De overheid, Koninklijke Horeca Nederland en twee vakbonden lanceerden vorige maand op de Horecavakbeurs een landelijke aanpak tegen grensoverschrijdend gedrag. NAP Nieuws vroeg aan stemmen in de Amsterdamse horeca: wat moet er gebeuren om grensoverschrijdend gedrag in de sector effectief aan te pakken?
Op achttienjarige leeftijd werkte Ada* (23) bij een befaamd restaurant in Amsterdam, toen een oudere collega haar seksueel getinte berichten begon te sturen. ‘Het was heel obsessief,’ legt ze uit. Naar collega’s hield ze het stil. Toen ze ontdekte dat haar manager er al die tijd van afwist, schrok ze. ‘Je moet dus echt voor jezelf opkomen, er is niemand anders die dat voor je doet.’
Ada’s verhaal is niet uniek. Grensoverschrijdend gedrag – denk aan pesten, (seksuele) intimidatie, discriminatie, en agressie – komt in de horecasector relatief veel voor. Bijna driekwart van de jonge vrouwelijke horecamedewerkers heeft er op werk te maken gehad, volgens onderzoek van EenVandaag. Als het gaat om seksuele intimidatie torent de horeca boven andere sectoren uit. Daarom presenteerden Mariëtte Hamer (de Regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag), werkgevers en vakbonden in januari hun voorstel voor een aanpak op de Horecavakbeurs.
Druk, middelen en cultuur
‘Het verbaast me niets,’ zegt Xander Waller, eigenaar van onder andere restaurant Entrepot en De Druif, wanneer hij de statistieken hoort over de sector. ‘In de horeca moet je altijd kwaliteit leveren, en ook een beetje snel. Dus komt er een enorme druk op de communicatie. Daardoor zijn de omgangsvormen gewoon structureel te hard en direct.’
Maar er spelen in de horeca meer factoren dan druk alleen. Veel horecawerk vindt ‘s nachts plaats. Gasten zijn in feeststemming en consumeren alcohol of drugs, soms geldt na werktijd hetzelfde voor het personeel. Ook is in de horeca het klant-is-koning-principe belangrijk, waardoor veel gedrag van klanten wordt gepikt — ook wanneer zij grenzen overgaan.
Het ROC van Amsterdam, de voornaamste aanbieder van horecaopleidingen in de stad, is zich ervan bewust dat grensoverschrijdend gedrag deel kan zijn van de sectorcultuur, zegt woordvoerder Eliza van den Anker. ‘Voordat studenten op stage gaan, krijgen zij lessen over alcoholconsumptie, wat grensoverschrijdend gedrag is en bij welke ROC-vertrouwenspersonen zij terechtkunnen.’
Verantwoordelijkheid bij werkgever
Met de aanpak spreken Hamer, brancheorganisatie Koninklijke Horeca Nederland en vakbonden Horecabond en CNV vooral intenties uit. Ze willen centrale vertrouwenspersonen voor de sector beschikbaar gaan stellen, voorbeeldgedragscodes maken, en trainingen voor werkgevers en medewerkers bieden.
Bij Waller roept het plan nu nog wat scepsis op. ‘Ik vind het heel goed dat hier extra aandacht voor komt, maar dit snijdt nog geen hout. Geef me iets waar ik concreet iets mee kan. Een checklist om te weten of managers voldoen aan sociaal veilige communicatie, bijvoorbeeld.’ In zijn eigen bedrijven zet Waller, naast vertrouwenspersonen, nu vooral in op structurele gesprekken met personeel. ‘Je moet bij elk personeelsgesprek vragen: is er iets gebeurd? En hoe gaat het echt? Zodat wat er gebeurt en de oorzaak daarvan boven tafel komt.’
Ada onderschrijft het belang van dat soort gesprekken. Ook zou zij graag zien dat managers bij aanvang van een baan expliciet uitspreken dat zij grensoverschrijdend gedrag niet tolereren. Via een gedragscode, zoals de aanpak voorstelt, of mondeling. ‘Bij mijn vorige baantje voelde ik dat mijn werkgever achter me stond als gasten vervelend deden, maar het zou nog fijner zijn als dat werd benoemd’.
Wat ze ook hoopt, is dat met de aanpak de verantwoordelijkheid voor haar veiligheid bij werkgevers komt te liggen. Pien* (25), hoofd bediening bij meerdere restaurants, beaamt dit, maar ziet hoe het op dit moment vaak nog anders loopt. ‘De aanwezigheid van alcohol maakt de sfeer in de horeca losbandiger… en mijn baas ook,’ zegt ze. Voor haar zou een externe vertrouwenspersoon met de bevoegdheid om managers aan te spreken een groot verschil maken.
‘Jezelf zijn’
‘Dat je als manager een vrouw niet moet aanraken, lijkt me evident,’ zegt Waller. ‘Maar wat ander gedrag betreft: er moet ook wel de vrijheid zijn om jezelf te zijn op de werkvloer.’ Ada sluit zich daarbij aan. Zij zou het jammer vinden als een plan van aanpak uitmondt in te strikte gedragsregels. ‘De horeca is een beroep voor sociale mensen, daar hoort flirten ook een beetje bij.’ Daarin zullen foute inschattingen worden gemaakt, erkent Waller. ‘Die fouten moeten goed besproken worden. Als dat op grondige wijze gebeurt, ontstaan er geen problemen meer.’
Dat de verhoogde aandacht voor grensoverschrijdend gedrag zijn vruchten begint af te werpen in de sector, bevestigen alle bronnen die NAP Nieuws sprak. In een bericht, ingezien door NAP Nieuws, dat alle medewerkers van een Amsterdamse horecazaak onlangs ontvingen, schrijft een vertrouwenspersoon bijvoorbeeld: ‘Ik vind het belangrijk dat iedereen zich bij [ons] prettig voelt en plezier heeft in zijn werk. Maar wanneer het minder leuk of vervelend is, weet dat ik naar je wil luisteren of samen een oplossing wil zoeken.’
*Ada en Pien zijn pseudoniemen. Hun volledige namen zijn bekend bij de redactie.
