Emo en punkrockband Hot Milk zet moeiteloos de kleine OZ in de Melkweg op stelten. Iedereen met crowdsurfambities krijgt anderhalf uur lang vrij baan. Toch moet de band het vooral hebben van hun oude nummers.
‘Ew, je likte mijn oogbal!’, roept zanger en gitarist Jim Shaw verafschuwd. Zijn wederhelft in het frontduo, en tevens ex, Hannah Mee, was tijdens Shaw’s slotakkoorden van een nummer op hem afgerend voor de spontane actie. ‘Yep, en het smaakte salty. Zoals veel dingen in het leven.’
Die cynische houding is misschien wel tekenend voor punkbands als Hot Milk in deze tijd. Zoals menig punkband steekt ook de band uit Manchester zijn ongenoegen over politiek en religie niet onder stoelen of banken. Zeker niet op hun nieuwste album Corporation P.O.P, waar de leden met nummers als American Machine en Insubordinate Ingerland de spot drijven met de Amerikaanse politiek en het nationalisme in hun thuisland.
Maar opruiende of inspirerende politieke leuzen roepen op het podium doen ze niet aan. Nee, de ongeplande lik was een van de weinige momenten dat het zangduo een praatje maakt op het podium. Liever stopt frontvrouw Mee die tijd in het knallen van nummer naar nummer. Vol energie. Met zo min mogelijk pauze.
Generieker album
De laatste keer dat Hot Milk zich als hoofdact op een Nederlands podium begaf, was eind 2023 in een bijzaal van het bekende Tilburgse poppodium 013. Toen verkochten ze alle driehonderd kaarten al makkelijk. Intussen heeft de band twee albums op zak en stonden ze vorig jaar in de Ziggo Dome als voorprogramma van de bekende punkrockers Green Day. Tsja, dan voelt de OZ in de Melkweg met zijn 650 man toch wat magertjes.
Als hun nieuwste album een evenveel populariteit had verworven als hun eerste album A Call To The Void, lag de grote zaal van de Melkweg eerder in het verwachtingspatroon. Maar Corporation P.O.P. is nou eenmaal minder dansbaar, heeft minder hooks en klinkt een stuk generieker dan de unieke combinatie van happy powerpop en zware emosongteksten die ze eerder wisten te creëren. Het is toch nog altijd PARTY ON MY DEATHBED waarbij de zaal als een feesttent losbarst.
Bungelende platformschoenen
Maar de capaciteit van de zaal zal de rockband een worst wezen. En het publiek duidelijk ook. Vanaf het begin tot het einde is het midden van de vloer één grote moshpit. Ook aan de zijkanten is een oplettende houding aan te raden. Langszeilende crowdsurfers die op weg zijn naar het podium doemen elke paar seconden op uit het niets, hun armen en zware platformschoenen vervaarlijk bungelend langs de hoofden van menig nietsvermoedende filmer.
De enige aanwezige crowdmanager heeft er een dagtaak aan om aanzeilende mensen veilig het podium op te hijsen en twijfelaars dan weer stagedivend terug het publiek in te krijgen, voor een volgende alweer aanspoelt. Maar frontvrouw Mee weet wel raad. Ze neemt af en toe de tijd om haar fans te herinneren aan de ongeschreven regels: ‘Als je vanaf het podium springt, commit. Ze vangen je wel. Zorg dat je geen mensen in het gezicht trapt.’
Aan het einde van de show kan ook de bassist Tom Paton zijn enthousiasme niet meer in toom houden en zonder te waarschuwen duikt hij de menigte in, die hij daarmee totaal overvalt. Paton verdwijnt in een soort zwart gat samen met de pechvogels die daar stonden. Lachend komen de fans een voor een weer omhoog en samen tillen ze Paton toch de lucht nog in.
Of het nu de tomeloze energie was van de fans die snakten naar een verzetje midden in de werkweek of Mee en Shaw, die als charismatische showleiders de zaal in hun macht hadden, maakt uiteindelijk weinig uit. Misschien is de kleine OZ juist wel perfect voor de Hot Milk experience: veel spontaniteit, weinig regels. En hopelijk kreeg de crowdmanager vanavond dubbel betaald.
