Al ruim 25 jaar verzorgen de vrijwilligers van De Vrolijkheid in asielzoekerscentra verspreid door het hele land kunstworkshops en -projecten om kinderen en jongvolwassenen een gevoel van normaliteit terug te geven. Artistiek directeur Matea Šafar vertelt over hun missie en de uitdagingen waarmee ze geconfronteerd worden.
Al het gebruikelijke kantoorspul is aanwezig in het Amsterdamse kantoor van De Vrolijkheid, maar toch is de ruimte allesbehalve grijs. Aan de muren hangen kleurrijke kunstwerkjes, schilderijen en collages, gemaakt door kinderen in asielzoekerscentra tijdens één van de vele kunstworkshops en -projecten die de stichting organiseert.
Een grote groep vrijwilligers geeft er meer dan honderd per week, verspreid door het hele land. ‘Dat kan van alles zijn: beeldend, grafisch, digitaal, theater, dans, keramiek, fotografie, film, muziek, noem het maar op’, zegt artistiek directeur Matea Šafar. ‘En families en alleenstaande kinderen van alle leeftijden worden betrokken, van kleuters tot jongvolwassenen.’

Workshop van De Vrolijkheid in Delfzijl. Fotograaf: Julia Odenkirchen
Gebrek aan spel
Oprichter van De Vrolijkheid, Fronnie Biesma, is ruim vijfentwintig jaar geleden vanuit activisme begonnen met een groep kunstenaars, vertelt Šafar. ‘Ze werkte bij vluchtelingenwerk en merkte dat er in asielzoekerscentra helemaal geen vrolijke ruimtes waren, geen plek voor creatieve ontwikkeling of spel.’
‘Zeker oudere kinderen vallen vaak buiten de boot. Ze hebben behoefte aan ontwikkeling, maar kunnen vaak niet studeren, omdat ze nog geen status hebben. Het zijn jongens en meisjes van 18, 19, 20, die volop iets willen, maar helemaal vastzitten.’
Zelf heeft ze het ook meegemaakt, vertelt Šafar. Op haar achtste vluchtte ze voor de oorlog in Bosnië en Herzegovina. ‘Door de plek waar je geboren bent, beland je in een situatie waarin je moet vluchten. Je raakt een deel van jezelf kwijt, ook als kind. Alles wat je kende en alles wat je had opgebouwd, verdwijnt.’
Eenmaal in Nederland aangekomen, word je anders aangekeken, zegt Šafar. ‘Mensen nemen je niet serieus, je krijgt te maken met discriminatie, of in het beste geval met ongelijkwaardigheid. Je wordt gezien als vluchteling en meer niet.’
Lost in space
En dat is schadelijk, denkt Šafar. ‘Kleine kinderen zijn net planten. Je moet ze voeden en op de juiste manier een plek geven. Liefde, warmte, maar ook de juiste ingrediënten om zich te kunnen ontplooien. Als je in een AZC zit, weet je dat je anders bent. Je weet dat je niet in de echte maatschappij woont, dat je ouders misschien niet werken, dat ze heel verdrietig zijn. En als jongere ben je misschien helemaal alleen. Dan ben je al helemaal lost in space’, zegt Šafar.
In Nederland wonen ruim vierduizend alleenstaande minderjarige vluchtelingen in asielzoekerscentra en noodopvanglocaties. Door de politieke verharding rond asiel en migratie wordt het steeds moeilijker hen te bereiken, vertelt ze. ‘Ze worden vaak op aparte locaties opgevangen. Bepaalde gemeenten willen bepaalde doelgroepen niet meer.’
Verhuizing na verhuizing
De opvang in Nederland is sowieso compleet gefragmenteerd, ziet Šafar. Veel asielzoekers belanden niet in een van de honderdtien vaste asielzoekerscentra, maar springen van noodopvanglocatie naar noodopvanglocatie.
Kinderen moeten daardoor veel meer verhuizen. ‘En dan heb ik het niet over twee keer per jaar. Het is echt constant. Dat is helemaal niet goed voor ze. Je kan nooit vriendjes maken, voor het onderwijs is het slecht.’
Naast vaste ruimtes in zevenentwintig asielzoekerscentra heeft De Vrolijkheid daarom nu ook een mobiel team. ‘Dat staat daar’, zegt Šafar terwijl ze naar een wit busje op de parkeerplaats wijst. ‘Daarmee kunnen we ook bij de tijdelijke noodopvang een hele middag workshops verzorgen, die echt een kop en staart hebben, bijvoorbeeld met een eindfeest of eten buiten, muziek, dingen waar niet veel taal voor nodig is.’
De Galaxy
Maar er zijn ook langere projecten, die soms wel maanden in beslag nemen. In 2025 maakten De Vrolijkheid en Amsterdams jeugdtheatergezelschap de Toneelmakerij bijvoorbeeld een theatervoorstelling met jonge vluchtelingen op de Galaxy.
Dat schip ligt aangemeerd in het Amsterdamse Westelijk Havengebied. Aan boord wonen en wachten ruim duizend vluchtelingen. Het merendeel is minderjarig.
Het is een heftige plek om te verblijven, vertelt Šafar. ‘Je zit vast op een plek die eigenlijk alleen geschikt is voor een verblijf van een paar dagen, zonder andere mensen om je heen.’
Artistiek directeur van de Toneelmakerij Paul Knieriem en Martien Langman gaven er vanaf januari elke week theaterworkshops en in juni stonden de jongeren twee keer in de uitverkochte theaterzaal van de Toneelmakerij, met theatervoorstelling Stories from the Galaxy, over hoe het is als je leven op pauze staat.

