 

Olympische prestaties

En dan komt die rit. Kok tegen Brittany Bowe. Een affiche waar je als schaatsliefhebber rechtop voor gaat zitten. Kok, vooral bekend als sprintkoningin op de 500 meter, tegen de wereldrecordhouder op de kilometer. De Nederlandse is uitstekend weg, en halverwege voel je al: dit is bijzonder. De rondetijden blijven diep in het groen en met twee armen op de rug snelt ze soepel richting de bochten. 

Als ze over de streep komt en 1.12,59 op het scherm verschijnt, schiet ik bijna overeind. Een olympisch record. De beste 1.000 meter uit haar carrière. Mijn hoofd schreeuwt, mijn lijf wil springen, juichen, klappen. Maar dan luister ik.

Uit de zaal komt een voorzichtige ‘ooh’. Twee mensen klappen wat ongemakkelijk. En dat is het. Geen gejuich, geen gezamenlijke ontlading. Alsof iedereen tegelijk denkt: mag dit wel? Het verbaast me. Dit is toch gigantisch? Dit is Olympische magie? Hiervoor ga je toch naar het stadion, of nou ja: de bioscoop?

De slotrit begint. Leerdam tegen Miho Takagi. De druk staat er gigantisch op na het olympisch record van Kok. Je kan je eigenlijk niet voorstellen dat Leerdam hier nog onder duikt, ook al is ze de favoriet op deze afstand. Maar al kort na de start wordt duidelijk: dit is geen ‘goede’ rit. Dit is een meesterwerk. Elke slag is raak, de bochten zijn technisch fraai en de rondetijden zijn absurd. Terwijl ze richting de finish snelt, weten we eigenlijk al genoeg: 1.12,31. Wéér een olympisch record. Goud.

Juichen zonder stem

Op de tribunes in Milaan schreeuwen Oranjefans zich schor. Vlaggen, sjaaltjes, chaos, emotie. En in de bioscoop? Daar blijft het haast oorverdovend stil. Mijn broer en ik zijn, met afstand, de luidsten in de zaal. We roepen ‘grote speler’ richting het scherm. Of nou ja: we zeggen het hard. Want zelfs wij worden ingehaald door het ongemak van de stilte in de ruimte. Alsof we niet helemaal durven te ontladen tijdens dit historische sportmoment.

En dat is misschien wel de kern van deze ervaring. Schaatsen kijken in de bioscoop is groot, letterlijk. Maar sport leeft ook van gedeelde emotie. Van het collectief juichen, het spontaan opveren en ongefilterd enthousiasme. En juist dat voelde hier geremd. Misschien is dit concept perfect voor volle zalen. Misschien had ik pech. Maar één ding weet ik zeker: deze prestaties verdienden een golf van geluid. Ook vanuit bioscoopzaal 12 in Pathé ArenA.