Klöters: ‘‘Vervang dat witte ding op de Dam door een standbeeld van Adèle Bloemendaal’’

‘‘Als Adèle Bloemendaal de Jordaan bezocht, was het altijd feest”, zegt cabarethistoricus en vriend van Bloemendaal Jacques Klöters. “In café De Twee Zwaantjes werd avond na avond haar repertoire gedraaid.’’ Klöters maakte als programmamaker succesvolle cabaretshows met cabaretière Adèle Bloemendaal, zoals ‘Adèles keus’ (1982), ‘Adèle in korte broek’ (1985) en ‘Adèle in Casablanca’ (1989). Zaterdag overleed Bloemendaal op 84-jarige leeftijd in haar woonplaats Amsterdam. NAP-nieuws sprak met Klöters over zijn herinneringen aan zijn collega en vriendin.

Klöters: ‘‘Adèle is in 1933 geboren aan de Bloemgracht in de Jordaan. Haar ouders waren eenvoudige mensen. Ik geloof dat haar vader chauffeur was. Ze vertelde altijd dat het huwelijk van haar ouders niet harmonieus was, maar ik wist niet of ik dat moest geloven. Je wist bij haar nooit wat waar was en wat verzonnen. Ze was enorm wispelturig.

 

Niet lesbisch

‘‘Adèles vader had liever een jongen gehad. Toen de kraamverzorgster hem vertelde dat hij een dochter had gekregen, zei hij haar: ‘‘Dat maken we zelf wel uit’’. Hij gaf zijn dochter bokshandschoenen en wilde vooral dat ze jongensachtige activiteiten ondernam. Adèle had ook haar hele leven iets jongensachtigs over zich. Ze was niet lesbisch, hoor, maar ze was wel een pittige meid.    

‘‘Adèle zei dat haar moeder de slechtste kok van Amsterdam was. Ze zette het gas hoog en gooide een klomp bevroren spinazie in een pan. Daarbovenop kwam half-om-halfgehakt. ‘‘Zo, dat zint elkaar wel’’, zei Adèles moeder dan. Toch sprak Adèle niet veel over haar jeugd. Ze zag dat als een afgesloten hoofdstuk.”

 

Een standbeeld op de Dam

‘‘Ik bewonderde Adèle om haar gave om het hele volk te bedienen. Jong en oud, iedereen hield van haar en kon haar humor waarderen. Ze was onvoorspelbaar en had een duistere kant. Op het Johnny Jordaanplein staan standbeelden van overleden volkszangers, maar daar staat geen beeld van Adèle. Ik verwacht ook niet dat het standbeeld er nog komt, want de beeldhouwer is inmiddels overleden.

”Adèle was zo bijzonder, zij verdient echt een groot standbeeld. Van mij mogen ze dat witte ding op de Dam weghalen en daar een standbeeld van Adèle voor in de plaats zetten. De laatste keer dat ik haar opzocht, is alweer meer dan een jaar geleden. Daar heb ik spijt van. Ik had er best vaker kunnen komen. Nu ze overleden is, denk ik: had ik toch maar… Jaren geleden kreeg Adèle haar eerste beroerte. Ze heeft nog een paar beroertes gehad en op het laatst kon ze niet meer praten. Ze woonde in een verzorgingstehuis in Amsterdam. Haar vlammetje ging langzaam uit. Het is goed zo. Je moet ergens aan doodgaan.’’