“Niet zeuren, verstand op nul en hupsakee”

Het graf van de zes opgegraven lijken
Het graf van de zes opgegraven lijken

Acht cameraploegen, vijf fotografen en een stuk of tien schrijvende journalisten. Johan Degenkamp zat er afgelopen maandag middenin. Op de begraafplaats Sint Barbara, die hij al bijna 50 jaar beheert, werden voor DNA onderzoek zes lichamen opgegraven van onbekenden doden.

Amsterdam- “Wat doen we met de anderen?” Het is juli 2007 en de politie staat op de Sint Barbara begraafplaats in Amsterdam West om het lichaam op te graven van het slachtoffer van de zogeheten kliko-zaak. Het lichaam van de onbekende vrouw werd in 1999 gevonden in een klikobak, in de rivier de Gaasp. De identiteit van de vrouw die op gewelddadige manier om het leven is gekomen, werd niet achterhaald en de dader niet gevonden. Het boek werd gesloten.

Totdat het Cold Case team van de Amsterdamse politie in 2007 besluit de zaak te heropenen. Om DNA af te nemen word het lichaam van de onbekende vrouw uit haar graf getild.

Met zijn voeten in het rulle zand stelt Johan Degenkamp (67), beheerder van de begraafplaats, dan zijn vraag. “Wat doen we met de anderen?”

De anderen? De politie weet van niks. Maar in de boeken van Sint Barbara staan 55 onbekende doden vermeld. Een groot aantal daarvan is na het verstrijken van tien jaar grafrechten inmiddels geruimd. Tweeëntwintig lichamen liggen nog in hun graf, zonder dat er ooit DNA materiaal is afgenomen. “Het zou toch mooi zijn als die mensen alsnog een naam krijgen”, vindt Degenkamp.

Naam onbekend

Afgelopen maandag werd de eerste stap naar identificatie gezet. De politie had een team vrijgemaakt om zes onbekende doden uit hun grafen  te lichten en het Nederlandse Forensisch Instituut (NFI) was gevraagd om DNA materiaal af te nemen. Op de dag van de opgravingen stonden tientallen journalisten op het terrein. Ze vroegen naar het hoe en waarom, lieten Degenkamp heen en weer lopen voor het beste shot op camera en vroegen ongeduldig of ze een foto mochten maken van de lichaamsresten.

De dagen erna stonden de kranten er vol van. Degenkamp kreeg vervolgens telefoontjes van bezorgde mensen die bang waren dat de graven van hun geliefden aangetast worden. En kritische mailtjes van mensen die het een verspilling van belastingcenten vinden. “Die mensen zijn toch al tien jaar dood, zeggen ze dan.” Johan Degenkamp vertelt een paar dagen na de opgravingen -met een lichte verontwaardiging in zijn stem- hoe er is gereageerd. “Dan vraag ik hoe ze het zouden vinden als het hun vader was, of een broer of vriend die al jaren vermist is. Nabestaanden willen weten waar ze aan toe zijn. Dat geeft rust. Ja, dan zie je ze denken: daar zit wel wat in.”

De zes onbekende doden worden ook wel NN-ers genoemd, naar het Latijnse Nomen Nescio wat ‘naam onbekend’ betekent. Degenkamp noemt ze  ‘eendiepers’, omdat hij onbekende doden altijd bovenop begraaft. “Een algemeen graf bestaat uit drie lagen, dat bespaart ruimte. Jaren geleden hebben we eens meegemaakt dat een man die anoniem begraven was, toch bekend werd. Zijn familie wilde hem toen herbegraven, maar hij lag in het midden, op niveau twee. Toen moesten we dus ook de familieleden van de persoon boven hem om toestemming vragen.” Sindsdien houdt Degenkamp altijd een paar plekken op één diep vrij voor doden zonder naam.

Hoe het zo gekomen is, weet hij niet, maar alle onbekende doden uit de regio Amsterdam worden op Sint Barbara begraven. Degenkamp pakt het administratieboek erbij. “Het staat ook allemaal in de computer hoor, maar die vertrouw ik voor geen meter.” Hij wijst naar nummer 134, het nummer dat correspondeert met een koperen plaatje aan de kist dat nooit vergaat. In de kist met nummer 134 blijkt een onbekende man te liggen. Hij is op 2 augustus begraven in vak B, nummer 100. Degenkamps wijsvinger glijdt over de namen van overledenen totdat hij op nog een onbekende man stuit. “Kijk, hier weer een.” Kistnummer 130, op 22 juli begraven in vak B, nummer 99.

Eenzame uitvaart

“Veel mensen denken dat we op de begraafplaats een speciale armenhoek hebben, of dat alle onbekende doden bij elkaar liggen. Dat is niet zo. Wij maken geen onderscheid bij de doden. Het blijft een mens, met een vader en een moeder, broers en zussen, kinderen misschien.” Degenkamp vertelt dat een begrafenis van een onbekenden alleen te onderscheiden is van andere begrafenissen door het aantal mensen dat verschijnt. “Bij een onbekende komen vaak alleen de begrafenisondernemer, een dichter en ik. Maar verder ziet het er hetzelfde uit. Er is altijd een mooi bloemstuk en na afloop een kopje koffie en drie stukken muziek.”

