Als de gemeente Amsterdam besluit strenger te handhaven op geluidsnormen, zou Paradiso al om elf uur ’s avonds moeten stoppen met muziek. Voor het poppodium zou dat het einde betekenen van zijn rol in de Amsterdamse nachtcultuur. Dat risico is reëel, zegt de organisatie zelf, en vormt de kern van het toekomstplan 100 Jaar Paradiso: zonder ingrijpende renovatie en gedeeltelijke nieuwbouw is het podium niet toekomstbestendig.
Paradiso bestaat bijna zestig jaar, maar het gebouw waarin het huist is ruim anderhalve eeuw oud. Het rijksmonument aan de Weteringsschans werd in 1880 gebouwd voor een religieuze organisatie en was nooit bedoeld als concertzaal. Dat was decennialang geen probleem, totdat de stad eromheen veranderde, vertelt projectleider Fred Blom. ‘Waar ’s nachts een school en een gevangenis lagen, staan nu woningen. Met die verandering nam ook de tolerantie voor nachtelijk geluid af. Amsterdam is veranderd. En misschien een beetje vertrut.’
Een gebouw op zijn grens
Drie omwonenden procederen al jaren over overschrijding van geluidsnormen. Bij enkele woningen is vastgesteld dat die normen inderdaad worden overschreden, al gaat het niet om de woningen van de procederende partijen. Toch blijft de rechtszaak een structureel risico, stelt Blom. ‘Als we permanent onder de normen moeten blijven, kan dat betekenen dat we om elf uur moeten stoppen. Dan is Paradiso geen Paradiso meer.’
De problemen beperken zich niet tot geluid. Het gebouw wordt intensiever gebruikt dan ooit tevoren: sommige delen draaien 24 uur per dag. Publieksstromen zijn onveilig, laden en lossen gebeurt op de toch al drukke openbare straat, verduurzaming is nauwelijks mogelijk en de constructie vertoont slijtage.
Kleinschalige technische oplossingen zijn onderzocht, maar bleken volgens Paradiso onwerkbaar. ‘Als je alleen het dak isoleert, wordt het zwaarder,’ zegt Blom. ‘Dan heb je een nieuwe fundering nodig. Je bent dan gigantisch aan het verbouwen zonder het kernprobleem op te lossen.’
Erfgoed dat begrenst
De verbouwing is extra complex, omdat Paradiso een rijksmonument is. Dat betekent dat ingrepen strikt gereguleerd zijn: dragende structuren, zichtlijnen en historische elementen mogen niet zomaar worden aangepast. Tegelijkertijd ziet de organisatie het monument als uitgangspunt. De iconische grote zaal moet worden versterkt, niet aangetast. Latere inbouwen, dichtgezette ruimtes, geïmproviseerde trappenhuizen, zouden verdwijnen om het gebouw dichter bij zijn oorspronkelijke opzet te brengen.
Paradoxaal genoeg levert dat zelfs extra capaciteit op. Tien tot vijftien procent meer bezoekers in de grote zaal, zegt Paradiso. Dat extra verdienvermogen is volgens de organisatie nodig om ruimte te blijven bieden aan risicovolle, kleinschalige programmering. ‘Dat is gevaarlijk, want juist de mogelijkheid om kleinschalige initiatieven te steunen maakt ons een culturele motor in de industrie.’
Ook is er nu weinig ruimte om maatschappelijke initiatieven te steunen. ‘Drummers die bij ons spelen, willen weleens tussen sets door lesgeven aan studenten van het conservatorium. Bij ons is daar nu de techniek en ruimte niet voor’, zegt Blom.
Nieuwbouw om het oude te redden
De sleutel ligt op het braakliggende terrein naast het gebouw, in de volksmond ‘het landje’. Daar wil Paradiso een nieuw gebouw realiseren met functies die niet langer in het monument passen: een professionele kleine zaal, educatieve ruimtes en een volledig geïsoleerde clubzaal. De huidige kleine zaal in het oude gebouw zal verdwijnen.
Als alle ambities worden doorgezet, kost de verbouwing 93 miljoen euro. Realistischer is volgens Paradiso een investering van rond de 60 miljoen. De gemeente Amsterdam, eigenaar van het pand, speelt daarbij een cruciale rol en zal financieel moeten bijspringen, al zijn daarover nog geen afspraken gemaakt. Eerst volgt een gezamenlijke ontwerpfase van vier tot zes jaar.
Meer dan een verbouwing
Paradiso presenteert het plan nadrukkelijk als toekomstvisie, niet als bouwbesluit. Maar de conclusie van de analyse laat weinig ruimte voor uitstel: niets doen is geen reëel scenario meer. Alternatieven zijn er wel – minder programmeren, het schrappen van nachtcultuur – maar die komen volgens de organisatie neer op een geleidelijke ontmanteling.
Wat er uiteindelijk op het spel staat, is meer dan één podium. Het raakt aan de vraag of Amsterdam ruimte wil blijven maken voor jonge, eigenzinnige cultuur in het centrum van de stad. Of, zoals Blom het samenvat: ‘Je kunt het gebouw behouden. Maar dan ben je Paradiso kwijt.’
