Dichter Emma van Hooff zit voor een kleurrijke boekenkast in de werkkamer waar ze de afgelopen drie jaar dag en nacht heeft doorgebracht, ‘met de gordijnen en de deuren dicht.’ Van Hooffs debuutroman, De waanzinpartituur, verscheen afgelopen vrijdag na een intensieve schrijfperiode.
In het boek volgen we Am, een vrouw in een psychiatrische inrichting, terwijl ze binnenshoofds reflecteert op haar afgeschermde jeugd met een moeder die haar zo dichtbij mogelijk wilde houden, tot verstikkens toe. ‘Het gaat over liefde én over macht’, vertelt Van Hooff, ‘en over het dunne draadje tussen iemand willen verzorgen en iemand te veel beklemmen.’
Was het ook een beklemmend verhaal om te schrijven?
‘Heel, ja. Het is een heel intense schrijfperiode geweest. In het begin, toen ik schreef over Ams jeugdherinneringen in het kustplaatsje, was het alleen maar geweldig. Ik was echt zó verliefd op die wereld. Maar naarmate we verder in het proces kwamen, werd het steeds intenser. Ik ben echt Am geworden. Omdat ik me zo in haar moest inleven en haar elke dag moest zijn, kon ik mijn eigen leven niet meer leiden. Ik kon geen mensen meer zien. Ik heb er gewoon al mijn energie, mijn hele hersencapaciteit voor nodig gehad.’
Het verhaal van Am is dan ook persoonlijk, vertelt Van Hooff. Zelf heeft ze als kind ook geworsteld met mentale problemen. ‘Ik was veel ziek en kon vaak niet naar school, maar tegelijkertijd was er van de buitenkant niets aan mij te zien. Voor mijn ouders was dat ingewikkeld, om een kind dat heel veel zorg van je vraagt wél op te laten groeien en een onafhankelijk mens te laten zijn.’
Haar ouders lukte het, maar uiteindelijk plantte die spanning, tussen zorg en controle, wel het zaadje voor dit verhaal.
De titel van je boek is De waanzinpartituur en we volgen vooral de eindeloze gedachtestroom van Am. In hoeverre leek het schrijfproces op het componeren van een muziekstuk?
‘In het begin was het stuk één grote lap tekst. Er zat helemaal nergens een witregel. Vanaf het moment dat ik het als partituur begon te zien, kon ik het echt componeren. Dat heb ik veel hardop gedaan. Het ritme voelde heel vanzelfsprekend en ik heb veel met herhaling gespeeld. Het voelt ook wel alsof dat bij zo’n hoofd als dat van Am past, zo’n hoofd dat de hele tijd doordendert en maalt, om je vast te houden aan herhaling en ritmes.’
Hoe ziet dat eruit, het componeren van een boek?
‘Deel twee heb ik denk ik het meest gecomponeerd, omdat er veel tegelijkertijd gebeurt. Dat heb ik in stukjes geknipt en toen lag de hele vloer bezaaid met al die stukjes. Ik wilde heel graag, dat zit ook wel in mijn poëzie, dat de eerste zin van een stukje je naar binnen trekt en dat je gelijk verder wil. Tot op microniveau ben ik het verhaal helemaal gaan uitleggen.’
Het klinkt als een poëtische manier van schrijven. Voel je je inmiddels schrijver of ben je nog steeds vooral dichter?
‘Ik ben het wel echt allebei. Ik denk dat dit heel duidelijk een roman is van een dichter. Daar ontkom ik niet aan. De beeldenstroom die in mijn gedichten zit, komt hier ook terug.’
Je hebt eens gezegd dat je een gedicht dat er zo is blind vertrouwt, maar wanneer je maanden hebt zitten sleutelen, dan blijf je erover twijfelen. Aan dit boek heb je meer dan drie jaar gesleuteld. Voelt het dan nu toch af?
‘Het proces is heel anders, maar wat wel een beetje hetzelfde is als met een goed gedicht schrijven, is dat je in een bepaalde roes komt, waar je ineens de juiste ingevingen krijgt op het juiste moment en ze ook in de juiste melodie kan zetten. Ik kan er nog steeds niet helemaal een vinger op leggen wat dat nou precies is of hoe het komt. Het is alsof je zo door je onderbewustzijn heen prikt.’
‘Die roes heb ik als ik er ineens een goed gedicht uit knal, maar die roes heb ik ook gehad met het schrijven van dit boek, alleen dan veel langer. Ik vertrouw het blind.’
Nu is het verhaal geschreven en verschenen. Was het moeilijk om Am achter te laten?
‘Ja. Ik had gehoopt en verwacht dat ik gelijk uit haar hoofd zou zijn op het moment dat het af was, toen de laatste zin geschreven was, maar zo werkt het natuurlijk helemaal niet als je iemand zo lang bent geweest. Ze voelt nog steeds heel dichtbij en ik heb ook lang verdriet gehad dat het af was. Het voelt onwennig, maar het was ook een heel intensief schrijfproces. Het had niet veel langer moeten duren. Ik heb ook zin om gewoon weer mijn eigen leven te gaan leiden.’