Scènebeeld uit ‘Stories from the Galaxy’. Fotograaf: Sanne Peper
Positieve glimp
Juist dat probeert de stichting te organiseren, zegt Šafar: ‘Één moment waarop het even anders voelt. Dat je iets positiefs doet, iets waarvan je misschien pas net hebt ontdekt dat je het kan. Het is vrolijk en fijn, er is een gekke, inspirerende kunstenaar, je maakt vrienden en je komt erachter: ‘Oh, ik kan dit. Ik heb iets gemaakt en ik word gezien. Dat is een gevoel dat je met je mee kan dragen als een positieve glimp.’
Die positiviteit staat in schril contrast met wat Šafar in de samenleving ziet. ‘Politiek zijn we allemaal naar rechts opgeschoven. Je hoeft geen expert te zijn om dat te zien. Asiel komt slecht in het nieuws.’
Maar de mensen die bij De Vrolijkheid werken, gaan met alle politieke uitdagingen en maatschappelijke verharding flexibel om, vertelt Šafar. ‘Dan gaan we opnieuw kijken en zoeken we een weg.’
Het kenmerkt de organisatie, denkt Šafar: de mensen die er – in sommige gevallen al 25 jaar – met hart en ziel zwaar en veeleisend, maar voldoenend vrijwilligerswerk doen. ‘Ik vind het super bijzonder om te zien hoeveel mensen zich op een positieve manier inzetten, een tegengeluid laten horen.’
Jonge vrijwilligers
De afgelopen jaren hebben zich opvallend genoeg vooral veel jonge vrijwilligers gemeld, vertelt Šafar. ‘Dat vind ik heel tof om te zien. We hebben een hele nieuwe generatie vrijwilligers, die nog aan het studeren zijn of net zijn afgestudeerd. Er zijn zoveel mensen die zeggen: ‘ik geloof in een andere wereld.’’
Eigenlijk is het gek dat niet meer mensen zo denken, vindt Šafar. ‘Ik denk dat kinderen vaak slachtoffer zijn van hele rare en vreemde en heftige keuzes die volwassenen maken. Helaas zijn we op een plek aanbeland waar we discussies hebben over of we bepaalde kinderen uit bepaalde oorlogsgebieden wel of niet gaan helpen. Terwijl ieder kind recht heeft op bescherming, recht om gezien te worden en om hun eigen verhaal te vertellen.’
‘Ieder mens heeft behoefte aan positieve ervaringen om zich gezond te kunnen ontwikkelen. Zo kan je ook naar de asielketen kijken.’

Matea Šafar. Fotograaf: Petra Katanic