DNA-afname bij onbekende doden

Volgens de Wet op de lijkbezorging van januari 2010 is de burgemeester verantwoordelijk voor het onderzoek naar de identiteit van onbekende overledenen. Het onderzoek naar de zes NN-ers van de begraafplaats Sint Barbara is aangezwengeld door dhr. Degenkamp en het Review en Cold Case team van de Amsterdamse politie, maar is betaald door de gemeente. “Zonder de heer Degenkamp hadden we überhaupt niet geweten dat er onbekende doden lagen waarvan geen DNA gegevens zijn”, meldt een woordvoerder van de politie. Sinds 2007 neemt de politie standaard DNA af van alle personen die dood worden aangetroffen en van wie de identiteit onbekend is.

Als het vermoeden bestaat dat de dode niet uit Nederland komt, kiest Degenkamp buitenlandse muziek waarvan hij denkt dat het de overledene zou bekoren. “Ik speel ook vaak het Largo uit de nieuwe wereld van Anton Dvorak. Dan geef ik ze mee dat er misschien toch iets is na de dood. Wat hoop voor mensen die alleen gestorven zijn.” Terwijl hij praat versmallen zijn ogen en verschijnt er een glimlach op zijn gezicht.

“Het schijnt dat wij daarin uniek zijn” zegt Degenkamp. Hij trekt zijn wenkbrauwen erbij op.  “Het gaat er mij om dat mensen er een waardig gevoel aan overhouden.” Dat vindt hij juist heel normaal.

Beroepsdeformatie

Degenkamp doet zijn werk met liefde. Hij is opgegroeid op de begraafplaats die zijn vader 56 jaar beheerde. Hij volgde een opleiding voor tuinarchitect, maar bleef op Sint Barbara. In november van dit jaar werkt Johan Degenkamp er 50 jaar. Na zijn 65e is hij minder gaan werken en nemen zijn kinderen steeds meer taken over. “Mijn dochter doet al jaren de administratie en mijn jongste zoon is verantwoordelijk voor alles wat er op de begraafplaats gebeurt, het prepareren van de graven, het onderhoud van het groen, dat soort dingen.” Zij zijn straks de derde generatie Degenkampers die begraafplaats Sint Barbara beheren.

Johan Degenkamp
Image by: Jojanneke Spoor

“Kijk, het is natuurlijk ons werk. Ik ben begaan met de mensen hier, maar ‘s avonds gaat er toch een knop om. Tijdens het eten praten we niet over het werk. Soms gebeurt het toch, maar dan herpakken we ons snel. Je zou dat een zekere onverschilligheid kunnen noemen, maar het is denk ik een maatregel tegen beroepsdeformatie. Net als de humor die we gebruiken. Maandag zei ik bijvoorbeeld tegen de journalisten dat wij de modernste begraafplaats van Europa zijn. Hoezo dan, vroegen ze. Nou, dit weekend mogen ze allemaal naar huis.”

Degenkamp lacht weer om zijn eigen grap. “Dat heb je nodig, want de dingen die je hier ziet zijn soms best gruwelijk.” Opgravingen bijvoorbeeld. “Tot een jaar of vijf, zes geleden werden lichamen in een type plastic lijkzak gedaan dat niet biologisch afbreekbaar is. Een soort keukenzeiltjes-plastic. Daardoor komt er geen water en zuurstof bij het lichaam en wordt het verteringsproces vertraagd. Langzame verbranding noemen ze het ook wel. Terwijl je anders na tien jaar niets dan botten overhebt, blijven lichamen in deze zakken veel langer bewaard.” Voor het DNA onderzoek komt dat goed uit, maar voor de mensen die de opgraving moeten doen is het extra zwaar. “De details moet je maar niet opschrijven”, zegt hij voordat hij probeert uit te leggen wat je bij opgravingen tegenkomt. “Het is moeilijk, maar ja. Wij zeggen dan: niet zeuren, verstand op nul en hupsakee.”

Code PO

Het werk werd stilgelegd toen de journalisten op maandag een kijkje kwamen nemen. Ze mochten eigenlijk niks zien, alleen de mannen in witte overalls, met mondkapjes en haarnetjes op. Terwijl Degenkamp nog wat vragen beantwoord, nemen ze snel wat foto’s. Van de agent die achter een haag van coniferen een graafmachine bedient. En van de medewerkers van het NFI die poseren voor de witte tent waar ze hun onderzoek verrichten.

Als alle vragen zijn beantwoord, gaat Johan Degenkamp weer aan het werk. De zes lichamen zijn herbegraven, in een gloednieuwe kist en met grafrechten voor nog eens tien jaar. De zes onbekenden liggen nu samen in een eigen vak. In het grote boek krijgt het de code PO, wat staat voor personen onbekend. Degenkamp heeft samen met de politie een bosje bloemen op het graf gelegd. “Toch een beetje respect”, zegt hij. De bloemen liggen er inmiddels verregend bij. Er is aan geknaagd. “Konijnen”, zegt Degenkamp.