Gordon Cruden maakte podcast over de Zeedijk: ‘De heroïnecrisis was ook een Surinaams verhaal’

Eigenlijk wilde Gordon Cruden een ‘gangsterverhaal’ vertellen, toen hij vier jaar geleden op het idee kwam om een podcast te maken over de heroïnecrisis rond de Amsterdamse Zeedijk. Ripdeals, moord, drugs. Maar al snel bleek dat de straten van de ruige zeemansbuurt een heel ander, gelaagder verhaal verhulden. ‘Het is cultureel erfgoed,’ zegt Cruden, directeur van Cowrie Atlantic, inmiddels over zijn ontdekkingen.

Wanneer Cruden’s vader zes jaar geleden overlijdt, trekt hij bij zijn moeder in. Oude herinneringen komen terug. Hij herinnert zich hoe hij in de jaren zeventig met zijn vader over de Zeedijk liep, op weg naar de Chinese toko om boodschappen te doen. Daar zag hij mensen openlijk drugs gebruiken en verhandelen. Het waren de jaren zeventig en tachtig: de periode waarin de heroïnecrisis zijn hoogtepunt bereikte en de Zeedijk het epicentrum vormde.

Pas later werd Cruden duidelijk hoe diep de sporen waren die verslaving naliet: in levens, in gezinnen, in hele families. ‘Als kind denk je er niet over na waarom iemand bij zijn oma woont,’ zegt hij. ‘Of waarom de gezichten en ogen van vaders zo veranderden. Later begrijp je hoeveel relaties zijn verscheurd.’

Hij plaatst een oproep op Facebook: wie heeft er gebruikt, ervaren en geleefd in het Surinaamse gedeelte van de Zeedijk in de jaren zeventig en tachtig? De reacties stromen binnen. ‘Sylvana Simons was één van de eersten die reageerde,’ vertelt Cruden. ‘Uit de hoeveelheid en de toon van de reacties begreep ik dat dit geen gangsterpodcast moest worden, maar een sociaal-maatschappelijk verhaal.’

Het wordt Kapu: een Surinaamse geschiedenis van de heroïnecrisis. ‘Kapu’ is de bijnaam voor een deel van de Amsterdamse Zeedijk.

De podcast kwam dit jaar uit en is hier te beluisteren.

Toevluchtsoord en val

Kapu vertelt de Surinaamse geschiedenis van de heroïnecrisis in Amsterdam. Rond de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975 kwamen veel Surinamers naar Nederland, waar zij te maken kregen met uitsluiting en discriminatie. De Zeedijk werd een plek van gemeenschap, met cafés, muziek en onderlinge verbondenheid, maar groeide tegelijkertijd uit tot een van Europa’s grootste heroïne-hotspots.

Omdat de kennis over de verslavende werking van heroïne beperkt was, raakten veel mensen – vaak zonder eerdere ervaring met harddrugs – snel verslaafd. Zo werd de Zeedijk voor velen zowel een toevluchtsoord als een val, zegt Cruden. ‘Als je maar één kant vertelt, blijft er een platte geschiedenis over.’

Witte gebruikers, zwarte dealers

Volgens Cruden versmalden krantenkoppen het verhaal van de Zeedijk tot een simplistisch frame: zwarte dealers, witte gebruikers. ‘Dat beeld klopte niet. De heroïnecrisis was ook een Surinaams verhaal; wie dealde, gebruikte vaak zelf,’ zegt hij. Toch werd Kapu het symbool van de problematiek.

Begin jaren tachtig greep de gemeente Amsterdam hard in. Kapu werd ‘schoongeveegd’ en gebruikersruimten sloten. In de podcast vertellen hulpverleners hoe weinig dat oploste. De heroïnecrisis verdween niet, maar verplaatste zich.

Met de metro die inmiddels doorreed naar Zuidoost werd de Bijlmer een logisch nieuw knooppunt, mede omdat gebruikerscentra in Amsterdam én Utrecht sloten. Hulpverleners herkenden hun cliënten: dezelfde mensen doken op in andere steden.

In deze periode veranderde ook de aanpak van verslaving. Methadonprogramma’s werden ingevoerd om criminaliteit terug te dringen en de hulpverlening professionaliseerde. In Kapu klinkt hoe belangrijk het was dat meer hulpverleners met een Surinaamse of Molukse achtergrond actief werden in de verslavingszorg. Taal, culturele kennis en vertrouwen bleken cruciaal, al bleef het wantrouwen groot.

Vooral vrouwen waren moeilijk te bereiken. ‘Hun verhalen worden vaak gereduceerd tot sekswerk, maar de werkelijkheid is veel complexer,’ zegt Cruden. ‘Het zijn vrouwen die veel met zich meedragen. Sommigen hadden tijdens hun verslaving zulke nare dingen meegemaakt, dat ze niet eens meer durfden te slapen in een opvang.’

Cultureel erfgoed

Cruden raakte ervan overtuigd dat de verhalen rond Kapu cultureel erfgoed zijn. Hij hanteert daarbij de definitie van historicus Jules Rijsen: alles wat je denkt, voelt of doet is erfgoed. ‘De Zeedijk is een onlosmakelijk onderdeel van de Surinaamse migratiegeschiedenis,’ zegt hij. ‘Surinamers kwamen in een nieuw land terecht, met nieuwe regels, nieuwe problemen en nieuwe uitdagingen, en leerden daar een weg in te vinden.’

Binnen de Surinaamse gemeenschap werden deze ervaringen lange tijd gezien als privégeschiedenis, niet als erfgoed. ‘We geloven dat de historische binnenstad van Amsterdam erfgoed is – de gebouwen op de Zeedijk, de kerken, het Anne Frank Huis – maar nog te weinig dat de verhalen van onze grootouders bewaard moeten blijven.’

Kapu moet daarom niet alleen een podcast zijn, maar ook een archief, vindt Cruden. ‘Als wij onze verhalen niet vertellen, blijft alleen het eenzijdige narratief over en ontbreekt het eigen perspectief.’