Een vrouw scrolt in een woonkamer op de Zeedijk door haar telefoon. Het lijkt haar niet veel te deren – sterker nog, het is de vraag of ze zich er überhaupt bewust van is – maar buiten, achter het glas, verzamelt zich een groeiende groep toeschouwers, die elk van haar acties en gezichtsuitdrukkingen gebiologeerd volgt.
We kijken naar de vierde in een reeks performances van performancekunstcollectief Trespassing. Curator Puck van der Werf en performancekunstenaar Charles Pas organiseren met het collectief sinds 2023 manifestaties in musea als het Rijksmuseum en Huis Marseille. Vorig jaar breidden ze hun praktijk uit naar de openbare ruimte met The Living Room Series.
In de serie tonen verschillende kunstenaars performances vanuit woonkamers in de Amsterdamse binnenstad. Die draaien steevast om de spanning tussen kijken en bekeken worden, tussen voyeurisme en exhibitionisme, legt Van der Werf uit.
In een eerdere editie speelde een performer bijvoorbeeld voor het oog van mensen die langsliepen een week uit zijn leven na. Tijdens een andere sessie werd juist de straat rondom de woonkamer gefilmd (met een grote plottwist toen op de camera van de performancekunstinstallatie per toeval een echte steek- en schietpartij werd vastgelegd).
Gluren bij de buren
Het idee voor The Living Room ontstond deels uit Van der Werfs eigen ervaring. Vijf jaar lang woonde ze op de begane grond van een woning op de Nieuwmarkt, waar drommen toeristen nog net niet in de rij stonden om foto’s te maken van haar leven achter het glas. Zelfs bij de meest alledaagse bezigheden kon ze in die tijd op een publiek rekenen, vertelt ze.
Pas later realiseerde ze zich hoe uitzonderlijk dat eigenlijk is. Toen ze het fenomeen met een Canadese vriend besprak, viel het kwartje: ‘Op die manier bij vreemden binnenkijken, dat is een typisch Nederlands gebruik. Dat bestaat nergens anders.’
Zeedijk-publiek
In de vierde sessie op de Zeedijk richten kunstenaars Sander Breure en Witte van Hulzen zich op onze online levens en de daarbij behorende gezichtsuitdrukkingen. Het publiek staat ondertussen over de volle breedte van de straat verspreid. Er kan geen geërgerde Amsterdamse fietser meer langs.
Ook het gebruikelijke Zeedijk-publiek sluit aan: toeristen die veelal naar de stad zijn gekomen voor het Red Light District, de coffeeshops of allebei. Het geluid van fietsbellen en schaterlachende stoners galmt door het smalle straatje. Stil, zoals in een museum of theater, is het hier absoluut niet.
Dat is voor Van der Werf een nadrukkelijk voordeel van deze openbare performances. ‘Wat ik echt gemerkt heb, is dat je naast het kunstpubliek ook een ander publiek aanspreekt. Een publiek dat in sommige gevallen nog nooit met kunst, of in ieder geval met deze kunstvorm, in aanraking is gekomen.’
Losser klimaat
Van der Werf verwacht daarom ook onverwachte reacties. ‘Het maakt mensen écht ongemakkelijk. Bij de vorige editie was er een groep dronken Britten die heel erg boos werden, omdat ze het gewoon niet begrepen’, vertelt ze. ‘Wat ik daar interessant aan vind, is dat ze dan toch stoppen. Ze worden boos, maar in die woede en frustratie blijven ze ook staan.’
Volgens Van der Werf zie je zo heel direct hoe er gereageerd wordt op de kunst. ‘Er is zoveel minder filter dan in een kunstgalerie of in een theater. Zeker de mensen die het niet gewend zijn om naar dat soort plekken te gaan, zeggen hier gewoon: “Wat is dit? Ik begrijp het niet.” Dat zorgt voor een losser klimaat.’
Kunst die uitdaagt
Voor Van der Werf liggen daar de charme en het belang van deze publieke kunstvorm. ‘Ik denk dat het heel gezond is voor mensen en voor onze samenleving als geheel om kunst te kunnen interpreteren en te kunnen ervaren. Het houdt ons kritisch.’
In de toekomst wil ze The Living Room dan ook verder uitbreiden, mogelijk zelfs internationaal. Of dat typische Nederlandse gluren zich zomaar laat vertalen naar andere landen, dat weet ze nog niet. Maar de kern van het project, de toegankelijkheid van kunst en de wrijving die het teweeg kan brengen, die blijft volgens Van der Werf overal overeind.
