IJshockeyer Jake (21) blij met volle tribunes: ‘Ik hoop dat ze extra stoeltjes kunnen toevoegen’

Afgelopen thuiswedstrijd van de Amsterdam Tigers stond de Jaap Eden IJshal op knappen. Alle tweeduizend kaarten waren verkocht. Met een nieuwe ijshal in aantocht azen de ijshockeyers ook dit seizoen weer op het landkampioenschap, dat ze in 2024 voor het laatst wonnen. Tiger-aanvaller en luchtverkeersleider in opleiding Jake White (21) geniet van de animo: ‘Dit komt bijna nooit voor!’

Was je verbaasd dat jullie vorige thuiswedstrijd uitverkocht was?

‘Ja, best wel. Zeker ook omdat het een normale competitiewedstrijd was. Dat komt bijna nooit voor. Toen zaten we met tweeduizend verkochte tickets en de mensen die er via de spelers of coaches sowieso bij zijn, ineens wel heel vol!
Ik merk wel dat ijshockey steeds groter wordt in Nederland en het niveau in de Eredivisie stijgt. Veel teams die nu nog in de hogere gezamenlijke league met België spelen, keren terug omdat ze hier nu ook goede concurrentie krijgen. Dat maakt de competitie hier sterker en leuker. En dat merken we aan de ticketverkoop. Voor volgende wedstrijden houden we voor de zekerheid maar een ticketlimiet van 1800 aan.’

Hoe staan jullie ervoor?

‘We staan nu derde. Ik denk dat we nog wel kampioen kunnen worden, maar het wordt pittig. Afgelopen wedstrijd verloren we van Groningen. Dat hadden we onszelf een beetje aangedaan door veel straffen te maken in de eerste periode. Uiteindelijk verloren we na de overtime in de shoot-out. Komende zaterdag spelen we tegen Eindhoven, die ongeveer gelijk staan met ons. Ook een heel pittige tegenstander. Eigenlijk hebben we alleen nog maar belangrijke wedstrijden. Vier van de vijf komende wedstrijden zijn tegenstanders die in de top vijf van de competitie zitten. Maar uiteindelijk spelen de bovenste acht teams play-offs tegen elkaar voor de landstitel. Wie er nu op één staat zegt dus lang niet alles.’

Over twee jaar is jullie nieuwe ijshal als het goed is af. Gaat die het groeiende aantal supporters aankunnen?

‘Volgens mij wordt hij iets groter, maar niet veel. Die inschatting was gemaakt op basis van de hoeveelheid publiek die we drie jaar geleden trokken, meestal 1400 man. Ja, dan snap ik wel dat ze veel meer plekken dan in de oude hal niet nodig vonden. Maar als er al zoveel wordt verkocht met een competitiewedstrijd ben ik heel benieuwd hoe het voor de play-offwedstrijden zal gaan. Ik hoop dat ze met deze toename toch kijken of ze wat extra stoeltjes kunnen toevoegen.’

Jake White in zijn wedstrijduitrusting. Beeld: Tim Arisz

Wat maakt ijshockey zo leuk voor het publiek?

‘De snelheid. Het is moeilijk om een sport te vinden waarbij het tempo continu zo hoog ligt. En dan bedoel ik niet alleen de snelheid van de puck en de passes, maar ook het wisselen van spelers tijdens het spel. Je kunt soms wel tien minuten doorspelen zonder dat het spel stilgelegd wordt, maar ondertussen wissel je toch vijf tot tien keer. Een speler staat meestal maar 45 seconden achter elkaar in het veld. Het is eigenlijk een continue sprint.’

‘En op zich is het redelijk simpel. Je hebt vijf man op het ijs die allebei proberen te scoren. Maar als je nog iets meer snapt, zoals een offside of een icing, is het nog leuker. Dan ga je echt mee in de sfeer van de supporters en kun je wel boos worden als de scheidsrechter verkeerd fluit. Ik heb meegemaakt dat er een straf werd gegeven en het hele publiek het er niet mee eens was.  Dan hoor je gewoon 1500 man ‘boe’ roepen. Daar krijg ik bijna kippenvel van.’

Hoe ziet jouw eigen toekomst in de ijshockeytopsport eruit?

‘Dat moet ik nog even aankijken. Tijdens een tussenjaar in Zweden speelde ik op hoger niveau, om te kijken of ik profijshockeyer wilde worden. Maar vanuit Nederland, waar het niveau vergeleken met andere landen niet zo hoog is, is dat een lange weg.
Mijn opleiding tot luchtverkeersleiding komt daarom eerst. Daar heb ik ook zes selectierondes en een medische keuring voor moeten doorstaan. Vanaf de zomer loop ik met een luchtverkeersleider mee op Schiphol. Vanaf dan kan ik 24/7 ingepland worden en dan is vrij vragen voor trainingen of wedstrijden er niet meer bij. Ik kan geluk hebben dat het steeds uitkomt, en anders wordt het maar een jaartje het tweede team. Ik wil gewoon lekker hockeyen. Ik hoop vooral dat ik het kan combineren als ik straks verkeersleider ben. Dat ik daar dan wat maten maak en misschien wat diensten kan ruilen, zodat ik kan trainen en wedstrijden kan spelen.’